Het Tempemeer in Zuid-Sulawesi
 Dit
meer ligt in het midden van de grote Sengkang-depressie,
een grote slenk die zich over de breedte van het eiland
uitstrekt. Tussen 7100 en 2600 jaar geleden, toen de zeespiegel
ruim 5 m hoger stond, was deze slenk een zeestraat die Zuid-Sulawesi
van de rest van het eiland scheidde. Bodemonderzoek heeft
inderdaad aangetoond dat een gedeelte van het gebied rond
het meer vroeger begroeid was met mangrove.
Het ondiepe meer verkeert nu in zijn laatste levensfase.
Het droogt langzaam op doordat het dichtslibt met modder
die door de rivieren vanuit het sterk aan erosie onderhevige
achterland wordt aangevoerd. Gedurende het droge seizoen
is het meer gemiddeld slechts 1 m diep en 1000 hectare groot.
Tijdens de natte moesson loopt het meer weer vol en in de
maand mei kan het ruim 30.000 hectare groot en bijna 10
m diep worden. Het meer wordt dan gevoed door de rivier
de Bila in het noorden, de Batu-Batu in het westen en de
Walanae, die op de 2870 m hoge Lompobatang ontspringt. De
meest optimistische schattingen voorspellen dat het meer
over 900 jaar volkomen opgedroogd zal zijn. Gemeten vanaf
de laagste waterstand zal dit echter al binnen 320 jaar
het geval zijn.
Overexploitatie van het meer versnelt het proces. De lokale
autoriteiten hebben hierom het vissen op vrijdag verboden.
Van het centrum van het meer, zo’n 230 hectare, is
een natuurreservaat gemaakt. Hier is het in het geheel verboden
te vissen. Nadat de Nederlanders in 1937 verschillende vissoorten
habben uitgezet werd de export van vis een belangrijke inkomstenbron.
Door de afnemende vangsten van de laatste decennia hebben
de mensen rond het meer hun toevlucht gezocht in het verbouwen
van suikerriet, kangkung (waterspinazie) en pinda’s
of het weven van zijden doeken. Veel huizen rond het meer
hebben een traditioneel weefgetouw, de jedokan.
In de rietkragen en tussen de dichte laag waterhyacinten
nestelen maar liefst 29 soorten watervogels, meer dan bij
elk ander meer op het eiland. De waterhyacint, herkenbaar
aan de lila bloemetjes, is nog niet zo lang geleden geïmporteerd
uit Brazilië,
en wordt als veevoer gebruikt. De drijvende vegetatie wordt
op de plaats gehouden door bamboestaken die in de bodem
van het meer zijn geplaatst. Zonder deze wigwam-vormige
constructies zou er voor boten geen doorkomen aan zijn.
In het meer leeft ook de ikan sugili, een enorme aal. Het
voortbestaan van deze aal, die leeft in heldere diepe wateren,
wordt ernstig bedreigd door het slib.
 Een
excursie over het meer
Een tochtje in een van de kleurrijke boten over het meer
is absoluut de moeite waard. De charterprijs van een lopi
pakkaja, zoals de lange prauwen genoemd worden, is ongeveer
€2,- per uur. Qua drijfvermogen kan een prauw 4 zware
personen aan. Een tocht over het meer neemt, afhankelijk
van de waterstand, 3 uur in beslag. Je bereikt het meer
vanaf Sengkang
via de sungai Walanae.
Het is leuk, en een traktatie voor je billen en benen,
om een deel van die tijd te spenderen met het nuttigen van
thee of koffie bij een van de vissers die in de rumah terapung
(drijvende huizen) op het meer wonen. Geef hiervoor een
kleine donatie. Overigens is het ook handig om iets van
kleren in een plastic zak te stoppen waarop je onderweg
kunt zitten, want een paar uur met je billen op een harde
bodem is geen pretje. Neem regenkleding mee en bescherm
je tegen de zon. Hou er rekening mee dat je in de boten
af en toe last heb van opspattend water en hou je camera
dus in een plastic zak paraat. Om vogels te fotograferen
is een telelens natuurlijk een vereiste. Als je een 3 uur
durende excursie via je hotel laat regelen betaal je ongeveer
€8,-, iets meer dus dan hetgeen je betaalt wanneer
je het zelf regelt.
Je hebt absoluut een boot nodig om het meer te bereiken.
Te voet is het meer, dat in de regentijd op slechts 3 km
afstand van het centrum van Sengkang ligt, nauwelijks bereikbaar,
tenzij je tot heuphoogte of hoger door rivieren en moerassen
wilt waden. Wel vertrekken er vanaf Sengkang bemo’s
naar dorpjes rond het meer.
Dorpjes rond het meer
Batubatu
In het traditionele dorpje Batubatu staat een fraai oud
Buginees huis. Het ligt, afhankelijk van de waterstand,
op 1 uur lopen vanaf de westoever van het meer.
Vanaf Batubatu rijden busjes naar Tajuncu (18 km). Als je
een gids uit Sengkang mee hebt genomen, kun je dus een boottocht
over het meer combineren met een bezoek aan dit dorp en
Tajuncu, waarvandaan je met een bemo via Soppeng terug kunt
rijden naar Sengkang.
Tosora
Dit dorp ligt bij hoogwater aan de oever van het meer.
Het is een oude hoofdstad van het vorstendom Wajo en de
belangrijkste plaats van het gebied voor men naar Sengkang
verhuisde. Te zien zijn graven, resten van muren, een kanon
en een 17de eeuwse moskee. Vanaf Tosora rijden bemo’s
naar Sengkang (12 km).
Stel je eigen reis naar het Tempemeer samen met Travelmarker
Reizen
| tmreizen.nl |
  |
Stel je eigen reis naar
het Tempemeer samen met de bouwstenen, vliegtickets
en losse hotelovernachtingen van Travelmarker Reizen |
|