De bevolking van de Minahasa
De Minahasa
is met ruim 300 mensen per km2 een van de meest
dichtbevolkte streken van Indonesië. In het verleden
was het gebied rond Manado door de aanwezigheid van Hollanders,
Chinezen en Filippino's een smeltkroes van volkeren. Dit
gemengd bloed is duidelijk te zien in het uiterlijk van
veel Minahassers. De Minahassers, die ook wel ‘Bohusami'
worden genoemd, doen het op economisch gebied erg goed en
hebben geen enkele moeite te concurreren met de Chinezen.
Ook zijn de laatste decennia veel Menadonezen met Chinezen
getrouwd waardoor de spanningen met deze minderheid veel
minder groot is dan in andere gebieden.
De Minahassers staan open voor vernieuwing en zijn misschien
wel de meest verwesterde inwoners van Indonesië. Dit
is voor een groot deel het gevolg van de goede relatie met
de Nederlanders tijdens de koloniale periode. De relatief
hoge graad van scholing van de Minahassers die het Nederlandse
onderwijs hadden gevolgd, zorgde ook na 1949 voor een voorsprong
op economisch gebied. Dankzij het grote aantal scholen in
het gebied spreken veel ouderen nog altijd zeer goed Nederlands
en van sommigen krijg je het idee dat ze Nederlandser dan
de Nederlanders zijn.
De Minahasa-keuken
De keuken van de Minahassers is zeer bijzonder, alleen
al door de keuze van de ingrediënten. Lawa pangang
of paniki is een stoofpot van vliegende hond, soto kalong
is vliegende hondensoep. Tikus utan goreng is gebakken bosrat.
Dit gerecht staat ook wel eens als kawaok op de kaart. In
gerechten met de naam RW (rintek wuuk) zit hond. Gulei anjing
is pedis hondenvlees. Minder excentrieke streekspecialiteiten
zijn tinutuan, een groentenpap, en nasi jahir, in bamboeblad
gestoomde, gekruide gele rijst. Net als bij de Padang-keuken
worden een groot aantal hete en gekruide gerechten op tafel
gezet, waarbij je alleen betaald voor wat je eet. Probeer
in de lokale warungs ook eens de tuak saguer, een lokale
licht-alcoholische drank gemaakt van de sagopalm en de gedestilleerde
versie ervan, de Cap Tikus. Zeer speciaal, en een schok
voor westerse smaakpapillen is de saguer vermengd met durian.
Religie
Tegenwoordig is 95 procent van de Minahassers christelijk.
Het merendeel is protestants, slechts een kleine minderheid
hangt het katholicisme aan. De kerstmaskerade, die hier
ieder jaar wordt gehouden, is waarschijnlijk een overblijfsel
uit de Spaanse koloniale periode. Hoewel Portugese Fransiscaner
missionarissen rond het midden van de 16de eeuw actief waren
in het gebied, zijn het vooral de Nederlanders geweest die
hier succesvol zieltjes hebben gewonnen. De massale overgang
van de bevolking naar het protestantisme was grotendeels
te danken aan de enorme inzet van missionarissen zoals Lammers
in 1822 in Manado, Muller in hetzelfde jaar in Kema, Hellendorn
in 1827 in Manado, Riedel in 1833 in Tondano en Schwarz
rond dezelfde periode in Langoan. Het resultaat is dat de
Minahasa tegenwoordig maar liefst 32 verschillende protestantse
sekten telt. Op veel kleinere schaal werd in 1891 met de
komst van Chinese kooplui het boeddhisme binnengehaald.
In dat jaar werd in het centrum van Manado
een tempel ter ere van boeddha gebouwd. Tegenwoordig is
deze religie in het gebied nauwelijks van betekenis.
Net als bij vrijwel alle andere Indonesische bevolkingsgroepen
speelt ook bij de christelijke Minahasa de voorouderverering
nog altijd een belangrijke rol. Om onheil te voorkomen worden
op kleine huisaltaren offergaven gelegd voor de 'empung';
de invloedrijke geesten van de in de bergwouden levende
voorouders. De schalen van kokosnoten hebben de mensenschedels
vervangen als offer voor de empung. Bij de traditionele
religie speelt de sjamaan een belangrijke rol. Deze persoon,
die ook wel walian genoemd wordt, kan uit het gezang van
vogels opmaken wat de voorouders denken van bepaalde gebeurtenissen.
De walian leidt de oogstfeesten en andere religieuze bijeenkomsten,
en kan door bezwering zieken genezen.
In de Minahasa worden veel kerken gebouwd. Af en toe komt
er iemand met een collectebus vanuit een huisje naar de
passant toe. Vanuit het huisje wordt met luidsprekers omgeroepen
of je wel of niet gestort hebt en hoeveel, zodat het hele
dorp weet of je een goed christen bent.
Gebruiken
De baku piara is het traditionele huwelijk tussen de Minahassers.
Vrij vertaald betekend baku piara 'zorgen voor elkaar'.
Een paar trouwt uit liefde, en heeft door dit in feite onwettige
huwelijk geen last van beperkingen als toestemming van de
ouders, kerk en kostbare bruidsschatten. Baku piara komt
in alle lagen van de samenleving voor. De regering wil deze
huwelijken graag voor de wet en de kerk bekrachtigd zien,
en houdt massa-bruiloften waarbij paren die op basis van
de baku piara al een heel leven delen, en vaak al kleinkinderen
hebben, getrouwd worden. Sociale verhoudingen draaien om
'mapalus'; het verlenen van wederzijdse hulp.
Zang en Dans
De Minahassers zijn net als de Ambonezen en de Bataks
getalenteerde zangers. Enkele artiesten doen het bijzonder
goed op de nationale hitlijsten. Hun muziek, die Filippijnse
invloeden verraad, wordt vaak begeleid door een kolintang-orkest.
Dit orkest bestaat uit verschillende formaten houten xylofoons
en is bekend over heel Indonesië.
De Minahasa kent verschillende dansen zoals de cakalele,
de tumatenden en de lenso. De cakalele, ook wel de kabasaran
genoemd, is de meest krijgshaftige en wordt meestal gedanst
om gasten te verwelkomen. Twee groepen van ongeveer 20 man,
gehuld in ikats en met Portugees ogende helmen op het hoofd,
voeren schijnaanvallen op elkaar uit. Elke groep heeft ook
een leider, te herkennen aan flitsend zwaard- en speergebruik.
De dansers worden opgehitst door bloedstollend tromgeroffel.
De tumatenden is een dansopvoering die het verhaal over
hoe Mamanua, de stichter van het dorp Tumatenden bij Airmadidi,
verliefd werd op de hemelse nimf Lumalundung die in zijn
dorp kwam baden. Een nieuwere dans is de lenso, de zakdoekendans.
De maengket is een verzamelnaam voor verschillende dansen
zoals de makamberu, marambak en de mah'laya. De makamberu
vind plaats na de rijstoogst. De marambak is een groepsdans
die wordt opgevoerd bij de inwijding van een nieuw huis.
De mah'laya, waarbij humoristische liedjes worden gezongen,
is het vrolijkst. De dansen worden begeleid door musik bambu
melalu (bamboe-instrumenten) en soms ook musik bia (instrumenten
vervaardigd van schelpen). Orkesten die naast bamboe-instrumenten
ook bronzen instrumenten gebruiken heten bambu klarinet.
Taal
Het Manado-Maleis is de lingua franca van de Minahasa.
In het Bahasa Manado komen veel woorden uit het Spaans,
Portugees en Nederlands voor, hetgeen getuigt van nauwe
contacten met de verschillende koloniale overheersers. In
het zuidoosten van de Minahasa spreken 2000 mensen Ponosakan,
een van de 80 talen van het eiland.
Het district Minahasa
Lees hier
meer over het woongebied van de Minahassers
|