Planten en bomen
Agathis
De Agathis Dammara is een veel voorkomende boom in de regenwouden
van Indonesië. De boom heeft brede platte bladeren
en kan zeer hoog worden. In de industrie wordt damar, de
hars van de boom, gebruikt in verf en linoleum. De lokale
bevolking gebruikt het als brandstof voor fakkels. Het hout
van de boom heeft ook een hoge economische waarde. Het verzamelen
van damar veroorzaakt de dood van veel agathisbomen, doordat
bij het tappen de bomen steeds ingekerfd worden en langzaam
afsterven.
Boomwurgers
Deze vijgesoort wortelt niet in de bodem maar in het bladerdak,
en groeit vervolgens naar beneden. Uiteindelijk wurgt de
vijgesoort zijn gastheer, die dan vervolgens afsterft. Zaadjes
van de boomwurger komen via de ontlasting van vogels in
het bladerdak terecht.
Cassave
Van de wortel van deze plant, die ook wel tapioca of maniok
wordt genoemd, wordt meel gemaakt. De struik wordt met wortel
en al uit de grond getrokken. De wortel wordt gewassen en
geschild, gemalen en van vezels ontdaan. Daarna wordt het
meerdere malen gewassen (als dit niet goed gebeurt blijven
er giftige stoffen in de wortel achter) en op grote platte
manden in de zon gedroogd. Het meel dat overblijft heeft
weinig voedingswaarde. Het wordt gebruikt in koekjes, kroepoek
en veevoeder. Een kilo levert 400 rp op. De bladeren van
de plant worden gebruikt als groente en veevoeder.
Ebbeboom
De ebbeboom (Lat:Diospyros spec. Ind: kayu abanus) komt
alleen op Sulawesi voor. Je ziet de boom vooral langs de
kusten van het midden en het noorden van het eiland. Hoe
rotsachtiger de bodem, des te donkerder het hart van de
stam van de boom. Het kostbare ebbehout wordt ook wel het
zwarte goud van Sulawesi genoemd. De Nederlanders noemden
het hout vroeger Makassaars ebbehout. Van de verschillende
soorten ebbebomen die op Sulawesi voorkomen is de Diospyros
celebica de kostbaarste. Deze boom kan 40 m hoog worden
en een diameter van ruim 1 m hebben. De boom is verwerkt
in het wapen van de provincie Midden-Sulawesi.
Gomboom
De gomboom (Lat: Eucalyptus deglupta, Ind: pohon kayu loreng)
staat vaak in de buurt van rivieren. Van de veelkleurige
bast maakt de lokale bevolking een dak wanneer het regent.
De boom wordt vaak gebruikt in herbebossingsprojecten.
Kokospalm
De kokospalm is de meest karakteristieke begroeiing van
de tropen. De palm is van grote economische betekenis. Van
de bladeren wordt dakbedekking gemaakt, de stam dient als
bouwmateriaal, de kokosmelk als verfrissing en de schil
als brandmateriaal. Het belangrijkste produkt van de kokospalm
is echter de kopra (kokosolie).
Het winnen van kokosolie gebeurt in kleine hutjes, fufu
genaamd. Voor de hutten staan meestal enkele van een metalen
punt voorziene bamboestokken. Op de punt slaat men de kokosnoot
open, waarna de buitenste schil van de binnenste gescheiden
wordt en de kokosmelk gewoon in de aarde wegloopt. Het vruchtvlees
in de 2 overgebleven helften wordt vervolgens in de hut
boven een vuurtje verhit, waardoor het makkelijk te scheiden
is van de harde binnenste schil. De buitenste schil van
de kokosnoot dient als brandstof voor het vuur. Nadat het
vruchtvlees door verhitting los is geraakt, wordt het in
de zon verder gedroogd. Na de droging wordt de kostbare
olie uit het inmiddels donkerbruin verkleurde vruchtvlees
geperst.
Oliepalm
In 1848 voerden de Hollanders de Westafrikaanse oliepalm
in Indonesië in. Met een lange stok met een mes eraan
wordt de hele tros pitten van de boom afgesneden. Uit de
pitten perst men de palmolie. Deze olie is grondstof voor
verschillende produkten, zoals zeep, margarine, machine-olie
en make-up.
Orchideeën
Verschillende varensoorten en orchideeën groeien als
epifyten. Epifyten -niet te verwarren met parasieten- maken
gebruik van de takken van hoge bomen om het zonlicht te
bereiken. Om hoog in de bomen ook voldoende water te krijgen,
hebben de orchideeën wortelstokken die dienen als waterreservoir.
Bij regen zwellen ze op en het opgevangen water wordt vastgehouden
voor droge periodes.
Rotanpalm
Deze palm (Lat: Calamus spec.) kom je vaak in de jungle
tegen. Zijn doornige stengels klimmen tegen de boomstam
op tot ze het zonlicht bereiken. Het is een van de belangrijkste
bosprodukten en het regenwoud in de nabijheid van dorpen
wordt doorkruist door paadjes van rotanzoekers. Het binnenste
van de rotan kan gekookt en gegeten worden.
Rubberboom
De rubberboom (Lat: Hevea Brasiliensis, Ind: pohon karet)
kwam oorspronkelijk alleen in het wild voor in het Amazonegebied.
In 1876 smokkelde een Engelse botanicus zaadjes van de boom
naar Kew Gardens en via deze beroemde botanische tuinen
bij Londen kwam de rubberboom via Ceylon en Maleisië
naar Indonesië. De tijd waarin de eerste rubberboom
in Indonesische aarde terecht kwam, kon niet beter uitgekozen
zijn; tegelijk met de produktie van de eerste auto’s (de
produktie van luchtbanden vereiste grote hoeveelheden rubber).
Het tappen van rubber gaat als volgt in zijn werk. In de
boombast is een ‘tapvlak’ uitgezet op een derde van de stamomtrek.
Iedere dag schraapt de rubbertapper met een rondgebogen
mesje een smal reepje bast weg, waarna de kleverige latex
tevoorschijn komt. De melkachtige substantie vloeit langs
de schuinaflopende tapsnede naar een blikken tuitje dat
in de stam van de boom geslagen is. Via het tuitje komt
de latex terecht in een aluminium bakje. Het insnijden van
het tapvlak langs de tapsnede is moeilijker dan het lijkt.
Als er te diep wordt gesneden wordt het cambium, de dunne
huid tussen het hout en de latex-gevende bast, geraakt.
Het tapvlak rondom het zo ontstane litteken is dan nog nauwelijks
te gebruiken. Als een tapper aan de andere kant te voorzichtig
is en niet diep genoeg snijdt, komt te weinig latex vrij.
Sommige boomsoorten leveren 12 jaar lang latex. Na 30 jaar
wordt de boom gekapt.
Sagopalm
Van de stam van deze palm wordt sago gemaakt. Na het kappen
van de boom wordt stam in de lengte doormidden gehakt en
de witte merg eruit geklopt. Hierna volgt een langdurig
wasproces van de merg, die na droging het sagomeel oplevert.
Sagomeel was voordat met de rijstbouw begonnen werd het
stapelvoedsel op de meeste Indonesische eilanden.
Suikerpalm
Deze palm, de leverancier van suiker en palmwijn (tuak),
is van groot belang voor de lokale bevolking. Op de plek
waar een tros vruchten van de boom is afgesneden wordt een
bamboekoker opgehangen om het vocht op te vangen. Na 6 uur
is een 1 m lange bamboebuis gevuld. Een tros levert per
dag ongeveer 2 kokers. Daarna moet worden gewacht tot er
nieuwe vruchten zijn. Het vocht van 5 kokers wordt ingekookt
tot het in een halve kokosnoot past. Als de substantie gehard
is heb je gula merah. Het vocht wordt ook gebruikt om er
tuak van te maken. Jonge vruchten worden gekookt als groente.
Onderweg zul je misschien regelmatig hopen zwarte vezels
langs de kant van de weg zien liggen. Dit zijn balen vezels
van de suikerpalm, die gebruikt worden als dakbedekking
en voor het filteren van water.
Taro
Taro is de hartvormige plant die je vaak in de sawa’s ziet
staan. De wortel van de plant wordt gekookt en smaakt als
een zoete aardappel.
Vanille
De vanilleplant is een orchideeënsoort. De geelgroene
bloemen van de plant zijn alleen in de voormiddag open en
vallen af als ze niet bestoven worden. Wanneer ze bevrucht
zijn groeien ze in 4 weken uit tot smalle langwerpige doosvruchten.
Daarna duurt het nog 5 tot 7 maanden voordat ze rijp zijn.
Voor het opengaan worden ze geoogst en in heet water of
stoom gefermenteerd. Na de fermentatie worden ze enkele
uren op een wollen deken in de zon gelegd en ‘s nachts in
luchtdichte vaten gestopt om uit te zweten. Gedurende dit
proces, dat zo’n 4 weken duurt, wordt de vanille aan de
buitenzijde van de wand gevormd. Het vanillestokje bevat
nog ruim 3 procent zuivere vanille. Een kilo witte vanille
kost 25.000 rp, lichtbruine 50.000 rp.
Waaierpalm
De waaierpalm (Lat: Livistona rotundifolia, Ind: serdang)
is de meest voorkomende palmsoort van Indonesië. Desondanks
staat de palm op de lijst van beschermde planten en bomen.
De ronde bladeren van de palm kunnen een diameter van 130
cm bereiken.
Waterkruikplantje
Deze plant is een mooi voorbeeld van een plant die gebruik
maakt van insekten voor haar mineraalvoorziening. Met een
zoet drankje lokt het insekten die vervolgens uitglijden
op de glibberige opstaande wanden van de beker en verdrinken
in de zoetigheid. De verterende insekten in de vloeistof
voeden de plant.
Reis naar Indonesië met Travelmarker Reizen
| tmreizen.nl |
  |
| Maak kennis met de Indonesische
archipel tijdens zeer bijzondere rondreizen met privé-chauffeur
van Travelmarker Reizen. |
|