Senegambia
Het huidige Senegambische grondgebied werd al vroeg bevolkt
door verschillende heersers die kleine vorstendommen onderhielden.
Zo ontstond de staat Tekrur beheerst door de Soninké en
Toucouleur, gelegen in het dal van de Senegalrivier.
In dit gebied had de islam al vroeg voet aan de grond gekregen
maar in de invloed van de religie was beperkt.
Met name het grote Ghana rijk (9e tot de 11e eeuw) gelegen
ten oosten van het huidige Senegal had grote invloed. Het
rijk draaide op de enorme goudvondsten die in gebied werden
gedaan.
In de 14e eeuw wisten de legendarische Wolof-koning Ndiandian
Ndiaye de bestaande vorstendommen te verenigen in het grote
Wolofrijk: Djolof. In het midden van de 16e eeuw viel het
rijk uiteen in een viertal zelfstandige staatjes: Walo,
Baol, Kayor en Djolof. Deze bleven tot ver in de 19e eeuw
voortbestaan. Deze rijkjes bevonden zich in het midden en
het noorden van het huidige Senegal.
In het oosten en het zuiden lag het rijk Gabou. Ooit begonnen
als een onderdeel van het grote Malirijk, werd het in de
16e eeuw onafhankelijk. De ondergang van dit rijk kwam in
de loop van de 18e eeuw.
Aan het einde van de 15e eeuw werd het Tekrur rijk weer
leven in geblazen door de Peul-leider Tenguela en zijn zoon
Koli. In korte tijd veroverden zij de gehele Senegalvallei
en stichtten er de streng islamitische staat Fouta Tooro.
Het uiterste zuiden van Senegal dat voornamelijk bewoond
wordt door de Diola is geheel vrij gebleven van staatsvorming.
Er is daar sprake van een zeer platte maatschappij zonder
enige vorm van hiërarchie.
Komst van de Europeanen
Vanaf de 15e eeuw zetten Portugezen voet aan wal in West
Afrika. Zij handelden in Arabische gom, goud en slaven.
Later volgenden de Hollanders, de Fransen en de Engelsen.
Hollandse aanwezigheid in Senegal is terug te vinden in
de naam Goree (Goede Reede), het eilandje voor de kust van
Dakar. De Fransen vestigden zich voor het eerst in het dorpje
N'dar dat tot Saint Louis werd omgedoopt en tot 1956 de
hoofdstad van Frans West Afrika bleef.
Slavenhandel
Door een groeiende behoefte aan arbeidskrachten op de
opkomende suikerplantages in West-Indie, bloeide de slavenhandel
levendig. De jacht op slaven heeft diepe sporen nagelaten
in geheel west Afrika. Gedurende vier eeuwen werd steeds
de sterke en productieve middenlaag van de bevolking weggehaald.
Dit heeft de ontwikkeling van het gebied danig in de weg
gestaan.
De Europese slavenhandelaren speelden vorsten in de kustgebieden
tegen elkaar uit, wat leidde tot burgeroorlogen en verzwakking
van die staten. Zo werd ook de basis gelegd voor de annexatie
van Senegambia door Frankrijk en Groot-Brittannië. Slavenhandel
werd in 1807 door de Britten en in 1815 door de Fransen
verboden.
Om een idee te geven over het aantal mensen dat van werd
weggevoerd uit het westen van Afrika: 16e eeuw: 1 miljoen,
17e eeuw: 3 miljoen, 18e eeuw: 7 miljoen, 19e eeuw: 4 miljoen.
In totaal kom je dan op zo'n 15 miljoen mensen. Hierbij
moet nog toegevoegd worden het aantal mensen dat tijdens
de jacht of de overtocht het leven liet. Bovendien werden
tussen de 9e en 19e eeuw ook via de transsahara-handel nog
eens 15 miljoen slaven door de Arabieren uitgevoerd.
Franse overheersing
In de loop van de 19e eeuw veranderde de manier van kolonialiseren.
Het was niet langer het opzetten van een netwerk van handelsposten,
maar het in bezit nemen van grond dat belangrijk werd. En
Frankrijk was daarin niet alleen. Onder grote rivaliteit
stortten vele Europese mogendheden zich in de strijd om
Afrika. In 1884/1885 werden de koloniale grenzen definitief
getrokken op de Conferentie van Berlijn.
In Senegal is het met name de Franse gouverneur Faidherbe
die de zaken in 1854 heel serieus gaat aanpakken. Via de
oevers van de Senegal tot ver in Mali voert hij zijn veroveringstochten
uit. Hij ondervindt hierbij de nodige tegenstand van de
bevolking. Met name de legers van de legendarische Toucouleur
El Hadj Omar Tall maken het hem moeilijk en zijn slecht
met veel geweld te verslaan. Dat lukt uiteindelijk in 1860
bij Medina in Oost Senegal.
Na deze overwinning werd Saint Louis de hoofdstad van Frans
West Afrika. Vlak voor de kust bij het eiland Goree, dat
ook een belangrijke Franse basis vormde, werd de stad Dakar
gesticht om het kleine eiland te ontlasten. Er werd een
bestuurlijk kader opgebouwd van verfranste Senegalezen,
de economie werd gecentraliseerd en in de landbouw ontstond
een monocultuur van aardnoten. De teelt van aardnoten heeft
geleid tot een volledige uitputting van de grond.
Hoogtepunt van de Franse assimilatie was het inzetten van
Senegalese soldaten (tiralleurs) in Frankrijk tegen de Duitsers
tijdens WOI. Als tegenprestatie kregen de zwarte inwoners
van Dakar, Goree, Rufisque en Saint Louis een quasi-Frans
burgerschap verleend.
Dekolonisatie
Het loslaten van met name de Afrikaanse kolonies is voor
Frankrijk een moeizaam proces gebleken dat eigenlijk tot
op de dag van vandaag voortduurt. Op dit moment is Frankrijk
de slag om Afrika toch echt aan het verliezen. Direct na
de tweede wereldoorlog stortte Frankrijk zich in een verbeten
strijd om de koloniën te behouden. Dat resulteerde in een
bloedige oorlog in Vietnam (1954) en Algerije (1954-62).
De Gaulle, in 1958 tot Franse president gekozen, stelt voor
West Afrikaanse koloniën zelfstandigheid binnen een Franse
gemeenschap te geven. Onder Franse leiding en met Franse
financiële steun konden de inmiddels 8 gebieden verder werken
aan de toekomst. Referenda werden nog in dat zelfde jaar
gehouden. Nadat Guinee voor volledige zelfstandigheid had
gestemd en hierna door de Fransen op slag werd verlaten,
met medeneming van alles dat maar los en vast zat, kozen
de 7 andere landen eieren voor hun geld.
Onafhankelijkheid voor Senegal
De leidende politicus in die tijd was de katholieke Sérer
Leopold Sedar Senghor. Deze was een voorstander van zelfstandigheid
binnen de Franse Gemeenschap, met als doel een de eenheid
van West Afrika te behouden. Dit stuitte echter op tegenstand.
Ivoorkust lag dwars en ook de Fransen zagen niets in een
dergelijke sterke eenheid die moeilijk te manipuleren zou
zijn. De overgebleven unie van vier staten -Senegal, Mali,
Niger en Burkina Faso (toen nog Opper-Volta)- viel als snel
uiteen. Senegal en Mali gingen nog een tijdje samen verder
maar dat eindigde ook op 20 augustus 1960. De onafhankelijke
republiek werd uitgeroepen met Senghor als president. In
1980 werd hij opgevolgd door Abdou Diouf. Sinds de verkiezingen
van februari 2000 is de oppositie (Democratische Partij
Senegal) aan de macht.
Met
medewerking van Senegalweb
|