Poto Tano
Poto Tano is de nieuwe haven van West- Sumbawa. (in het
bahasa Samawa, de taal die op dit deel van het eiland gesproken
wordt, betekent Poto haven). Bij de pier wachten diverse
bussen om je van de ferry naar verschillende bestemmingen
te brengen. Op 10 km vanaf de haven gaat de weg rechts naar
Taliwang en naar links naar Alas.
Van Poto Tano naar Taliwang in het zuiden
Na de 10 km gaat de bus op de hoofdweg naar rechts waarna
het nog 33 km naar Taliwang is. Opvallend is dat dit deel
van Sumbawa het droogste is van heel het eiland. Probeer
ondanks de saaiheid van het landschap toch niet in slaap
te vallen als je naar Taliwang rijdt, anders zou je het
fantastische uitzicht over het Lebok Taliwang missen.
Lebok Taliwang
Lebok Taliwang is een enorm meer vol met lotussen en waterlelies.
Rond het meer leven verschillende soorten watervogels, havikken
en wilde iguanas. Ook roofvogels zijn hier ruim vertegenwoordigd.
Mannen zijn hier op karper aan het vissen vanuit primitieve
kano's. De lokale bevolking hier beschouwt de kelk van de
lotus als lekkernij. Nadat de lotus zijn bladeren heeft
verloren, wordt de kelk opengebroken en de witte noten in
het binnenste opgegeten. De smaak lijkt iets op die van
kastanjes. Wanneer je het meer voorbij bent is het nog twee
kilometer naar Taliwang.
Van Poto Tano naar Sumbawa Besar
Alas
Alas is de oude haven van West-Sumba. In 1988 was de haven
dusdanig dichtgeslibt dat de haven naar Poto Tano is verplaatst.
Alas biedt nu een trieste indruk, links en rechts van de
lange pier liggen de roestige karkassen van schepen vast
in het slib, dat bevolkt wordt door miljoenen krabben. Aan
het einde van de pier liggen bootjes die heen en weer varen
naar het Bungineiland, een klein eilandje op vijf kilometer
afstand.
 Bungin
eiland
Dit eilandje is volgebouwd met huizen en de bewoners ervan
leven voornamelijk van de visvangst. Volgens sommigen is
dit het dichtsbevolkte eiland van Indonesië. Er wonen
hier 2500 mensen in 530 huizen. De naam van het eiland is
afgeleid van het woord Bubungin, een term waarmee zandplaten
worden aangeduid.
Het eiland is eigenlijk een koraalrif dat 200 jaar geleden
door Bajauvissers gebruikt werd om hun netten op te drogen.
Uit angst voor de steeds opdringeriger wordende Samawastam
uit het binnenland besloten de Bajau van het koraalrif hun
permanente woonplaats te maken. Ze bouwden er huizen op
stelten in de Bajaustijl. Dat er plaatsgebrek is blijkt
duidelijk uit het gegeven dat wanneer een man wil trouwen
hij eerst koraal moet storten om het eiland te vergroten.
Of dit in de toekomst nog mogelijk blijft valt te betwijfelen
gezien het gigantische aantal kinderen op het eiland. Toch
is de groei enorm geweest. In 1983 was het eiland 1,2 hectare
groot, tien jaar later was het oppervlakte verdubbeld. De
bevolking leeft enkel en alleen van de visvangst die ze
op de markt in Alas tegen andere waar ruilen. Zelfs de driehonderd
geiten moeten zich op dit vegetatieloze eiland behelpen
met vis.
Op het in het westen gelegen pulau Panjang worden de doden
begraven. Opvallend is dat de kinderen hier bijna allemaal
gouden sieraden dragen. Hieruit, en uit het feit dat het
eiland tegenwoordig stroom, en dus televisie heeft blijft
dat de eilandbewoners nog helemaal niet zo slecht boeren.
De mannen op het eiland beoefenen de Kontau, een gevechtsport
die alleen hier voorkomt.
Pantai Kencana
Een kleine 60 kilometer na Alas ligt Pantai Kencana. Het
strand hier is prima, het koraal vlak voor de kust matig.
Het minst beschadigde koraal ligt links van de tempel op
de rots.
Het is mogelijk hiervandaan boten te charteren naar het
natuurreservaat Pulau Moyo. Verder kun je hier kano's en
snorkelapparatuur huren.
Accommodatie
Langs het strand ligt een touristresort dat in bezit is
van de eigenaar van het Tamborahotel in Sumbawa Besar. De
strandbungalows zijn comfortabel en sfeervol.
Vanaf Kencana Beach is het nog 11 km naar Sumbawa
Besar.
|