Fauna
 Hoewel
veel van de fauna van de archipel uniek is, is zijn de meeste
soorten ook nachtdieren en meestal klein. Grotere diersoorten
zie je nauwelijks. Wat dat betreft is Indonesië zeker
geen Kenia of Tanzania.
Door het terugdringen van het regenwoud zijn een groot
aantal diersoorten, vooral degenen die het moeten hebben
van een uitgestrekt leefgebied, uitgestorven of op de rand
van uitsterven. Indonesië heeft dan ook de langste
lijst bedreigde diersoorten ter wereld. In 1994 waren dat
in totaal 210 soorten.
Indonesiërs zijn bijzonder creatief als het gaat om
exploitatie van de natuur. Onbegrijpelijk genoeg zijn er
nog altijd toeristen die zeldzame schelpen kopen, of liever
een stoffig doosje met vlinders thuis op de kast hebben
staan, dan ze in al hun pracht rond te zien vliegen.
Faunagrens
Een van de redenen van de grote verscheidenheid aan diersoorten
die de archipel kent, is dat ze de faunagrens vormt tussen
Australië en Azië. De meeste Aziatische diersoorten
vind je terug op de Grote Sunda-eilanden, maar schijnen
door een mysterieuze barrierre niet verder te zijn gekomen
dan Bali. De Australische diersoorten zijn aan de andere
kant niet veel verder gekomen als Papoea en Tasmanië.
Vreemd genoeg kennen de kleine eilanden, hoewel gelegen
tussen beide continenten, weinig diersoorten. Een verklaring
hiervoor is dat de Indonesische eilanden op verschillende
continentale plateaus liggen, die door zeer diepe onderzeese
kloven van elkaar gescheiden zijn. Voor de grote ijstijd,
aan het einde van het Tertiar, toen het water tientallen
meters lager stond als tegenwoordig, was het sunda-plat,
waarop de eilanden Sumatra, Java, Bali en Borneo liggen,
verbonden aan het Aziatisch vasteland. Je kon in die tijd
dus zonder natte voeten te krijgen van Bali naar Singapore
lopen. Ook het Sahoel-plat had een lagere zeespiegel, waardoor
je van Papoea naar Australië kon lopen. Door het
smelten van de continentale gletsjers in het begin van het
Quartair steeg het zeeniveau, waardoor de Sunda eilanden
hun vaste verbinding met Azië verloren en Papoea
werd losgeweekt van Australië.
Sir Alfred Russel Wallace
De Engelsman Alfred Russel Wallace (1823-1917) was de eerste
natuurwetenschapper die intensief onderzoek in de archipel
heeft verricht. Wallace leefde van de verkoop van zeldzame
diersoorten aan musea. Tijdens zijn 8 jaar durende reis
door de Indonesische archipel verzamelde hij maar liefst
125.660 diersoorten. Na zijn onderzoek op Sulawesi vertrok
Wallace van Manado
naar Ternate, waar hij een lange brief met zijn bevindingen
aan Darwin schreef. Deze waren van grote invloed op Darwin
bij het ontwikkelen van diens evolutieleer.
Wallace meende dat Indonesië een overgangsgebied tussen
de Aziatische en Australische fauna was, en dat de grens
tussen beide duidelijk herkenbaar zou zijn. Volgens hem
was deze grens een diepe zeetrog, waardoor landdieren uit
het westen en het oosten ook tijdens de ijstijd, toen het
zeeniveau veel lager lag dan tegenwoordig, van elkaar gescheiden
werden. Deze grens, die tegenwoordig de Wallace-lijn genoemd
wordt, loopt met een boog om Sulawesi, via de Sulawesi Zee
en de Straat van Makassar naar het zuiden, en tussen Bali
en Lombok door. De lijn scheidt dus de Grote Sunda-eilanden
en de Filippijnen van Sulawesi, de Molukken en de Kleine
Sunda-eilanden. Hoewel latere wetenschappers bewezen hebben
dat de grens niet zo duidelijk gelegd mag worden, geeft
de Wallace-lijn nog altijd een redelijke indicatie van het
overgangsgebied tussen beide fauna's.
De Vogels van Indonesië
| bonet.co.id |
  |
| Een Engels - Latijnse - Indonesische
namenlijst van beschermde vogels in Indonesië |
Reis naar Indonesië met Travelmarker Reizen
| tmreizen.nl |
  |
| Maak kennis met de Indonesische
archipel tijdens zeer bijzondere rondreizen met privé-chauffeur
van Travelmarker Reizen. |
|