gedetailleerde informatie over diverse landen waar is de camping, wat kost deze kamer, hoe ruil ik een woning en nog veel meer..... alles over vluchten, vliegvelden, auto's, campers, motoren, treinen, metro's, bus- en bootreizen zoek een groepsreis, een cruise of een vlucht met hotel uitgebreide info en tips voor een actieve  vakantie ! tips over bagage, geld, reisdocumenten, gezondheid en nog veel meer ! zoek een nieuwsgroep, reisgenoot, reisverslag, fotoreportage, reisgids of landkaart !
Travelmarker Homepage

De cultuur van Sulawesi - Religie - Torajabegrafenis

reis terug  
tautau bij Tampangallo © Travelmarker Reizen

De verschillende begrafenisceremonies

De manier waarop de Toraja hun doden begraven is uniek in de wereld. Er zijn verschillende ma’tomate of begrafenisceremonies, al naar gelang de status, rijkdom of leeftijd van een overleden persoon (tomate betekent dode mens). Ze zijn genoemd naar het aantal nachten dat ze duren, aangezien de duisternis geassocieerd wordt met de dood. De disilli is de begrafenis van een baby uit het gewone volk. Er wordt slechts een varken geslacht en de baby wordt, indien hij of zij nog geen tanden had, in een boom begraven (liang pia). Voor de rest van het gewone volk wordt de dipasangbongi-ceremonie gehouden, die 1 nacht duurt. Hierbij worden 1 karbouw en 4 varkens geslacht. De dipatallung bongi-ceremonie wordt voor iemand uit de lage adel gehouden. Tijdens deze ceremonie, die 3 nachten duurt, worden minstens 4 karbouwen en een groot aantal varkens geslacht.

buffels slachten © Travelmarker ReizenIndien een persoon uit de lage adel het kan betalen wordt er een dipalimang-ceremonie gehouden. Bij deze ceremonie, die 2 dagen langer duurt, wordt het dubbele aantal dieren geslacht. Nog kostbaarder is de dipapitung-ceremonie. Deze duurt 7 nachten en vereist het slachten van minstens 10 buffels.

Om verarming van een familie te voorkomen legden de Nederlanders het aantal te slachten buffels per ceremonie vast. De Indonesische regering bemoeit zich hier ook nog steeds mee, en hoewel sommige families nog altijd hun hele vermogen aanspreken voor een begrafenis, zijn er anderen die weigeren de bij hun status behorende dure ceremonie uit te voeren.

 graven bij lemo © Travelmarker ReizenDe dirapai-ceremonie

De meest grootschalige begrafenis is de dirapai-ceremonie voor leden van de hogere adel. Deze bestaat uit 2 delen die elk 7 dagen duren. Voor beide delen moeten tenminste 24 karbouwen en grote aantallen varkens geslacht worden. Het aantal te slachten buffels kan bij een rijk persoon oplopen tot over de 100. Om het benodigde geld bij elkaar te krijgen, alle uit te nodigen familieleden op te sporen, en de erfenis te regelen kunnen er tussen het overlijden en de begrafenis maanden en soms zelfs jaren liggen. Het is voorgekomen dat een persoon die in de Tweede Wereldoorlog was overleden in 1985 begraven werd. Tot de echte begrafenis wordt het lijk ‘iemand die ziek is’ (‘ta makulak’) genoemd. Direct na het overlijden wordt het lijk in ceremoniële kleding gehesen en op een stoel in de zuidelijke kamer geplaatst. Het lichaam wordt vervolgens door de burake bombo (de lijkinwikkelaar) in doeken gewikkeld en gebalsemd met kruiden, alhoewel tegenwoordig meestal injecties met formaldehyde worden gegeven. Vervolgens wordt het lijk in een sarcofaag in de zuidelijke ziekenkamer gelegd. Een familielid draagt zorg voor het lichaam tot de begrafenis. De ‘zieke’ krijgt dagelijks drank en eten aangeboden. Bezoekers moeten de overledene bedanken voor de invitatie, en het lijk permissie vragen om weer weg te gaan.

Het eerste deel van de dirapai-ceremonie wordt bij het huis van de overledene gehouden. Nadat een datum is geprikt, wordt het lijk van de zuidelijke ziekenkamer naar het middenvertrek van het huis verplaatst. Nadat het met gongslagen ‘gewekt’ is, scharen de vrouwelijke familieleden zich rond de kist, die met een felrode en rijk gedecoreerde doek bedekt is. Het lichaam wordt nu als overleden beschouwd. Tot de overledene bijgezet wordt in het graf houden de in het zwart geklede vrouwen een dodewake bij de kist. De erfstukken en een portret van de overledene worden voor het huis gehangen.

De periode tussen het eerste en tweede deel van de ceremonie kan meer dan een half jaar bedragen. De plek die uiteindelijk gekozen wordt om het tweede deel van de begrafenisceremonie te houden heet de rante. Meestal is dit de oude dorpsrante waar een aantal grote monolieten in een cirkel staan. Deze stenen, die simbuang batu worden genoemd, vertegenwoordigen de adellijke personen uit het dorp die bij hun begrafenis de dirapai-ceremonie gehouden hebben. Bij elke steen hoort een simbuang kayu, een boom die tijdens de begrafenisceremonie bij de monoliet geplaatst is. Alleen de allerbelangrijkste personen kunnen voor zichzelf nog monolieten laten oprichten. De stenen moeten namelijk vaak over een grote afstand versleept worden, wat een kostbare aangelegenheid is. Ze moeten, wanneer er met een kapmes op geslagen wordt, helder klinken, anders zijn ze niet geschikt. Voor het verplaatsen wordt een varken geslacht om de aardgeesten tevreden te stellen. De steen wordt door een tiental mannen over rijstvelden en woonerven getrokken, en op de bestemde plek in een vooraf gegraven gat geplaatst. De monoliet krijgt een verheven naam, bijvoorbeeld ‘Belo Langi’ (Versiering van de Hemel). Aan de rand van de rante worden tijdelijke gastenvertrekken, de lantang, gebouwd. Bij een dirapai—ceremonie kan een begrafenisdorp uiteindelijk een kleine 200 gastenhuizen tellen. De bala’kaan, een toren voor de dode, is op de rante gebouwd in de vorm van een tongkonan, het traditionele huis van de Sa’dan-Toraja. Hierop word de grafkist met het lichaam van de overledene tijdens de ceremonie geplaatst.

Het tweede deel van de ceremonie begint voor de tongkonan van de overledene met het aanheffen van de ma’badong, een monotoon klaaglied, waarbij in een cirkel gedanst wordt. Een ijzingwekkende schreeuw is voor enkele mannen het teken om het in doeken gewikkelde lichaam op te pakken en in de lucht te werpen. Onder schrille kreten van de familie herhaalt dit zich enkele malen, waarna de overledene weer op de grond gelegd wordt met de voeten in zuidelijke richting, naar puya. Deze handeling symboliseert het overlijden. Pas op dit moment begint de reis naar de voorouders. Een gongslag geeft aan dat het tijd is om een karbouw te offeren. De ziel van de karbouw zal de dode begeleiden naar het hiernamaals. Na het offeren van de karbouw wordt een tau-tau, een op de overledene gelijkende pop, naast het dode dier geplaatst. Tijdens de ceremonie huist de ziel van de overledene in de pop. Vervolgens houdt de to’minaa (‘hij die weet’) de dodenrede. Deze priester heeft meestal ook de leiding over de begrafenisceremonie. Hij moet beschikken over ‘bure’tek pombulu lila’; een tong die ‘tek-tek-tek’ doet. Naast dat hij rap van tong is, zijn zijn zinnen doorspekt met metaforen en uitdrukkingen die voor het gewone volk moeilijk te begrijpen zijn. Omdat hij sterk in verbinding staat met de dood wordt de to’minaa als onrein gezien. Hij mag dan ook niet aanwezig zijn bij de rituelen van het leven.

De climax vindt plaats wanneer het lichaam van het huis naar de rante vervoerd wordt. De op een bamboeframe geplaatste grafkist wordt op elk kruispunt een aantal malen rondgedraaid. Dit wordt gedaan om de boze geesten op een dwaalspoor te brengen, zodat ze de ziel van de overledene op reis naar puya niet kunnen storen. De familieleden lopen in het zwart gekleed achter de lijkbaar aan. Ze houden een rode doek vast die hen met kist verbindt. Na 3 keer met het lichaam rond de bala’kaan gelopen te hebben, wordt het op het platform waar de naaste familie komt te zitten gelegd.

palmwijn in bamboekokers © Travelmarker ReizenDe volgende dag worden de gasten officieel ontvangen. Naar deze gebeurtenis wordt met spanning uitgekeken. Onderlinge verhoudingen worden opnieuw bepaald, oude ruzies bijgelegd, of nieuwe gemaakt. De gasten, die soms gekleed gaan in de meest kostbare en vaak van generatie op generatie gedragen erfstukken, worden in groepen opgeroepen naar de ontvangstruimte te komen. In die ruimte, die meestal in het midden van de rante ligt, nuttigen ze sirih. Hierna begeven ze zich naar de gastenvertrekken aan de rand van het terrein. De geschenken worden overhandigd en de familie noteert nauwkeurig wie wat geschonken heeft. Zo worden oude schulden afgelost of nieuwe aangegaan, hetgeen de basis is van het sociale netwerk van de Toraja. Een geschenk kan een karbouw of een varken zijn, maar ook een bamboekoker gevuld met palmwijn. Als toerist is het gebruikelijk een geschenk in de vorm van sigaretten, suiker of rijst te geven. De overledene heeft de geschenken nodig voor zijn laatste reis en zijn verblijf in puya. Wanneer er geen geschenken meegegeven worden, verandert de ziel zich in een kwaadaardige geest, de bombo, die het leven van zijn gierige familieleden op aarde zal gaan verzieken.

Buffels worden geassocieerd met mannen en varkens met vrouwen. Buffels zijn bij uitstek het symbool van welvaart. Hoeveel er geofferd moeten worden hangt samen met de status, leeftijd en natuurlijk ook het vermogen van de overledene. Bij de begrafenis van een vrouw moet een extra buffel geslacht worden als betaling voor de melk die ze aan haar kinderen geschonken heeft. Het meest populaire offerdier is de tedong bonga, een gevlekte lichtbruine buffel met blauwe ogen, een grote bult en lange, fraai gevormde horens. Dit dier wordt sterk genoeg geacht om via de vele hoge bergen en diepe valleien puya te bereiken. Bij een prijs die op kan lopen tot 4000 gulden per stuk kun je het je moeilijk voorstellen dat er tijdens sommige begrafenissen meer dan 50 geslacht worden. Als dank voor het offer dat ze moeten gaan brengen, zijn de tedong bonga gevrijwaard van het werk in de rijstvelden.

Bij de stenen kring in de rante worden de te offeren dieren vastgebonden. De buffels worden gedood met een slag van een kapmes door de keel. Dit is werk dat door de pa’tingoro gedaan wordt; de ‘mannen die de buffel doden’. Het bloed dat uit de gapende wond spuit wordt soms door jongetjes in bamboekokers opgevangen. Het wordt later bij het koken van het vlees gebruikt. Vervolgens worden de karbouwen gevild, van ingewanden ontdaan en aan stukken gehakt. De horens van de beesten worden bewaard en voor het huis opgehangen. Na het slachten wordt het vlees verdeeld. Hiervoor is een speciale persoon, de sokkong bayu, verantwoordelijk. De grootte van de stukken vlees moet namelijk in verhouding staan met de status van de ontvangers. Dit wordt ‘politik daging’ genoemd, de politiek van het vlees. De verdeling dient nauwgezet te gebeuren, want benadeelden gaan soms zelfs op de vuist om hun onvrede kenbaar te maken.

Er worden gevechten tussen buffels georganiseerd, waarbij flink gewed wordt. Vooral aan zwarte buffels wordt veel moed en kracht toegekend. De dieren worden aangespoord door sambal in hun achterste te stoppen. Ook worden soms schopgevechten (sisemba) gehouden. Hierna keren de gasten weer naar hun dorpen terug. Alleen de naaste familie blijft bij de grafkist achter. Op de dertiende dag wordt de dode op een draagbaar (duba-duba) naar de laatste rustplaats gebracht. Deze ligt meestal op een moeilijk bereikbare plaats, zoals een hoog in de rotsen uitgehakte grafkamer. Deze ceremonie heet de mapeliang. De volgende dag wordt het lichaam in het graf geplaatst, iets dat vooral bij hoger gelegen rotsgraven een niet ongevaarlijke onderneming is. Hierna wordt een zwarte kip vrij gelaten om het uit het lichaam treden van de ziel te symboliseren. De tau-tau blijft bij het graf om de overledene te bewaken. De direpai-ceremonie eindigt meestal met een hanengevecht. Het is de naaste familie nu 10 dagen lang verboden rijst en varkensvlees te eten. Ze dienen zich te beperken tot aardappelen en vruchten. Om de ziel van de overledene de status van tomebali puang (heilige) te laten verkrijgen, wordt een jaar later nog een ceremonie gehouden. Een tomebali puang is in staat zijn of haar familie te beschermen en van voorspoed te verzekeren.

Begraafplaatsen

Iedere tongkonan heeft zijn graf, waarin alleen de leden van dat huis begraven mogen worden. Tijdens rituelen wordt het graf ‘het huis zonder rook’ genoemd. Om te voorkomen dat de grafgiften geroofd worden zijn de graven vaak moeilijk bereikbaar. Vooral de met kostbare geschenken gevulde rotsgraven van de adel liggen hoog in de rotswand. Daarnaast is de positie van het graf bepalend voor het aanzien van de bijgezette voorouder. Des te hoger het graf, des te meer buffels aan de grafbouwers betaald moeten worden. Het uithakken van een 2 m diep en 1,5 m breed rotsgraf duurt ongeveer 9 maanden en kost tegenwoordig een aantal buffels ter waarde van ongeveer 4000 gulden. Hoewel de ingang van de graven vaak klein is, kan in de ruimte erachter een hele familie begraven liggen. In oude graven voert een smalle gang vanaf deze ruimte naar de kaunan, een kleinere ruimte waarin de dienaren (de ‘to kaunan’) begraven liggen. De graven worden afgesloten met een houten deur, die meestal met een gestileerde buffelkop versierd is. De tau-tau, de houten grafbeelden die de graven bewaken, staan naast elkaar op een centraal gelegen balkon. Ze vormen een schakel tussen de dode en de nazaten. Alleen voor iemand die een dirapai-ceremonie houdt mag een tau-tau van het hout van de nangka-boom worden gemaakt, waarmee de poppen aan adellijke personen voorbehouden zijn. De betekenis van tau-tau is ‘klein persoon’ of ‘zoals een persoon’. Tau-tau voor mannen dragen mannenkleren, tau-tau voor vrouwen vrouwenkleren. Zelfs de geslachtsorganen worden, hoewel ze uiteindelijk bedekt worden door kleding, uit het hout gesneden. Om de huidkleur te benaderen wordt het nangka-hout voor bewerking enkele weken in kokosolie geweekt. De rechter handpalm van de tau-tau is naar de hemel gericht om de zegen, gezondheid en voorspoed te ontvangen. De palm van de linkerhand is naar voren gericht en biedt bescherming tegen slechte zaken als ziekte en rampspoed. Een meester houtsnijder krijgt voor het snijden van een tau-tau 2 tot 3 buffels, hetgeen goed betaald is voor 2 maanden werk. Wanneer het beeld af is wordt het ingewijd, en bij de in de tongkonan opgebaarde overledene geplaatst. Gedurende de hele ceremonie blijft de pop bij het lichaam. Uiteindelijk wordt het lijk in het graf geplaatst, en komt de tau-tau tussen de poppen van de andere personen in het graf te staan. Op het jaarlijkse ma’nene feest, dat na de oogstceremonies plaatsvindt, worden de tau-tau gerepareerd, schoongemaakt en van nieuwe kleren voorzien. Ook het graf wordt dan geopend en de beenderen en de kist van nieuwe doeken voorzien. Tijdens dit feest wordt naast tabak, sirih, rijst en palmwijn ook een karbouw geofferd. Elke tau-tau moet minstens 3 keer in nieuwe kleren gestoken worden, wil de ziel van de overledene van een goed bestaan in het hiernamaals verzekerd zijn. Vanwege de roof van grote aantallen tau-tau in de jaren zeventig en tachtig zijn veel originele poppen sinds 1989 vervangen door replica’s. Sommige gestolen tau-tau zijn voor duizenden dollars op antiekmarkten in de VS en Europa verkocht. Personen die ooit op diefstal van een tau-tau betrapt zijn hebben hier een hoge prijs voor moeten betalen. Naast het vonnis van de rechter eist de adat dat er een karbouw en een varken geofferd moeten worden om de voorouder, aan wie de tau-tau toebehoorde, tevreden te stellen. Overigens is het zo dat voor veel protestante Toraja de tau-tau taboe is. Dit hangt waarschijnlijk samen met hun afkeer van het vereren van beelden, aangezien het katholieke deel van de bevolking geen enkel bezwaar in de poppen ziet.

Naast de rotsgraven worden de overledenen ook in speciale houten dodenhuizen, de patane, begraven. Deze moderne Toraja-graven zien eruit als een miniatuur-tongkonan en worden nu meestal van beton gemaakt. De familiegraven liggen in de aarde onder de patane. De in doeken gewikkelde lijken worden zonder kist begraven.

babyboom bij Kambira © Travelmarker ReizenDe babygraven heten liang pia (‘ boomgraf’). De Toraja geloven dat baby’s te makkelijk te beïnvloeden zijn door boze geesten om ze in de grond of een rotsgraf te begraven. Daarom word een doodgeboren baby of zuigeling in een uitholling in een boom gestopt, die vervolgens met een matje van sagopalmvezels toegedekt wordt. Na verloop van tijd zal het gat dicht groeien, zodat de ziel van de baby voor altijd door de boom beschermd wordt. De ziel groeit met de boom mee en kan zo toch nog het hiernamaals bereiken. De meest gebruikte bomen behoren tot de familie van de nangkaboom. Bij het inkerven moet de boom een melkachtige witte vloeistof afscheiden, een substituut voor de moedermelk. Kinderen die al tanden hebben mogen niet in de boom begraven worden, dit zou onheil voor de familie en het dorp betekenen. Bij het op deze manier begraven van een baby worden meestal een varken en een hond geofferd. De vader brengt het lijkje naar de boom. De moeder gaat niet mee, omdat haar band met de baby verbroken moet worden. Pas na 3 dagen gaat ook zij naar de boom met water en offers. Deze zijn voor de boom die haar taak heeft overgenomen. Om de ziel te beletten terug te keren naar de ouders wordt de baby in een deel van de boom begraven dat geen uitzicht biedt op het dorp. Tegenwoordig raken boomgraven in onbruik en worden baby’s onder de grond begraven.

hangende graven bij kete kesu © Travelmarker ReizenDe erong (hangende graven) worden niet meer gebruikt. Deze familiegraven hebben de vorm van een huis, een boot of een dier en kunnen soms honderden jaren oud zijn. Dit type graf is tot ver buiten de Sa’danvallei in gebruik geweest. Niet alle graven werden aan rotswanden opgehangen, vaak werden ze ook gewoon in rotsnissen bijgezet. Ze werden van verschillende houtsoorten gemaakt, al naar gelang de status van de familie. De hogere adel had kostbare kisten van sandelhout. Waarschijnlijk zijn de Toraja na de Buginese invasie in de 17de eeuw opgehouden de doden in erong te begraven. Tijdens die invasie bleek namelijk dat de met kostbare grafgiften gevulde graven te makkelijk te plunderen waren.

In de buurt van graven zie je soms de restanten van de duba-duba, een draagbaar in de vorm van een huis, waarop de dode naar het graf is vervoerd.

De graven van de Toraja zijn, met uitzondering van de babyboom, altijd familiegraven. Gehuwden worden dus na de dood gescheiden en bij hun eigen familie begraven. Wanneer een echtpaar dit niet wil kan het een nieuw graf maken. Kinderen kunnen in het familiegraf van de vader of de moeder begraven worden.

Het is een grote schande wanneer iemand in een verkeerd graf beland. Dit verdwaald zijn wordt topusa genoemd. Wanneer iemand ver weg sterft zal de familie het stoffelijk overschot altijd thuis brengen. De Toraja geloven dat de ziel zonder juiste begrafenisceremonie niet tot puya toegelaten wordt, en de levenden komt lastig vallen. Om dit te voorkomen wordt, wanneer iemand op een onbekende plaats overlijdt, een symbolische ceremonie gehouden. Er wordt een lijkkist gemaakt waarin de geest van de overledene plaats kan nemen. Deze moet echter eerst gevangen worden, hetgeen gebeurt door familieleden, die onder begeleiding van een priester met een sarong en een stuk bamboe naar een heuveltop klimmen. Op de top vraagt de priester de wind de sarong te vullen met de geest van de overledene. Als de sarong opbolt, wordt ze om de bamboekoker, die het stoffelijk lichaam symboliseert, geslagen en in de lijkkist geplaatst.

Arme Toraja laten zich onder de grond begraven. Ze behelpen zich met de tau-tau lampa, een eenvoudige uit bamboe gesneden pop. Deze wordt alleen tijdens de begrafenisceremonie gebruikt en niet voor het graf geplaatst.

Bezoek Toraja met Travelmarker Reizen

Bezoek Torajaland tijdens zeer bijzondere bouwstenen met privé-chauffeur van Travelmarker Reizen.

reis terug  
.

Evenementen en feestdagen in Indonesië

naar menu landeninfo landeninfo
Links naar sites over evenementen in Indonesië

De bevolking van Indonesië

naar menu landeninfo landeninfo
Lees hier meer over de verschillende bevolkingsgroepen van Indonesië

Bestel 'n vliegticket, hotelkamer en nog veel meer via Travelmarker

Zoek een voordelige
naar menu tipsvliegticket
naar menu tipslastminute
naar menu tipsreisverzekering

naar menu tipshotelkamer
naar menu tipsvakantiehuisje
naar menu tipscamping
naar menu tipsreisgidsen
naar menu tipsgolfreis naar menu tipscruise
naar menu tipshuurauto naar menu tipstreinreis
Doe het zelf met TMreizen !
naar beginpagina landeninfonaar beginpagina land
 klimaat
 geografie
 flora &  fauna
 geschiedenis
 bevolking
 cultuur
 evenementen
 taal
 transport
 accommodatie
 culinair
 communicatie
 individuele rondreizen
 bouwstenen
 groepsreizen
 activiteiten
 praktische tips
 bezienswaardigheden
klik hier om naar een ander land te gaan

Stel zelf jouw reis naar Indonesië samen !



   

                  

© 2014 www.travelmarker.nl