Religie
 Bali
was een toevluchtsoord voor de door de Islam verdreven Hindoe-elite
van Java. Ook de laatste vorstenzoon van Majapahit vluchtte
naar het eiland. De Balinezen hebben hier tot op de dag
van vandaag hun religie levend weten te houden. Tegenwoordig
is Bali dan ook het laatste Indonesische eiland waar het
merendeel van de bevolking Hindoe is.
De Hindu Dharma religie kent drie levenstadia, Utepeti,
Setiti en Pralina. Volgens de religie bestaat de mens uit
twee delen, het lichaam en de ziel. Tijdens ceremonieële
optochten dragen de mannen de heilige voorwerpen uit de
tempel, zoals de speren en pajongs en de doeken om de goden
te kleden.
Gebruiken
De Balinees deelt zijn omgeving in in goed en kwaad. Zo
plaatst hij de berg (goed) tegenover water (slecht). Daarom
ligt de moedertempel (Besakih) ook bij de gunung Agung (de
hoogste vulkaan op Bali). In zee huizen volgens de Balinees
toch enkel demonen, zeeslangen en haaien. De Balinees gelooft
echter niet dat iemand goed of kwaad is, maar zoekt balans.
Elk mens is goed en kwaad. Je hebt de sekala en niskala
en de realiteit is de interactie tussen deze wereld. Een
lichaam bestaat uit hoofd (hemel) lichaam (wereld) en voeten
(hel), netzoals het universum.
Tandenvijlen
In het leven van de Balinezen die tot de hogere kaste
behoren is het tandenvijlen een belangrijke gebeurtenis.
De scherpe punten van de natuurlijke tanden, die volgens
de Balinees dierlijk zijn, worden weggevijld, waarna men
een volwaardig mens wordt. De scherpe randen van de vier
boven-voortanden en twee snijtanden symboliseren de zes
slechte eigenschappen: slordigheid, luiheid, besluiteloosheid,
zinnelijkheid, pronkzucht en hebzucht.
Het tandenvijlen wordt gedaan door een priester uit de kaste
der Brahmanen. Voor het vijlen wordt de persoon drie dagen
in afzondering gehouden, waarna de plechtigheid op het erf
van de ouders plaatsvindt. Het slijpsel wordt achter het
altaar van de voorouders begraven.
Crematie
 De
dood staat centraal in het leven van de Balinezen. Ze geloven
in reincarnatie na de dood. Om de ziel los te maken van
het lichaam is crematie een vereiste. Tijdens de voorbereidingen
worden geloofsbrieven voor de goden, doeken en beeldjes
aan de dode meegegeven. Men rouwt niet in het openbaar als
de dode een lang en goed leven heeft gehad. Huilen stoort
de ziel, die daardoor moeite heeft om te vertrekken. De
crematietoren stelt de aarde voor en het aantal daken erop
de rang van de overledenen. Uit de toren hangt een lange
witte doek die door familie vast gehouden wordt ten teken
van hun band met de dode.
 Op
elk kruispunt worden rondjes gedraaid om de geesten op een
dwaalspoor te brengen, zodat ze niet terug kunnen keren
om de nabestaanden lastig te vallen. Als toerist ben je
altijd welkom op een crematie, zolang je je maar gepast
gedraagt. Net als op andere eilanden stijgt de status van
de overledene met het aantal bezoekers.
Hanengevechten
Hanengevechten zijn het meest geliefde volksvermaak op
Bali. Een hanengevecht vindt plaats ter gelegenheid van
reinigingsceremonieën die het dorp moeten zuiveren van kwade
magische invloeden. Een hanengevecht is zowel een sport
als een gokspel. Het is een gevecht op leven en dood. Aan
de poten van het dier worden vlijmscherpe mesjes gebonden,
waarmee de tegenstander dodelijk verwond kan worden.
Balinese schilderkunst
 In
tegenstelling tot de Javaan, voor wie de geesten die de
natuur bevolken onzichtbaar zijn, weet de Balinees precies
hoe ze er uit zien. Vervaarlijk grijnzende, van slagtanden
en klauwen voorziene demonen komen steeds terug in de traditionele
en moderne Balinese schilderkunst. De mooiste voorbeelden
van Balinese schilderkunst zijn te zien in de musea van
Ubud, het cultrurele centrum ban Bali. Een bezoek aan
deze musea is ook voor de niet-kunstminnaar de moeite waard.
Veel Balinese schilders zijn beinvloed door kunstenaars
als Bonnet en Spies, Europeanen die zich al voor de tweede
wereldoorlog op Bali hadden gevestigd.
Balinese dansen
 Dans
en theater zijn op Bali onderdeel van bijna alle rituelen
en onlosmakelijk verbonden met religie en cultuur. Helaas
zijn de dansen die voor ons worden opgevoerd meestal nogal
toeristisch. De sierlijke gratie waarmee de dansers zich
voortbewegen is en blijft echter fascinerend. Tip: Neem
voor een avondvoorstelling een flitser en muskietenolie
mee en draag een lange broek en blouse tegen de muggen.
Kom op tijd voor de beste plekken.
 Kecakdans
In vroeger tijden diende de kecakdans om boze geesten te
verdrijven, die zich in de vorm van besmettelijke ziekten
lieten gelden. In feite was het dan ook een soort bezweringsdans.
De beste kecak & Fire dance is die die in Batubulan, een
plaats iets ten zuiden van Ubud,
opgevoerd wordt.
Sanghyang dedari
Tijdens de religieuze `sanghyang dedari' (dans van de hemelnymfen)
worden hele jonge meisjes in trance gebracht. Oorspronkelijk
kon het wel de halve nacht duren voordat de door rook bedwelmde
meisjes in trance waren gebracht en hun dan konden uitvoeren.
 Barongdans
De mythische leeuw-draak Barong is ondanks zijn angstaanjagende
uiterlijk een geliefd personage uit de gelijknamige dans.
Rangda is de afzichtelijke heks, en verpersonificatie van
het Kwaad, dat onsterfelijk en dus altijd aanwezig is. Sommigen
vergelijken haar met Durga, de Indiase godin van de Dood.
Rangda heerst over de leyaks, spoken die op begraafplaatsen
en kruispunten van wegen rondwaren. Oorspronkelijk begon
de Barongdans tegen het vallen van de avond. Tegenwoordig
heeft de Barong vaak s'ochtends plaats, om tegemoet te komen
aan de filmende en fotograferende toeristen. Voorstellingen
vinden in en om Ubud plaats
 De
Rejang Pusung
Deze dans is een variatie op de heilige Rejang-dans, en komt
alleen in Griana Kauh, een dorp in Karangasem voor. De dansers,
meisjes van zeven tot tien jaar oud, dragen met bloemen gedecoreerde
hoofddeksels, de Pusung. Ze verbeelden de engelen die de almachtige
verwelkomen bij diens afdaling naar de aarde. De dans wordt
begeleid door de Sonding, een gamelanorkest. De voorstelling
vindt meestal in November plaats.
Architectuur
Tempels
 Voor
de leek is het onmogelijk de ouderdom van een Balinese tempel
te schatten. Een 11e eeuwse tempel verschilt alleen in nuances
van een tempel die tien jaar geleden gebouwd is. Daarnaast
worden ook aan zeer oude tempels vandaag de dag nog altijd
stukken toegevoegd.
De raksasa's, de bol-ogige demonen in steen, bewaken de
toegang tot de tempel. Het hindoeïstische symbool voor wijsheid,
zien we ook vaak bij tempels en is omgekeerd aan het hakenkruis
van nazi-duitsland.
 Elke
markt heeft zijn eigen tempel, de Pura Melanting. Om de
handel te bevorderen wordt hier 's ochtends gebeden. Er
worden bloemen en voedsel, meestal zoete cake, geofferd
aan Ida Bhatara Melanting, de God van de tempel. Het fruit
dat bij de tempelceremonies wordt geofferd, wordt vervolgens
opgegeten en soms zelfs op de markt verkocht.
Om de 210 dagen vindt de Piodalan, de verjaardag van de
tempel plaats. Omdat de Balinees in tegenstelling tot de
Nederlandse kerkbezoeker deelneemt aan ceremonies bij meerdere
tempels, betekent dit dat iedereen afzonderlijk veel dagen
per jaar bezig is met de voorbereidingen van een tempelfeest.
Huizen
 Het
traditionele Balinese huis bestaat uit een aantal gebouwen
die door een muur worden omgeven. Het ommuurde gebied heet
de karang sikut satak. De hasta bumi, een oud lontargeschrift,
geeft precies aan hoe een karang sikut satak eruit moet
zien en waarom. In het hoofdstuk tri hita karana wordt de
oppervlakte in drie niveau's verdeeld. Het hoofdniveau is
de utama, het middelste de madya en het laagste de nista.
In de utama ligt de sanggah, de tempel van de voorouders.
In de madya staan vier gebouwen, de bale danging, de bale
dauh, de bale daja en de paon. In de bale dangin worden
religieuze ceremonies en bruiloften gehouden. Het gebouw
staat tegenover de bale dauh en wordt omringd door de natah,
een tuintje. De bale dauh was oorspronkelijk een gebouw
van zes pilaren en een slaapkamer. Tegenwoordig telt de
bale dauh vaak meerdere slaapruimtes. De bale daja staat
direct ten noorden van de bale dauh. Hier slapen de oudere
familieleden, zoals de grootouders. De bale daja staat tegenover
de paon, de keuken. De ruime paon staat in het zuidelijke
deel van het erf, en heeft een aardewerk haard waarop gekookt
wordt. De haard heet de cangkem paon, ofwel de mond van
de keuken.
| baliforyou.com |
  |
| Uitgebreide portal over de
Balinezen en hun cultuur. Aanrader! |
| treks.com.np |
  |
| Kijk hier wat je te wachten
staat als je geen goede hindu bent. Niet fijn ! |
Bezoek Bali met Travelmarker Reizen
| tmreizen.nl |
  |
| Bezoek Bali op een van de
zeer bijzondere rondreizen met privé-chauffeur
van Travelmarker Reizen. |
|