Een trots volk
Atjeh, tegenwoordig Aceh, heeft ruim 3 miljoen inwoners.
Negentig procent is Achees en woont in de kuststreken. De
Tangdse, Gayo en Alas stammen wonen in de hooglanden van
het Bukit Barisan gebergte. De Gayo en de Alas zijn in sommige
opzichten verwant aan de Batak.
Ze behoren allen tot de protomaleise stammen, maar sommigen
geloven dat ze een mengeling zijn van Indiërs, Arabieren,
Chinezen, en Portugezen. De lokale bevolking vindt het leuk
om toeristen te vertellen dat Aceh een acroniem is van Arabieren,
Chinezen, Europeanen, Hindoes.
De Acheers zijn strenge moslims en staan bekend als erg
onafhankelijke mensen.
In Aceh bestaat een voortdurend vrijheidsstreven. Dat was
onder de Nederlandse overheersing zo, maar ook onder de
Indonesische. De vrijheidsbeweging heet "Golongan Aceh
Merdeka" of GAM. Vrij vertaald: Beweging voor Aceh's
Bevrijding.
De strijd is fel en BAM vecht daadwerkelijk tegen het Indonesische
leger, net als destijds tegen het KNIL (Koninklijk Nederlands-Indisch
Leger).
Kleding
Het traditionele kostuum voor de vrouwen is een tuniek
met broek die geborduurd is met veel goudraad en lovertjes,
en een Maleise songket of een zijde goudraad sarong. Het
zelf weven komt niet meer voor in deze regio, en de songket
wordt dan ook geïmporteerd uit Maleisië, of uit
andere delen van Sumatra. Ook de decoraties die gebruikt
worden voor de bruidsschat zijn rijkelijk geborduurd met
gouddraad en andere versiersels. De kleding van de Gayo
en Alas zijn fijn geborduurde bloeses en jacks. Hoewel de
basis zwarte stof is, is deze kleding door alle borduursels
zeer kleurrijk. Het traditionele kostuum van de vrouwen
aan de Achese kust - zwarte tunieken en broeken, met een
sarong om hun middel gewikkeld - bevestigd de moed en hun
positie in de samenleving.
Vrouwen
Ondanks hun streng islamitische achtergrond hebben vrouwen
een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van Aceh.
Na de sultan Iskandar Muda, waren er vier vrouwelijke sultans.
Laksamana (admiraal) Malahayati, de admiraal die overvallen
op Portugese schepen leidde, was een vrouw.
Religie
De Islam werd gepropagandeerd door dans en gezang, De 'Saman'
is een mannelijke dans van de Alas stam, en de 'Di-dong'
is een dans waarbij groepen mannen of vrouwen op de grond
zittend religieuze liedjes zingen, en waarbij enkel hun
handen dynamische bewegingen maken.
Rencong
De rencong heeft eeuwen lang een grote rol gespeeld voor
de bevolking van Atjeh. Volgens historici bestaat deze dolk
al vanaf de 14de eeuw. De kris is zo gemodelleerd dat het
'bismillah' weerspiegelt, het arabisch voor 'in de naam
van de god'. Deze zin wordt uitgesproken voordat aan een
taak begonnen wordt. De dolk wordt onder een riem gedragen
en overal mee naar toe genomen. Ook wordt hij gebruikt bij
de Seudati en de Ratoh, twee dansen die erg populair zijn
in Aceh. Tegenwoordig wordt de rencong vaak geschonken aan
belangrijke gasten die de regio bezoeken.
|