De geografie van Cambodja
 Cambodja
wordt in het westen begrensd door Thailand,
in het noorden door Laos,
in het oosten door Vietnam en in het zuiden door de Golf
van Thailand. Het land is met 181 duizend vierkante kilometer
ongeveer 4,5 keer zo groot als Nederland. Het land wordt
gekenmerkt door een overvloed aan water, vijf procent van
het land bestaat uit meren en rivieren. Een dominante positie
neemt de Mekongrivier in, die het land van noord naar zuid
doorsnijdt en het Tonle
Sap meer, dat in de regentijd het formaat aanneemt van
een binnenzee.
Cambodja is een vlak land. Het heeft enkele gebergtes,
zoals het Olifants- en Cardamongebergte in het zuiden, het
Dangkrekgebergte langs de grens met Thailand en de Oostelijke
hooglanden in het noordoosten van het land. Het hoogste
punt van het land is de Phnum-Aoral (1813m) in het Cardamongebergte.
Meer dan 75 procent van de Cambodjanen leven op de vruchtbare
laagvlakte van het Mekong-Tonlé bassin. Het visrijke
Tonle Sapmeer is een belangrijke bron van inkomsten. Hier
liggen ook de belangrijkste steden, waar ruiim 10 procent
van de Cambodjanen leeft.
|