Kruiden
Kaneel
Dit kruid wordt al sinds mensenheugenis gebruikt om verschillende
spijzen of dranken te kruiden. Als de plant 8 jaar oud is
spreken we over een kaneelboom. Voor die tijd is het een
struikachtige, en wordt er uit de bladeren van de plant
olie gewonnen. Een 10 jaar oude boom levert ongeveer 15
kilo kaneel. Met het ouder worden van de boom stijgt de
kwaliteit van de kaneel. Om het kaneel te krijgen haalt
men eerst de buitenste laag van de bast af, waarna de schone
bast in reepjes gesneden wordt. Deze worden gefermenteerd
en in de zon gedroogd. Na dit proces resteren de kaneelpijpjes.
Kruidnagel
Na het planten van de kruidnagelboom duurt het ruim 5 jaar
tot de eerste oogst. De opbrengst is dan nog gering, want
de boom begint pas na 10 jaar echt te leveren. Jaarlijks
brengt een volwassen boom ongeveer 5 kilo kruidnagel op.
De kruidnageloogst is een bijzonder arbeidsintensieve bezigheid.
Vanwege de sterke prijsdaling van de ‘cengkih’ hebben veel
kruidnagelplantages plaatsgemaakt voor kokosnootplantages.
De verbouw van vanille wordt de laatste tijd ook als een
goed alternatief gezien voor mensen die maar over weinig
land beschikken.
Vruchten van Indonesië
Carambola
Deze geelgroene en stervormige vrucht wordt ook wel sterfruit
genoemd (Ind: belimbing). De vrucht, die nu in vele tropische
landen te vinden is, komt oorspronkelijk uit Indonesië
en groeit aan een sierlijke kleine boom. De zoetzure carambola
is prima uit de hand te eten. Hoe groter de vrucht, des
te zoeter de smaak. De belimbing is rijp wanneer de ribben
donker worden. De vrucht wordt door z’n vorm veel als decoratie
bij gerechten gebruikt.
Durian
Deze sterk geurende vrucht komt alleen in Zuidoost-Azië
voor en is de meest beruchte van de fruitsoorten die je
op Sulawesi zult tegenkomen. Door de sterke geur -voor veel
toeristen al genoeg om de vrucht links te laten liggen-
is de durian op verschillende plaatsen verboden, zoals in
vliegtuigen, hotelkamers en openbare gebouwen. De bladeren
van de durianboom, die 20 tot 40 m hoog kan worden, zijn
donkergroen, de onderkant is zilverkleurig. De vrucht zelf
is behalve de geur ook makkelijk te herkennen aan zijn stekelige
scherpe schil, die aan het pijnlijke uiteinde van een middeleeuwse
goeiedag doet denken. De kwaliteit is het best wanneer de
vrucht na rijping gewoon van de boom is gevallen. Om het
vruchtvlees te kunnen eten snij je de durian doormidden,
waarna je de partjes eruit kunt pakken. De pitten kunnen
niet gegeten worden. De smaak is een mix van vanillevla,
knoflook, uien, en schimmelkaas. Toch is de stinkvrucht
bijzonder populair onder de Indonesiërs. De durian
wordt in verschillende lekkernijen verwerkt zoals ijsjes,
snoepjes en koekjes. Soms wordt onrijpe durian als groente
gegeten. In combinatie met alcohol schijnt de durian verdovend
te werken, en teveel van beide kan in verband met de bloeddruk
verhogende werking van de vrucht fatale gevolgen hebben.
Geloofd wordt dat de durian goed is voor de potentie. Volgens
een Indonesisch spreekwoord gaan de sarongs omhoog als de
durians naar beneden komen.
Granadilla
Deze vrucht, familie van de passievrucht, werd in eerste
instantie door de Spanjaarden aangezien voor een kleine
granaatappel; vandaar de naam. De granadilla lijkt op de
passievrucht, maar is geel tot oranje-bruin). Net als bij
de passievrucht is de plant klimmend, en heeft het dezelfde
soort typische bloemen. De smaak is iets zoeter. De vrucht
eet je het makkelijkst als je hem uitlepelt.
Jambu air
De jambu air (waterappel) is een peervormige roze vrucht
die trosvormig aan de Eugenia-boom groeit. Je kunt deze
kleine vrucht zo van de boom af eten. Het witte vruchtvlees
heeft een flauw zure smaak en is zeer verfrissend. De zaadjes
kun je niet eten.
Langsat
De langsat is een kleine ronde vrucht met een gele kleur.
Je opent hem het makkelijkst door met duim en wijsvinger
de bovenkant open te drukken. De partjes hebben een heerlijke
frisse, ietwat bittere smaak, die lijkt op die van grapefruit.
Op Sulawesi tref je deze vrucht vooral tussen maart en juni
aan.
Jeruk
Jeruk is de verzamelnaam voor citrusvruchten. Gewone sinaasappels
worden jeruk manis genoemd. De oorspronkelijk uit Birma
afkomstige limoen, een familielid van de citroen, wordt
jeruk nipis of jeruk pecel genoemd. De felgroene ronde vrucht
wordt vanwege zijn zeer zure smaak zelden als handvrucht
gegeten, en het meest in gerechten of dranken verwerkt.
Als je deze vruchten plukt moet je uitkijken voor de kleine
stekels die zich op de boom bevinden. De enorme jeruk muntis
of jerunga staat bij ons bekend als de pomelo. Laat deze
overheerlijke vrucht, die qua smaak veel wegheeft van een
zoete grapefruit, niet aan je voorbijgaan.
Mangistan
De mangistan (Ned: mangosteen) wordt vanwege het kroontje
bovenop de vruchten de paarsachtige kleur de koningin onder
de vruchten genoemd. Bij het verwijderen van de houtachtige
schil moet je uitkijken dat je het rode sap in de schil
niet op je kleding krijgt -het is onuitwasbaar. Aan de schil
kun je ook zien of de vrucht vers is of niet. Wanneer de
schil deukjes heeft is het vruchtvlees uitgedroogd. Op de
zoetzure partjes kun je naar hartelust sabbelen. De pitten
kun je niet eten. De stempeldelen aan de onderzijde van
de vrucht vertellen hoeveel partjes de vrucht bevat. Een
vrucht met 4 partjes vruchtvlees brengt geluk. De mangosteen
wordt in Indonesië vaak kemendjing of memendjing genoemd.
De garcinia mangostana, de boom waar de vrucht aan groeit,
komt oorspronkelijk uit het regenwoud van Maleisië
en kan12 m hoog worden. De boom levert pas na 10 jaar vruchten.
Mango
De mango (Ind: mangga) komt oorspronkelijk uit India. Daar
wordt hij al 4000 jaar verbouwd en gebruikt bij ceremonies.
De niervormige vrucht komt in vele kleuren voor, van geelgroen,
geel, groenrood tot rood. Het vruchtvlees is altijd oranje-geel
van kleur. Je kunt de mango zowel rijp als onrijp eten.
Als de vrucht rijp is geeft het vruchtvlees mee als je er
zachtjes op drukt. De altijd groen blijvende mangoboom kan
40 m hoog en 100 jaar oud worden en groeit het best in droge
gebieden. De jonge roodbruine blaadjes worden soms rauw
gegeten als groente of als veevoer gebruikt. Wanneer het
vee teveel van deze bladeren eet wordt de urine een dikke
geelachtige vloeistof. Deze kan als verf gebruikt worden,
het zogeheten Indisch geel.
Nangka
De nangka (Ned: broodvrucht) lijkt op de durian, maar heeft
kleinere stekels. De vrucht kan als hij geel en rijp is
20 kg wegen. In de boom (Lat: Artocarpus integrifolia) is
vaak een papieren zak om de vruchten gewikkeld om te voorkomen
dat vleermuizen en vogels ze van de boom afroven. Na de
vrucht in stukken gesneden te hebben kun je de gele en rubberachtige
partjes eruit pakken en zo opeten. De vrij grote pitten
zijn niet eetbaar. Het vruchtvlees wordt ook gekookt in
verschillende gerechten gebruikt, zoals in nasi gudeg.
Papaya
De papaya komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, en is verwant
aan de meloen en de pompoen. Een rijpe papaya is groen-geel
of oranje, en het vruchtvlees kan variëren van geel,
oranje tot rood-oranje. De vrucht kan 40 cm lang worden
en 6 kg wegen. De papaya heeft een muskaat-achtige smaak.
De zwarte zaadjes in de vrucht kunnen niet gegeten worden.
De onrijpe vrucht en de bladeren worden soms als groente
gegeten. De papayaboom groeit bijzonder snel en kan ruim
10 m hoog worden. De vruchten groeien bovenin de boom onder
de handvormige bladeren. Volgens een inheems gebruik moeten
zwangere vrouwen een papayapitje planten. Na 9 maanden zijn
de vruchten rijp en dienen dan als voedsel voor de baby
Passievrucht
De passievrucht komt oorspronkelijk uit Brazilië en
heeft een groot aantal namen; marquisa, markoesa, buah susu,
buah negeri en buah konyal. De rood-bruine en soms purperkleurige
vruchten zijn rond of ovaal van vorm. De bloem van de klimplant
heeft paars-witte blaadjes. Als de vruchten net van de plant
komen hebben ze een harde glimmende gladde schil. Deze gaat
er al snel rimpelig uitzien. Dit maakt verder niet uit voor
de smaak van het gelige zoetzure vruchtvlees, dat je er
met pitjes en al kunt uitlepelen.
Pisang
De pisang komt in vele soorten voor. De pisang mas is de
kleinste banaan, ongeveer zo lang als een duim. De pisang
tanduk, die een lengte van maar liefst 30 cm kan bereiken,
is de langste. Een bananenplant produceert 5 tot 10 kilo
bananen. Deze hangen in kammen van minimaal 10 stuks langs
een tros naar beneden. Elke plant heeft slechts een tros,
en dus ook maar een bloem. Deze paarse bloem wordt eveneens
gegeten als groente in de sayur lodeh of acar. Na het afvallen
van de tros sterft de plant. Vanuit de wortel komen vervolgens
gemiddeld 3 spruiten op, die na 1 jaar bananen produceren.
Rambutan
De rambutan wordt ook vaak het broertje van de lychee genoemd.
De ronde vrucht is afkomstig uit Indonesië en Maleisië.
De vrucht dankt zijn naam aan het Maleise woord rambut (haar),
vanwege de rubberachtige harige stekels van de schil. De
vruchten hangen in trossen aan de boom. Deze groeit het
best in het laagland, en kan zo’n 20 m hoog worden. Als
de rambutan rijp en vers is, zijn de stekels rood of geel
van kleur. Wanneer je hem niet direct opeet verkleurt hij
naar bruin. Het zoetzure vruchtvlees is wit en sappig. Uit
de bittere pit werd vroeger bakolie gewonnen.
Salak
De salak wordt vanwege zijn geschubde roodbruine schil
vaak de slangenhuidvrucht genoemd. De vrucht is makkelijk
te eten door de schil eraf te halen en hem in partjes te
breken. De salak smaakt als een zurige, beetje bittere appel.
De pitten kun je niet eten.
Sirzak
De sirzak (Ned: zuurzak) is rijp als hij zacht aanvoelt
en de wratachtige groene schil donkere vlekken krijgt. Het
vruchtvlees is zacht en wit. Door zijn limoenachtige smaak
is de sirzak een goede dorstlesser. Je kunt de vrucht in
stukken snijden of schillen.
Tamarillo
De uit Peru afkomstige tamarillo (Ned: boomtomaat) wordt
op de meeste eilanden buah belanda of buah jepang genoemd.
Blijkbaar is men er nog niet uit of de Nederlanders of de
Japanners de vrucht hebben geïntroduceerd. De tamarillo-bomen
groeien op redelijk hoge plateaus. De gladde schil kan van
oranje tot purper kleuren. Het vruchtvlees is oranjerood,
rijk aan kalium en fosfor, en zoetzuur van smaak. De vrucht
kun je het makkelijkst uitlepelen en de zwarte pitjes gewoon
opeten. Pas op met het sap van het fruit, vlekken krijg
je nauwelijks uit je kleding.
|