Sumbawa Besar
Sumbawa besar is de hoofdstad van het eiland Sumbawa. Op
daken van overheidsgebouwen en op de toegangspoort tot de
stad lees je het motto van de stad : 'Sambalong Samalewa'.
Een vrije vertaling luidt: `Als je rechts wilt verbeteren,
moet je ook links verbeteren, opdat het geheel in evenwicht
blijft'.
bezienswaardigheden
Het Sultanspaleis
De Dalem Loka, het oude sultanspaleis, is helemaal van onbeschilderd
teakhout gebouwd. Voorheen stonden hier drie oudere paleizen.
De eerste sultan van Sumbawa, Harunnurrasyid, die van 1674
tot 1702 regeerde, bouwde hier het eerste paleis, de Bala
Bolong. Zijn zoon bouwde nog twee paleizen, de Bala Sawo
en de Gunung Setia. De Dalam Loka verving deze drie paleizen
en is door de op één na laatste sultan, Muhammad Jalaluddin
Syah III in (1885-1931) gebouwd. Zijn opvolger, Muhammad
Kaharuddin III, die van 1931 tot 1958 regeerde, bewoonde
het paleis tot 1935, waarna hij verhuisde naar een nieuw
onderkomen. Nu is het gebouw geheel leeg.
Het paleis telt 77 zuilen. Oorspronkelijk waren dit er 99,
een aantal dat overeenkomt met het aantal facetten van Allah's
karakter. De strategisch geplaatste trap zorgde ervoor dat
eenieder die het paleis binnenging diep moest buigen voor
de sultan en zijn familie. De zeventien treden komen overeen
met het vaste aantal islamitische gebeden.
In één van de kamers is een magere tentoonstelling ingericht
van een aantal voorwerpen en wat foto's met uitleg. De overige
kamers zijn zo goed als leeg. Toch is het de moeite waard
om even een kijkje binnen te nemen, al is het alleen maar
om een idee te krijgen van het gebouw en hoe het was om
er met zo'n 200 man aan hofbedienden te wonen. De privévertrekken
van de sultan bestaan uit een wapenkamer, een audiëntiezaal
en een slaapkamer. In de audiëntiezaal staat een eenvoudige
van teakhout gemaakte troon. Twee houten lampen zijn met
jarakfruit gedecoreerd, het symbool van vrede, rijkdom en
voorspoed. Een gebedsruimte grenst aan deze ruimte.
De vrouwen hadden aparte vleugels in het paleis en moesten,
zo gebood de islam, zelfs van een zijingang gebruik maken.
Het was de kinderen van de sultan verboden het paleis te
verlaten. Het enige contact dat ze met de buitenwereld hadden
vond plaats door de vensters van het paleis. Om de gunst
van de sultansfamilie te winnen, voerde de lokale bevolking
in het verleden voorstellingen rond het paleis op.
Je kunt het paleis, dat in kampung Seketen aan de rand van
Sumbawa ligt, met een bemo of een dokar (paardenkoets) bereiken.
Het Gele Huis
Het gele huis wordt bewoond door een dochter van Mohammad
Kaharuddin, de laatste sultan. Het is geen museum, maar
op verzoek kun je hier nog enkele erfstukken van het oude
sultanaat bezichtigen.
De omgeving van Sumbawa Besar
Pantai Kencana
Het beste strand van de stad is Pantai
Kencana, op 11 km vanaf de stad in de richting van Poto
Tano, de haven waarvandaan de veerboten naar Lombok vertrekken.
Pamulung
In dit traditionele dorp in de buurt van Sumbawa Besar
worden karbouwenraces gehouden. Tegen betaling is het mogelijk
zo'n race te zien.
Tepas
Dit dorp, 60 km ten zuiden van Sumbawa Besar, is een typisch
West-Sumbawaanse nederzetting.
Van Sumbawa Besar naar Poto Tano
Vanaf Poto Tano vertrekken de veerboten naar Lombok. Lees
hier
meer over de route van Sumbawa Besar naar Poto Tano, maar
dan in tegenovergestelde richting
Van Sumbawa Besar naar Bima
 De
tocht van Sumbawa Besar naar Bima (250 km) voert door savanne's,
tropische bossen en kleine pittoreske baaitjes en haventjes.
De eerste 80 kilometer voert door een saai kaal landschap,
met de voor dit deel van het eiland zo karakteristieke wilgen.
Je ziet ook veel jonge teakaanplant. Na 80 km rij je voor
het eerst langs de zee. Hier is duidelijk de invloed van
de mangrovebossen op de kustlijn te zien. Hierna wordt het
landschap groener en passeer je Labuhan Liang (103 km),
het eerste dorp aan zee. Twee kilometer verder ligt Labuhan
Jambu.
Labuhan Jambu
Langs het vervuilde strand liggen vele bagans, catamarans
met twee zeilen. ´s Nachts gaan de vissers met
deze boten het water op. De zee wordt dan verlicht met sterke
lampen om de vissen aan te trekken, iets dat vanaf de kust
een fraai schouwspel is. De huizen buiten de steden zijn
meestal van hout gemaakt en staan twee meter boven de grond
op palen. Zo houden de bewoners van het huis tijdens de
regentijd de voeten droog.
Na Labuhan Jambu volgt een 40 kilometer lange kustweg.
Bij helder weer kun je links in de verte de Gunung
Tambora zien liggen. Wanneer de weg begint te stijgen
zie je de Kowangkueilanden aan je linkerhand . Vanaf het
hoogste punt (162 km) is het nog 28 km naar Dompu. Langs
deze weg staan veel kapokbomen. De eerste sawas liggen rond
desa Nova, 6 km voor Dompu.
Dompu
Dompu (191 km) zelf heeft buiten een aardige markt weinig
te bieden. De plaats heeft enkele zeer eenvoudige losmens
en restaurants die allemaal langs de hoofdweg liggen.
 Vanaf
Dompu is het nog ruim 60 kilometer naar Bima. Voor en na
het dorp Raro (203 km) staan Kayu Java bomen langs de weg.
Deze grillige oude bomen zijn door gevangenen van de
laatste sultan geplant. Hier kun je ook veel aapjes langs
de weg zien. In deze streek zie je voor het eerst de rimpet,
een sarong die zo gedragen wordt dat het alleen het gelaat
van de vrouw onbedekt laat. Dit is een lokale variant van
de kerundung, de witte hoofddoek van de islamitische scholen.
Een paar jaar geleden waren alleen de ogen onbedekt.
 Zoutbekkens
Bij Muku (227 km), vlak voor Bima liggen veel zoutbekkens.
De lage dijkjes van de zoutpannen worden geopend om het
zoute water binnen te peddelen. Van juni tot en met september
wordt wekelijks geoogst. In 4 maanden tijd haalt men zo'n
2 ton zout per hectare binnen. Veel zout wordt uitgevoerd
naar Java, maar ook naar het buitenland.
 Op
20 km voor Bima passeer je bij desa Belo het vliegveld,
dat tussen de zoutpannen ligt. Iets verderop ligt het heldenkerkhof
rechts van de weg. Op 13 km voor Bima ligt een paardenracebaan
aan de rechterkant van de weg. Vlak voor het binnenrijden
van Bima
liggen strandbungalows rechts van de weg. Het strand ziet
er hier nogal onaantrekkelijk uit.
|