Tico's en Tica's
 De
inwoners van Costa Rica noemen zichzelf tico's en tica's,
een afkorting van 'hermaniticos'; vrij vertaald 'kleine
broertjes'. Tico's zijn de mannen en tica's de vrouwen.
Hoewel afstandelijk zijn Costaricanen erg vriendelijk, hoffelijk
en discreet. Tolerantie staat hoog in het vaandel. Costa
Rica is ook qua bevolking een land van tegenstellingen.
Tegenover de yuppen van San Jose met hun westerse levensstijl
staan de Guaymi-indianen die vrijwel zelfvoorzienend zijn
en al eeuwen in harmonie met de natuur leven.
 Costa
Rica telt ruim 3,5 miljoen inwoners, ongeveer 67 inwoners
per km². Het land heeft vooral vergeleken met zijn buren
een hoge levensstandaard (het gemiddelde inkomen per hoofd
van de bevolking is € 6000 per jaar), een goed sociaal
systeem en een constante bevolkingsaanwas. De bevolking
groeit gemiddeld 2,5 procent per jaar. Ongeveer 50 procent
van de bevolking woont in de steden. Bijna tweederde van
de totale bevolking woont op de Centrale Hoogvlakte (Meseta
Central), waar de hoofdstad San José ligt. De door de vele
regenval en vruchtbare vulkanische grond Meseta Central
voorziet dus in de behoeften van driekwart van de bevolking.
De kuststeden Guanacaste in het noorden, Limon in het oosten
en de zuidelijke streken zijn het dunst bevolkt en het armst.
Vergeleken met de bevolking van andere landen op de Centraalamerikaanse
istmus is die van Costa Rica uitermate homogeen: 94 procent
is van Europese afstamming (vnl. Spaans en Italiaans). De
oorspronkelijke Indiaanse bevolking is grotendeels verdwenen.
Er leven nog ca. 3000 Chibcha-Indianen in de afgelegen en
vaak ontoegankelijke reservaten in de bergen. De Afro-Caribische
en de Chinese bevolking zijn langs de caribische kust opvallend
aanwezig, met name in Limon. Gunacaste biedt weer een ander
beeld: hier zijn de meeste inwoners Mestizos (afstammelingen
van de Chorotega-indianen), die een meer extravert karakter
hebben. Hun geschiedenis is nauw verbonden met die van Nicaragua.
|