De tongkonan
 De
Toraja kennen 2 soorten huizen. Het gewone huis heet de
banua, het traditionele huis de tongkonan. In tegenstelling
tot een banua vertegenwoordigt de tongkonan een ramage (clan)
tot welke de mensen behoren. Het is voor de Toraja het symbool
van hun verbondenheid met de voorouderlijke grond. Tongkon
betekent ‘zitten’. Het huis wordt gezien als de stoel van
de voorouder die het heeft gesticht en waakt over zijn nazaten.
Oorspronkelijk werden ze alleen voor de adel gebouwd, maar
tegenwoordig kan elke familie een tongkonan hebben. Net
als het Buginese huis heeft de tongkonan grote deuren en
ramen. Het bouwwerk wordt zonder spijkers gebouwd, als het
ware als een enorme driedimensionale legpuzzel. Er worden
alleen hout- en rotanverbindingen gebruikt. Tongkonan kunnen
soms honderden jaren oud zijn, maar nog in een zeer goed
staat verkeren omdat kapotte delen gemakkelijk vervangen
kunnen worden. Net als bij de tribale architectuur van andere
Indonesische volkeren kun je aan de buitenkant van het huis
de status van de bewoners aflezen.
Symbolieken
De buitenste muren bestaan uit fraai besneden panelen met
geometrische motieven of gestileerde afbeeldingen van dieren
in de kleuren zwart, wit, rood en geel. Zwart wordt geassocieerd
met de nacht en de dood, wit is de kleur van vlees en botten
en wordt geassocieerd met reinheid en god. Rood symboliseert
het menselijk leven (bloed) en geel de goddelijke macht
en zegen. Geel is eveneens de kleur van de adel. De kleuren
worden op een natuurlijke wijze verkregen door het mengen
van klei, kalk en houtskool. Palmwijn wordt gebruikt om
de kleuren te fixeren. Vooral de voorkant van het huis is
meestal rijkelijk versierd. Bovenin zie je de pa’barre allo,
2 cirkels die de zon, de maan en de eenheid symboliseren.
De hanen (manuk of londong) stellen gerechtigheid voor,
aangezien vechthanen gebruikt worden om een geschil op te
lossen. De haan wordt ook gezien als intermediair tussen
hemel en aarde, omdat hij door zijn kraaien de zon op laat
komen. Eronder zie je vaak afbeeldingen van sirihbladeren,
die samen met betelnoot bij het brengen van offers een belangrijke
rol spelen. Vierkante kruismotieven (pa’doti langi) benadrukken
rijkdom, en hebben oude Indiase textiel als inspiratiebron.
Vissen, kreeftjes en kikkervissen houden verband met het
leven opwekkende water, terwijl de laatsten ook nog eens
de hoop op veel kroost vertegenwoordigen. Afbeeldingen van
buffels en krissen symboliseren leiderschap en worden alleen
op de huizen van traditionele leiders aangetroffen.
 De
gevelspits, die de ririposi wordt genoemd, symboliseert
het vrouwelijke aspect van de kosmos, de verbinding tussen
hemel en aarde. De paal moet de inwoners van het huis tegen
boze geesten beschermen. De ririposi is gemaakt van nangka-hout
en wordt tijdens feestdagen versierd met vruchtbaarheidssymbolen.
Het aantal buffelhorens op de gevelspits geeft de status
en rijkdom van de bewoners van het huis aan. Ze herinneren
aan in het verleden gehouden ceremonies, waarbij grote aantallen
buffels zijn geslacht. Af en toe zie je een realistische
houten buffelkop met echte horens tussen of boven de rij
buffelhorens. Deze kop wordt de kabongo genoemd, en is voorbehouden
aan de huizen van de hogere adel die een dirapai-ceremonie
hebben gehouden. Soms is de kop voorzien van een katik,
de kop van de mythische bosvogel Lando Kollong. Dit betekent
dat de tongkonan financieel heeft bijgedragen aan de ma’bua-ceremonie,
de belangrijkste ceremonie van het oosten. In de mythe over
de creatie van de kosmos is Lando Kollong de vrouw van de
eerste haan van het gebied.
De vorm en het formaat van de onderbouw steekt sterk af
tegen het massieve dak. In liederen wordt de onderbouw bezongen
als een buffel, en het dak als een vogel. Het hoog boven
de gevels oplopende zadeldak staat uit respect voor de goden
in de richting van het noordoosten. Dit is eveneens de richting
van de oorsprong van de Toraja. Sommigen menen dat de vorm
van het dak afgeleid is van buffelhoorns, anderen stellen
dat de vorm een overblijfsel is van de schepen waarmee de
voorouders naar Sulawesi zijn gevaren. Volgens de overlevering
bouwden de voorouders hun prauwen namelijk om tot huizen.
Het dak, dat uit bovenop elkaar gestapelde lagen bamboe
bestaat, moet om de 50 jaar totaal vervangen worden. Om
rotting tegen te gaan wordt het bamboe tegenwoordig vaak
met een zinken dak bedekt. Soms wordt alleen het zinken
dak geplaatst en bamboe achterwege gelaten.
De indeling van de tongkonan
Bij de bouw van de tongkonan nemen de windrichtingen een
centrale plaats in. Het westen (zonsondergang: de dood)
wordt aan het zuiden (onderwereld) gerelateerd, en het oosten
(zonsopkomst: leven) aan het noorden (bovenwereld). Het
voorste gedeelte van de tongkonan wordt vergeleken met het
hoofd van het lichaam en de naar buiten hellende façade
is het lindo banua (gezicht van het huis) of het lindo puang
(gezicht van de goden). De Toraja geloven dat de goden via
de façade de tongkonan in en uit gaan. De achterkant
van het huis, de pollo banua, is op het zuiden gericht.
Naast de sumbung, waar de eigenaar van het huis en diens
vrouw slapen, ligt hier ook de kamer van de ‘zieken’. Dit
zijn de overledenen die wachten op hun begrafenisceremonie.
Ze worden hier tegen de zuidelijke muur aangelegd met de
voeten naar het westen. De Toraja slapen nooit met hun voeten
naar het westen gericht, aangezien dit de richting van de
dood is. Het lijk verlaat de woning ook via de westelijke
ingang van de tongkonan. De voorste, noordelijke kamer,
is de tangdo of sondong. Dit is de kamer waar gasten worden
ontvangen en ceremonies worden gehouden. Hier slapen ook
de ongetrouwde dochters, hoewel sommige tongkonan een apart
vertrek voor hen hebben. Tussen de voorste en achterste
kamer ligt de sali. Deze ligt iets lager dan de aangrenzende
vertrekken en is in feite de woon- eetkamer van het huis.
De keuken bevindt zich altijd in het oosten van de sali,
waar de leven- en dus voedselbrengende zon opkomt. In de
sali slapen de ongetrouwde zonen. De kamers hebben kleine
ramen en worden door lage doorgangen met elkaar verbonden.
Ook de deur die toegang geeft tot het huis is laag, zodat
een bezoeker altijd een nederige houding moet aannemen als
hij een huis binnengaat. De woonvertrekken zijn de middelste
wereld, het hier en nu. Op de zolder, de heilige bovenwereld
of hemel, worden de erfstukken bewaard. Alles tussen de
lange steunpilaren onder het huis is de bala-bala, waar
de dieren leven. Dit is de benedenwereld, het domein van
Puang Tulakpadang. Hij en Puang Matua, de hoogste god van
puya, houden als tegengestelde krachten de aarde in balans.
De placenta (lolo) van een pasgeboren kind wordt in een
rieten zak aan de oostkant van het huis begraven, daar waar
de nieuwe dag (geboorte) aanbreekt. Dit is het symbool voor
de eeuwige verbintenis van de nieuwe bewoner aan de tongkonan.
De rijstschuur
Geen tongkonan is compleet zonder alang (rijstschuur).
Een legende verklaart waarom de Toraja ertoe over zijn gegaan
speciale rijstschuren te bouwen. Oorspronkelijk werd de
rijst in het woonhuis bewaard, maar deze verdween op onverklaarbare
wijze. Consultatie met de rijstgod bracht aan het licht
dat de rijst, het symbool van het leven, niet onder een
dak wilde vertoeven met de ‘zieken’ die in de zuidelijke
kamer op hun begrafenisceremonie lagen te wachten.
Des te meer rijstschuren een huis heeft, des te meer aanzien
de bewoners genieten. Ook het aantal palen waarop de schuur
rust is statusbepalend. De gewone rijstschuur heeft er 4,
de rijstschuren van de adel 6 of 8. De schuur, die lijkt
op een miniatuur-tongkonan, is altijd naar het zuiden gericht.
Omdat de rijstschuur gezien wordt als een verlengde van
het noordelijke deel van de tongkonan is dit gericht zijn
op de onderwereld geen bezwaar. De tongkonan is het ‘moeder’-huis,
de rijstschuur het ‘vader’-huis. De tweede verdieping mag
alleen worden gebruikt voor de opslag van rijst. De palen
waarop de schuur rust zijn altijd glad, zodat ratten de
kostbare voorraad niet kunnen bereiken. Tijdens ceremonies
nemen belangrijke gasten plaats op de eerste verdieping,
waar ook het eten opgediend wordt. Op natte dagen is het
eveneens een schuilplaats tegen de regen, en af en toe wordt
er geslapen. De parampa is de ruimte tussen de rijstschuur
en de tongkonan. Hier spelen de kinderen, houden de mannen
hanengevechten en drogen de vrouwen de koffie.
Tongkonan-riten
 Bij
het bouwen of verbouwen van een tongkonan moeten verschillende
ceremonies worden uitgevoerd, waarbij altijd dieren geofferd
worden. Voor elke boom die voor de bouw van het huis wordt
omgehakt moet een kip worden geslacht. Bij het op maat zagen
van het hout moet nog een varken worden geofferd. Het plaatsen
van de gevelspits (ririposi) en het dak vereist het offeren
van nog een varken. De mangrara banua is de uiteindelijke
inwijdingsrite van het huis. Deze ceremonie kan bij de hoge
adel 3 dagen duren, en wordt dan mangrara banua ditallu
rarai genoemd. Op de eerste avond worden maar liefst 12
varkens geslacht. Op de belangrijkste dag worden zoveel
mogelijk dieren geslacht. Er wordt nauwgezet aangetekend
wat ieder lid van de tongkonan inbrengt als offer. Het vlees
wordt volgens verdeeld. Dit gebeurt al naar gelang de status
van de deelnemers. De priesters komen als eerste aan de
beurt, daarna volgen de adel en de houtsnijders. Er worden
traditionele dansen gehouden, zoals de zeer speciale ma’gella-dans.
Uiteindelijk klimt de ma’bubeng, de leider, het dak op om
daar met een fakkel de kwade geesten te verdrijven en de
atmosfeer te zuiveren.
Het verbouwen verhoogt de status van een tongkonan en verschaft
de leden ervan meer aanzien. Het komt voor dat alleen om
deze reden een goed huis afgebroken en weer opgebouwd wordt.
In tegenstelling tot rijstschuren moet dit altijd op dezelfde
plek gebeuren vanwege de placenta’s die naast het huis begraven
liggen. Ieder lid van het huis -ook degene die al jaren
elders woont- moet bijdragen in de bouwkosten. Voor minder
draagkrachtigen kan de inbreng van een kleine hoeveelheid
rijst al voldoende zijn. Overigens komt het ook wel eens
voor dat niet-leden middels de inbreng van een gift proberen
het lidmaatschap van een tongkonan te verwerven. Aangezien
-afgaand op stambomen die meerdere generaties teruggaan-
iemand tot wel 100 verschillende tongkonans kan behoren,
is het soms voor de echte leden onmogelijk te bepalen of
het geschenk moet worden geaccepteerd of geweigerd. Meestal
komt het niet zover, aangezien de meeste lidmaatschappen
in de praktijk niet verder gaan dan tweede- of derdegraads
verwantschappen. Leden van een tongkonan hebben het recht
in het graf van die tongkonan begraven te worden.
Tegenwoordig zijn tongkonans voor velen te kostbaar om
te bouwen. Slechts de echt rijke adel is in staat zo’n huis
te bouwen, dat dan alleen nog als statussymbool fungeert
en meestal met een goedkoper zinken dak wordt uitgevoerd.
De eigenaar woont dan vaak niet eens meer in de tongkonan,
maar in een comfortabeler betonnen huis of een ruim houten
huis in Buginese stijl. Tegenwoordig zie je steeds vaker
huizen met verdiepingen. De onderkant is ruim en in Buginese
stijl gebouwd, de bovenverdieping is in feite een kleine
tongkonan. Zo worden de eisen van de moderne Toraja gecombineerd
met diens traditie.
Bezoek Toraja met Travelmarker Reizen
| tmreizen.nl |
  |
| Bezoek Toraja tijdens een
zeer bijzondere vakantie met privé-chauffeur
van Travelmarker Reizen. |
|