Religie van de Toraja
 De
oude religie van de Toraja heet aluk to dolo, dat letterlijk
vertaald het geloof van de voorouders betekent. Dit geloof
schrijft voor dat de zielen van de voorouders beschermd,
gerespecteerd en verzorgd dienen te worden. De aluk to dolo
kent meerdere goden, waarvan Puang Matua de belangrijkste
is. Deze god heeft de aarde, de mensen en de dieren geschapen.
Zijn 3 boodschappers heersen over de vlakten (de aarde en
de mensen), de hemel (regen, wolken en wind) en de steun
van de aarde (aardbevingen en water). Voor de Toraja is
de kosmos dan ook verdeeld in een bovenwereld, een aardse
tussenwereld en een onderwereld. Christelijke missionarissen
gebruikten vroeger vaak Pong Matua’s naam, als ze het over
de Heilige Vader hadden. Het christelijk geloof van de Toraja
is dan ook doorspekt met invloeden van de aluk to dolo.
Hoewel rond driekwart van de Toraja is overgegaan tot het
christendom, is de traditionele religie bij lange na geen
dode godsdienst. De laatste jaren worden de ceremonies door
de toegenomen welvaart zelfs steeds grootser. In tegenstelling
tot het verleden, toen de vers gekerstende Toraja zich onder
de grond lieten begraven, wordt steeds meer gekozen voor
de traditionele graven. In 1969 werd de aluk to dolo officieel
erkend als tak van het hindoeïsme. De achterliggende
gedachte bij deze erkenning was Tator voor het toerisme
te promoten. Op identiteitskaarten staat bij geloof ‘Alukta’
vermeld, een afkorting van aluk kita, dat ‘ons geloof’ betekent.
De rituelen
Volgens het oude geloof heeft de aarde een hoofd (ulu)
en een staart (ikko), die respectievelijk het noorden en
zuiden aangeven. Het oosten, waar de zon opkomt, staat gelijk
aan het leven en het westen aan de dood. Het noordoosten
(deate) is de verblijfplaats van de goden en het zuidwesten
is het dodenrijk (puya) waar de zielen verblijven, en waarvandaan
ze door middel van de juiste ceremonies kunnen opklimmen
tot het niveau van heiligen. De Toraja kennen in overeenstemming
met hun kosmos 2 soorten rituelen; de rituelen van het oosten
(aluk rampe matallo of rambu tuka) en de rituelen van het
westen (aluk rampe matampu of rambu solo). De rituelen van
het oosten worden ook die van de ‘stijgende rook’ (het leven)
genoemd en die van het westen de rituelen van de ‘dalende
rook’ (de dood). De laatsten zijn de reden waarom veel toeristen
naar Tator komen. Tijdens de rituelen van de stijgende rook,
welke altijd in de ochtend plaats vinden, wordt lichte kleding
gedragen, terwijl bij de rituelen van de dalende rook, die
in de namiddag plaats vinden, donkere kleding gedragen wordt.
Vroeger werden dodenfeesten uitgesteld tot na de oogst omdat
de ceremonies van leven en dood niet tegelijkertijd mochten
plaatsvinden. Doordat de economie steeds meer terrein wint
op traditie, en er het hele jaar door oogsten mogelijk zijn,
komt het steeds vaker voor dat de ceremonies van de stijgende
en dalende rook elkaar overlappen.
Het hele jaar door worden er in Toraja ceremonieen gehouden,
de piek ligt echter tussen de maanden juni-september. Dit
is de droge tijd, er is dan weinig werk op het land. Vooral
de maand juli is populair. Dan is het schoolvakantie en
kunnen de kinderen meehelpen. De meeste kans op een begrafenisceremonie
maak je in het begin van de week. Dinsdag is een ideale
dag. Het is dus verstandig om hier rekening mee te houden
bij de planning van een bezoek. Met name in het weekend
heb je over het algemeen minder kans op begrafenisceremonieen.
Dan maak je wel weer meer kans een huwelijksfeest bij te
wonen.
De riten van het oosten
De rituelen van het oosten zijn de levensrituelen die
bij geboorte, besnijdenis, de bouw van huizen (de mangrara
banua- en merok-ceremonie), huwelijken, oogst (de mabugi-
en mabua-ceremonie), en ziekten (de maro-ceremonie) gehouden
worden. Ze worden slechts zelden gehouden en beperken zich
tot het ceremonieel slachten van karbouwen, varkens of kippen.
De ziel van het dier zal een boodschap, zoals de hoop op
een rijke oogst, een goede gezondheid of de voorspoedige
bouw van een huis overbrengen.
De riten van het westen
De rituelen rond de dood nemen in het leven van de Toraja
een centrale plaats in. Ze luiden het begin van een nieuw
leven in. Wanneer bij de begrafenis de door de aluk to dolo
voorgeschreven rituelen op de juiste wijze zijn toegepast,
bereiken de zielen van de doden de bovenwereld (Puya), waar
de sociale status en rijkdom behouden zullen blijven. Daarnaast
verhogen de dodenrituelen de status van de nakomelingen.
In tegenstelling tot de Balinezen, die hun doden cremeren,
geloven de Toraja dat de ziel alleen het hiernamaals kan
bereiken wanneer het lichaam intact blijft. De hoogste autoriteit
in Puya, de god Ponglalondongna, beslist of iemand toegelaten
wordt. De zielen van de bij een begrafenis geslachte buffels
dragen de ziel van de overledene naar de top van de Gunung
Bambapuang, de poort tot puya.
Bezoek Toraja met Travelmarker Reizen
| tmreizen.nl |
  |
| Bezoek Torajaland tijdens
zeer bijzondere bouwstenen met privé-chauffeur
van Travelmarker Reizen. |
|