Het Nationaal Park Kerinci-Seblat
 Het
Kerinci-Seblat reservaat is ongeveer 600.000 ha groot en strekt
zich over een afstand van 345 km uit over een bergrug, die
gedomineerd wordt door de Gunung Kerinci. Deze vulkaan is
met zijn 3850 meter de hoogste van Sumatra.
De mysterieuze korte man
Hoewel de kans bijzonder klein is deze dieren te zien,
schijnen de olifant, neushoorn, tapir, beer en luipaard
hier nog altijd voor te komen. In het reservaat komen geen
orang-oetangs voor, wel wordt af en toe de mysterieuze orang
pendek (korte man) en de mythische cigau (half leeuw, half
tijger) in het reservaat gesignaleerd.
Aan het bestaan van deze wezens kan terecht worden getwijfeld,
alhoewel men in het verleden toch getracht heeft het te
bewijzen. Zo slaagde men er in 1932 op de oostkust van Sumatra
een jonge orang pendek te schieten. Het lijk werd voor onderzoek
naar het zoologisch museum te Buitenzorg (Bogor) gestuurd.
In de kranten werd geprotesteerd tegen het doodschieten
van een wezen, dat mogelijk een primitieve mens zou kunnen
zijn. De jagers zouden dan ook vervolgd moeten worden voor
moord met voorbedachte rade. In Nederland werd bericht over
de ontdekte 'missing link'. Het onderzoek wees echter anders
uit:
Noch het skelet, noch de huid
vertoont eenige menschelijke eigenschap; alleen heeft men
door het afvijlen van de tanden, het kaalscheren van de
huid, het afsnijden van den staart en het opwippen van den
neus getracht het geheel iets menschelijks te geven
Hotels in het park
In het park staan twee houten huizen van de Phpa, elk
met meerdere kamers. In het hoogstgelegen PHPA huis kan
voor een klein bedrag overnacht worden. Je zit dan op 1700
meter hoogte, dus hou rekening met een koude nacht. Er is
een kleine mandibak (ijskoud water dus mandi pasfoto) en
een wc. In de drie kamers van het huisje liggen 7 matrassen.
's avonds kun je zelf koken. Er is meestal voldoende bestek
en servies aanwezig.
Transport
Tot op heden is het park slecht met openbaar vervoer bereikbaar.
Of daar binnenkort verandering in gaat komen is twijfelachtig.
De beklimming van de Gunung Tujuh
 De
tocht vanaf de accommodatie in het park naar de top van
de kraterrand duurt ongeveer twee uur. Je kunt moeilijk
verdwalen, want er is maar een pad. Alleen in het begin
moet je vlak na de ijzeren uitkijktoren op de vork het grote
pad rechtdoor volgen, en dus niet linksaf gaan. Het pad
door het primaire regenwoud is duidelijk en stijgt behoorlijk.
Gelukkig is het niet echt warm omdat je in de schaduw loopt
en het meestal waait. Je klimt van 1400 naar 1990 meter.
Op het hoogste punt ga je de rand over, en daal je in 10
minuten steil af naar het meer, dat het hoogstgelegen meer
is van Zuid-oost Azië. Je kunt in het meer zwemmen,
maar het water is nogal koud. Er ligt helaas nogal wat afval
langs het pad en de oevers van het meer. Naast afval wordt
het meer ook omringd door zeven bergtoppen, vandaar de naam
Gunung Tujuh (1996m). Je kunt niet verder rond het meer
wandelen. Iets naar links (20 m) is de plek waar het water
het meer uitstroomt.
|