De bevolking van Jakarta
Een smeltkroes van volkeren
Jakarta is altijd een smeltkroes van volkeren geweest.
In de 17e eeuw was de bevolking een mix van Maleiers, Buginezen,
Makassaren, Balinezen, Chinezen,
Japanners, en Indiërs. Gezamelijk heetten ze de ' orang
Betawi', een verbastering van Batavia. Javanen trof je nog
nauwelijks in de stad aan, de trek van het platteland naar
de stad was nog niet begonnen. Pas rond 1800, na de ontsluiting
van de Preanger, vestigen de eerste Sundanezen
zich in Batavia. De massale trek naar Jakarta zou echter
tot na de Tweede wereldoorlog op zich laten wachten.
De trek naar de stad
De trek van vele honderdduizenden arme dorpsbewoners naar
de hoofdstad heeft het stadsbestuur voor grote problemen
geplaatst. In 1945 telde de stad nog 600.000 inwoners, inmiddels
ruim 10 miljoen.
In de jaren 70 werden al diverse pogingen ondernomen om
de stad te sluiten voor nieuwkomers. Nog steeds echter trekken
de Indonesiers massaal naar hun hoofdstad, op zoek naar
werk dat er niet is. Ook transmigranten die terug komen
naar Java, en in hun eigen dorpen niet meer geacepteerd
worden, trekken naar Jakarta of andere grote steden. Jaarlijks
neemt het aantal inwoners van de stad met een kleine vijf
procent toe.
Ongeveer een derde van de inwoners van Jakarta leeft in
bittere armoede in de sloppenwijken. De mensen van de verschillende
eilanden noemen hun nieuwe kampongs naar de eilanden of
plaatsen waar ze vandaan komen, zoals bijvoorbeeld Kampung
Bali of Kampung Minangkabau. De huidige Jakartanen zijn
dus een mengelmoes van inwoners van de archipel, van Sulawesi
tot Sumba en Sumatra tot Irian Jaya. De oorspronkelijke
bewoners van de stad, de Betawi, waren al een mix van verschillende
volkeren.
Ambtenaren, boeren en stadsnomaden
De bewoners van de hoofdstad nemen als bankbediende, ambtenaar,
becakrijder, straatventer of schoenpoetser deel aan de dagelijkse
struggle for rupiahs in de metropool. Ondanks dat het uiterlijk
van de stad anders doet vermoeden is een groot deel van
haar inwoners werkzaam op het platteland of als visser op
zee. Boeren vertrekken al om vier uur s'ochtends van huis
naar hun akkers.
Degene die niet het geluk heeft een dak boven zijn of haar
hoofd te bemachtigen, voegt zich bij de Orang Gelandangan
(mensen die altijd in beweging zijn), de stadsnomaden van
Jakarta. Overdag houden ze zich bezig met straathandel of
het verzamelen van afval. Slapen doen ze in portieken en
onder bruggen.
Rijk en arm
In schril contrast met de problemen van de arme bevolking
staat de luxe en weelde van de rijke bewoners van de stad,
veelal Chinezen en Europeanen. Zij wonen in de zuidelijke
voorsteden Pondok Indah en Kemang.
Stel je eigen reis naar Jakarta samen met Travelmarker
Reizen
| tmreizen.nl |
  |
Stel je eigen reis naar
Jakarta samen met de bouwstenen, vliegtickets en losse
hotelovernachtingen van Travelmarker Reizen |
Boek een hotel in Jakarta
| hotels.com
|
  |
| Hotels.com biedt goedkope
hotels in Jakarta. Aanrader ! |
|