gedetailleerde informatie over diverse landen waar is de camping, wat kost deze kamer, hoe ruil ik een woning en nog veel meer..... alles over vluchten, vliegvelden, auto's, campers, motoren, treinen, metro's, bus- en bootreizen zoek een groepsreis, een cruise of een vlucht met hotel uitgebreide info en tips voor een actieve  vakantie ! tips over bagage, geld, reisdocumenten, gezondheid en nog veel meer ! zoek een nieuwsgroep, reisgenoot, reisverslag, fotoreportage, reisgids of landkaart !
Travelmarker Homepage

De geschiedenis van Indonesië

  reis door
Antieke kaart van Indonesië

De geschiedenis van de Indonesische archipel

Prehistorie

Opgravingen die tussen 1931 en 1941op Java zijn gedaan laten zien dat er zo'n 600.000 jaar geleden een verre voorouder van de mens, de Meganthropus palaeo-javanicus, bekender als de Javamens op dit eiland rondliep.

Ook in het Mesolithicum, toen de weg overland al reeds lang verdwenen was, bleven volkeren vanuit Zuid-Oostazië de archipel binnenkomen. De volkeren die zich in deze periode in de archipel vestigen worden grofweg verdeeld in de paleo-melanesoïden en de mongloïden. De paleo-melanesoïden hadden een donkere huid en kroeshaar, de mongloïden een lichtere huidskleur en sluik haar.

De zeevarende maleiers, afkomstig uit het huidige Indo-China, vestigden zich in de Brons en ijzertijd in de vlakke kuststreken van Java, Sumatra en andere eilanden. Opgravingen hebben aangetoond dat ze de techniek van het vuurmaken beheersten, en leefden van de jacht en visvangst en wat ze in hun omgeving aan voedsel konden verzamelen.

Het Neolithicum

Tussen 3500 en 2500 vindt de overgang tussen het mesolithicum en het neolithicum plaats. Het nomadenbestaan werd opgegeven en geavanceerde landbouwtechnieken maakten het mogelijk permanent op een plek te blijven. Men neemt aan dat in deze periode de ontwikkeling van de terrasgewijs aangelegde irrigatievelden plaatsvond. Er werd echter nog geen rijst maar taro verbouwd, een soort knolgewas. Wel kende men droge rijstbouw. Huisdieren als honden deden hun intrede en het weefgetouw werd ontwikkeld. De voorouders van de Mentawai van Sumatra, de Marand-Anim van Papoea en de Timorese Atoni kwamen tijdens het neolithicum vanuit het Aziatische vasteland naar Indonesië.

Van ongeveer 850 tot 700 v. Chr. woonden de voorouders van de Indonesiërs in Yunnan (Zuid-China) en het noordoostelijke deel van Vietnam en Laos. Misschien opgedreven door de volkeren die in die tijd deelnamen aan de grote volksverhuizingen van Midden-Europa en de Balkan trok deze groep naar het zuiden. Ze kenden een monumentale kunststijl met weinig ornamentiek. Een van de belangrijkste gevolgen van het contact met de Dongson cultuur van Vietnam was de invoer van de natte rijstbouw. Deze natte rijstcultuur bracht met zich mee dat groepen mensen hun nomaden bestaan opgaven, omdat het in stand houden van de irrigatiesystemen en het bewerken van de velden permanente aanwezigheid vereiste.

Boeddhisme en Hindoeïsme

Immigranten uit India brachten nieuwe religies zoals het Boeddhisme en het Hindoeïsme met zich mee. Rond 250 v. Chr. verspreidde Asjoka, de beroemde koning van India, het boedhhisme over Azië. Vanuit Ceylon vond de religie een weg naar het zuiden. Onduidelijk is echter nog via welke weg het boeddhisme naar de archipel is gekomen. Waarschijnlijk zijn het Indonesische handelaren geweest die de religie geïmporteerd hebben. Dat mensen vanuit India het geloof met harde hand over de eilandbewoners verspreid hebben lijkt uitgesloten. Het oudste bewijs van de aanwezigheid van het hindoeïsme in Indonesië vormt de Pallawatekst in Sanskriet op vier stenen yupa's (pilaren) die in Kalimantan is gevonden.

Rond het jaar 1000 komen op Java en Sumatra vorstendommen op die handel drijven met andere gebieden in Azië. Deze vorstendommen bleken een hoogontwikkelde cultuur te hebben die sterk onder de invloed van India stond.

Sriwijaya

Sjriwijaya was de eerste grote staat die de archipel gekend heeft. Deze zeevarende mogendheid had zijn basis in het zuiden van Sumatra en beheerste van de 7de tot de 12de eeuw het handelsverkeer in de Straat van Malakka en Sunda.

De Sailendra dynastie

Ongeveer in dezelfde periode als de opkomst van het Sjriwijaya rijk te Zuid-Sumatra ontstonden er op Midden-Java vorstendommen die niet voor elkaar onder wensten te doen in hun bouwijver. De Borubudur is het bekendste van de bouwwerken die ons is overgebleven. Het kolossale monument ten ere van Boeddha is onder de Sailendradynastie (760-820) in de 8e eeuw gebouwd.

Het oude Mataram

Nadat het vorstenhuis Mataram de Sailendras verslagen had, bouwde het het hindoeïstische tempelcomplex Prambanan.

Majapahit

In de 10e eeuw verplaatste de machtscentrum zich naar het oosten, waar in 1292 het koninkrijk Majapahit (1292-1453) werd gesticht. Ten tijde van dit machtige koninkrijk waren het boeddhisme en het hindoeisme op Java al dusdanig met elkaar versmolten, dat de vorsten een synthese van beide godsdiensten, vermengd met het inheemse animisme, aanhing. Majapahit heerste over heel Java en Bali, en na de val van Sriwijaya ook over Zuid-Sumatra. De invloed van Majapahit strekte zich ook uit over andere eilanden. Aan het begin van de 15 eeuw begonnen de fundamenten van het rijk te kraken onder de vijandelijke druk en interne twisten.

De Islam

De Islam deed zijn entree in de archipel omstreeks de 11de eeuw, toen kooplieden uit Arabië en Perzië in de archipel handel dreven. De godsdienst spreidde zich snel uit over Sumatra en Java. Op Bali echter hebben de Hindoes tot op de dag van vandaag hun religie levend weten te houden. Bali werd het toevluchtsoord voor de laatste vorstenzoon van Majapahit en de door de Islam verdreven Hindoe-elite van Java. Op Sumatra en Java ontstonden vervolgens verschillende Islamitische vorstendommen zoals de sultanaten van Aceh en Palembang op Sumatra en Mataram op Midden-Java.

Mataram

Aan het einde van de 16e eeuw herrees een nieuwe Mataramse dynastie op het grondgebied van het oude hindoerijk in Midden-Java. Hoewel het nieuwe vorstendom islamitisch was hield het vast aan de oude Mataramse hofcultuur. Het rijk wist vanaf het begin van de 17e eeuw het grootste deel van Java te veroveren, maar werd in macht aangetast door de Nederlanders die vanuit Batavia opereerden. In 1755 werd Mataram in twee delen opgesplitst. De rivaliserende vorsten vestigden hun hoven in Solo en Yogyakarta.

oude kaart Batavia (Jakarta) © Travelmarker ReizenDe komst van de Europeanen

Marco Polo kwam als eerste Europeaan in 1292 op terugreis vanuit China op Sumatra aan. In 1512 zetten de Portugezen voet aan wal op de Molukken en in 1596 bereiken de Hollanders West-Java. Ondanks het feit dat de Portugezen de eersten waren die op de eilanden van de archipel voeren, waren het de Nederlanders die hun gezag er permanent over wisten te laten gelden.

VOC-schipDe VOC

Het succes van de Nederlanders was te danken aan de vereniging van verschillende handelsmaatschappijen in de Verenigde Oost-Indische Compagnie, die in de loop van drie eeuwen evolueerde in een koloniale mogendheid.
De VOC was de eerste multinational ter wereld, en de eerste maatschappij op aandelen. Afgezien van een korte periode van Engelse overheersing in de Napoleontische tijd, wist Nederland tot de komst van de Japanners in 1942 de vruchten te plukken van de rijkdommen van de archipel.

Ondanks de enorme activiteit van de VOC rond het einde van de 17e eeuw (in 1670 had de maatschappij 123 Oostinjevaarders in de vaart) bleef de invloed van de Nederlanders buiten Java en de Molukken gering. De invloed beperkte zich ook op die eilanden tot de kustplaatsen waarmee direct handel werd gedreven. Wel verlangde de VOC regelmatig leveranties van de vorsten en de lagere hoofden, de regenten, van de kustgebieden die rechtstreeks onder Nederlands gezag stonden.

De verdeling van Mataram in de tweede helft van de 18e eeuw bevestigde de overheersende machtspositie van de Nederlanders.

Het faillissement van de VOC

De VOC moest het in de 18e eeuw vooral hebben van de handel tussen de verschillende eilanden en landen in Azië, en dit werd in de loop der jaren steeds minder winstgevend. Het is dan ook deels hieraan te danken, en niet enkel aan kostbare militaire operaties en het veelbesproken corrupte gedrag van de VOC. ambtenaren, dat het handelslichaam in 1799 uiteindelijk failliet werd verklaard. De Nederlandse regering besloot vervolgens de bezittingen van de handelsmaatschappij over te nemen.

De Nederlandse Staat neemt het over

Na het faillissement van de VOC was het met de onafhankelijkheid van de inlandse vorsten gedaan. Maarschalk Daendels (1808-1811), de eerste gouverneur-generaal, beschouwde de vorsten als vazallen en behandelde ze ook zo. Er werden meer Nederlandse troepen naar het gebied gestuurd en opstanden bloedig neergeslagen.

Het Engelse Interregnum (1811-1816)

Toen Nederland door de Fransen werd ingelijfd, bezette Engeland Nederlands-Indië. De weerstand die Daendels opvolger, generaal J.W. Janssens, tegen de Britten die te Batavia landden kon bieden was gering. Op 17 september capituleerde hij in de buurt van Salatiga. Tijdens de relatief korte periode van het engelse tussenbewind werden tal van hervormingen doorgevoerd, zoals de instelling van de landrente. Deze ijver komt geheel op rekening van Thomas Stamford Raffles, de luitenant-generaal van Java die later Singapore zou stichten.

Het Nederlandse gouvernement vanaf 1816

In augustus 1816 gaven de Engelsen bij verdrag de eilanden terug aan Nederland. Het Nederlandse gouvernement borduurde voort op de politiek van Raffles en zijn Nederlandse voorgangers. De koloniale overheersing zou vanaf dit moment duidelijk en pijnlijk merkbaar worden voor de Indonesische bevolking. Men ging over tot het heffen van hoge belastingen. Gevolg was dat her en der opstanden tegen het gouvernement uitbraken, die uiteindelijk hun climax vonden in de Java-oorlog die van 1825 tot 1830 duurde. De door de Javaanse prins Diponegoro geleide opstand in Midden-Java kostte 200.000 Javanen en 8000 Europeanen het leven. De oorzaak van de Javaoorlog was een opeenhoping van overtredingen tegen de Javaanse adat door het Nederlandse gouvernement. Prins Diponegoro, die zich gepasseerd voelde bij een opvolgingskwestie, kwam in opstand toen de Nederlanders bij het traceren van een nieuwe weg het graf van een heilige schonden. Na lang gemediteerd te hebben in een grot aan de zuidkust van Java ging hij tot actie over. Hij liet de landmeterpalen langs de in aanbouw zijnde weg vervangen door lansen en beval zijn volgelingen over te gaan tot de Heilige Oorlog; de Perang Sabil, tegen de Nederlanders. Met een list, men nodigde Diponegoro voor onderhandelingen uit, wist het gouvernement de prins uiteindelijk gevangen te nemen, waarmee de opstand gebroken was.

Het Cultuurstelsel

Mede door Java-oorlog waren de economische problemen waarmee de Nederlandse regering te kampen had enorm. In 1830 nam men het besluit over te gaan tot het beruchte cultuurstelsel. De Javaanse dorpen moesten een deel van hun land (eerst 20 en later 33 procent) bebouwen met exportgewassen voor het gouvernement. Voor deze gewassen, met name koffie, suiker en indigo, betaalde de Nederlanders een vastgestelde lage prijs. Voor Nederland was de invoering van het stelsel, in een tijd dat de wereldhandel enorm aantrok, een geweldig succes. Voor de Javaanse boer betekende het echter bittere ellende. Doordat hij te weinig land overhield om eigen voedsel te verbouwen stierven duizenden Javanen de hongersdood, terwijl volgeladen schepen vanaf Java richting Europa vertrokken. Heel Java werd een groot werkkamp in dienst van de Nederlandse schatkist.

De periode 1870-1920

rubbertapper © Travelmarker ReizenNadat in 1870 het cultuurstelsel afgeschaft werd, brak er een nieuwe periode aan waarin Nederland Indië met behulp van westerse kennis en techniek in een rap tempo wenste te ontwikkelen. Het gouvernement richtte haar energie op de buitengewesten, die voor een groot deel voor de Nederlanders tot dan toe onbekend gebied waren gebleven. Op Sumatra werden grote stukken oerwoud in pacht gegeven aan Europese particuliere ondernemers, die de wildernis omtoverden in rubber, tabak en suikerplantages.

De Plantages

In formele zin betekende de agrarische wet van 1870 een einde van het cultuurstelsel. Er werd nu ruim baan gemaakt voor ongebreideld liberalisme. Op Java betekende dit een uitbreiding van de grootlandbouwondernemingen. Met het einde van het cultuurstelsel en de opening van de Indonesische markt voor particuliere ondernemers nam het aantal Nederlanders in de archipel enorm toe. Telde het jaar 1852 nog 22.000 Nederlanders, in 1900 was dit getal al ruim verdrievoudigd. Dit was mede het gevolg van het feit dat de Nederlandse planters hun gezin naar Indië meenamen of na een aantal jaren liet overkomen.

Het leven in de kolonie

In de beginjaren van de VOC trouwden Hollandse ambtenaren dikwijls met inheemse vrouwen, of leefden samen met aziatische concubines. De kinderen uit deze relaties werden opgenomen in de Europese gemeenschap. Later trouwde de Hollanders liever met vrouwen van gemengd bloed dan met zuiver Indonesische vrouwen. Vanaf 1870, toen het aantal Nederlanders enorm toenam doordat de nieuwe rijken, de planters, hun vrouwen uit Nederland lieten overkomen, nam de status van de Indische Nederlanders af. Alle hoge posten werden bekleed door Nederlanders, zij zouden zich moeten behelpen met ondergeschikte posities in het ambtenarenapparaat.

Na 1920 treed er een verandering op in de koloniale samenleving. Vanaf die tijd kwamen grote aantallen ambtenaren, nodig voor het door de ethische politiek ingewikkelder geworden binnenlands bestuur, Nederlands-Indië binnen. Het verschil lag daarin dat deze nieuwkomers in tegenstelling tot de Europeanen die voor 1920 waren gekomen, hun gezinnen meenamen en daardoor -afgezien van hun huispersoneel- nauwelijks contact hadden met de Indonesiërs. Hun voorgangers hadden dit wel, doordat ze of van gemengd bloed waren of met een inlandse waren getrouwd. Tot aan de Tweede Wereldoorlog zouden deze nieuwkomers de maatschappelijke bovenlaag van de maatschappij gaan vormen. Hun geïsoleerde positie droeg er toe bij dat men weinig begreep van de aard van de inheemse bevolking, iets wat zich vooral na de oorlog zou laten gelden.

De manier van leven van de Nederlanders in de kolonie stond vaak in schril contrast met het leven in Nederland. De zucht naar vertier was groot, geen cent werd gespaard aan uiterlijkheden. In van alle gemakken voorziene landhuizen liet men zich bedienen door een heel regiment aan huispersoneel en mat men zich een levensstijl aan waar de oude Romeinen misschien jaloers op zouden zijn geweest. Natuurlijk was dit niet bij iedereen zo, vooral in het begin leefden de planters zeer sober en eenvoudig, maar naarmate de onderneming zijn vruchten begon af te werpen, ging men het vertier in de grote steden zoeken.

Buiten de huisbedienden onderhield men nauwelijks contact met de lokale bevolking. De kloof tussen de Nederlanders en de Indonesiërs groeide gestaag en slechts weinigen hadden oog voor de erbarmelijke omstandigheden waarin de Indonesische bevolking leefde. In feite wenste men niet te tornen aan de status-quo, bewust werd het onderwijs aan de Javanen op een laag pitje gehouden. Wat dat betreft had het afschaffen van het cultuurstelsel weinig verbeterd aan de positie van de Javaanse boer. Nog altijd moest hij landrente betalen en door een snelle bevolkingsaanwas moesten er steeds meer monden gevoed worden.

Uiteindelijk waren het de Nederlanders in het moederland, en niet de kolonialen, die het opnamen voor de Indonesiërs. Koningin Wilhelmina had in haar troonrede van 1901 aangegeven "... dat Nederland tegenover de bevolking dezer gewesten een zedelijke roeping heeft te vervullen" . Hiermee was de ethische periode officieel begonnen. Alleen zo zou het profijt van het bezit van onze kolonie nog langer te verantwoorden zijn. Het ontwikkelingspeil van de inheemse bevolking moest dus omhoog. Dit diende vooral te gebeuren door hen in contact te brengen met Europese beschaving. De regering besloot tot investeringen in het onderwijs, de gezondheidszorg, de landbouw en de infrastructuur in Nederlands-Indië.

Opkomst van het Nationalisme

In 1912 werd de Sarekat Islam opgericht door Javaanse kooplieden. In 1917 werd de Volksraad ingesteld, die een spreekbuis van de wensen van de Indische burgerij moest worden. Onder het voorzitterschap van Sukarno werd in 1927 de Partai Nasionalis Indonesia (PNI) opgericht. Sukarno en soortgenoten werden monddood gemaakt door ze huisarrest te geven of in gevangeniskampen ver van de bewoonde wereld te plaatsen.

De Tweede wereldoorlog

Op 11 januari 1942 landden de eerste Japanse troepen op Nederlands-Indisch grondgebied. De aanval begon in Oost-Borneo en in de Minahasa in Noord-Sulawesi. In hun strijd tegen de Japanners verkeerden de Nederlanders in de veronderstelling dat hun weerstand door de Indonesische bevolking zou worden gewaardeerd, en dat door deze strijd hun gezag over de archipel zou zijn gelegitimeerd. Niets bleek minder waar te zijn.

Door hun invasielijnen van eiland naar eiland te laten lopen, van de Fillipijnen naar Indo-China, van Borneo naar Malakka en Sulawesi en van Sumatra naar Java en de belangrijkste geallieerde bases met slechts een kwart van hun legersterkte aan te vallen, slaagden de Japanners erin de geallieerde gevechtskracht in het Verre Oosten in 122 dagen uit te schakelen.

De Slag in de Javazee

De Slag in de Javazee zou voor de Nederlanders een tragedie van de eerste orde worden. Bij voorbaat stond al vast dat het Nederlands en bondgenootschappelijk smaldeel in dit zeegevecht tegen de Japanse invasiemacht het onderspit zou delven. Viceadmiraal Conrad Helfrich, de opdrachtgever tot de aanval besefte maar al te goed dat de strijd tegen Japan nooit gewonnen zou kunnen worden zonder hulp van Amerikaanse en Britse vlooteenheden; hulp die na Pearl Harbour en de val van Singapore nauwelijks kon worden geboden. Dat hij toch opdracht gaf tot de aanval kwam waarschijnlijk voort uit de gedachte dat het koloniale bewind zijn aanzien bij de Indonesische bevolking zou verliezen wanneer de rijzende zon zonder slag of stoot boven de archipel zou wapperen.

Met de slag in de Javazee en de capitulatie van het Java-leger, gebeurtenissen die binnen tien dagen tijd plaatsvonden, kwam in feite een einde aan de koloniale overheersing. Generaal Douglas Mac Arthur noemde het aan zijn lot overlaten van Nederlands-Indië een van de grootste vergissingen van de oorlog.

De Japanners werkten vanaf het begin van de bezetting hard aan de verwezenlijking van de ‘Groot-Oostaziatische Welvaartssfeer’. Alle westerse (Nederlandse) invloeden moesten uitgebannen worden. De Nederlanders en Indo-Europeanen werden in kampen opgesloten. Tijdens de bezetting hadden de nationalisten aanvankelijk weinig inbreng. Ze kregen ze hun kans pas toen de Japanners inzagen dat ze de oorlog niet meer konden winnen. Op 7 september 1944 van dat jaar stelde Japan de Indonesiërs de onafhankelijkheid van hun land in het vooruitzicht. In dezelfde maand mocht het sinds april 1942 verboden Indonesia Raya (Volkslied) weer gezongen worden en de Indonesische vlag worden gehesen.
Pagina boordevol links over de tweede wereldoorlog in het Verre Oosten

De Onafhankelijkheidsoorlog

De eilanden van de archipel hebben in het verleden altijd nauw contact met elkaar gehad. Vooral de kustbewoners van verschillende eilanden vertonen grote overeenkomsten in gebruiken en rituelen. Na 1300 versterkte de islam de gemeenschappelijke band in de archipel. Naast de oude vorstendommen van Java en Sumatra zorgden vooral de Nederlanders ervoor dat de bestuurlijke eenheid die Indonesië nu is, gevormd werd. Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog werden de verschillende eilanden automatisch bijeengebracht in hun strijd tegen de gemeenschappelijke vijand.

Sukarno, de eerste president van de Republik IndonesiaFormeel bestaat de republiek sinds 17 augustus 1945. Sukarno en Hatta proclameerden toen de onafhankelijkheid vanaf een papiertje met twee regels vanaf de veranda van Sukarno's woning. Dankzij een bericht van enkele regels in het Algemeen Handelsblad hoorde Nederland een maand later van de proclamatie. Er zouden echter nog vier lange jaren van strijd aan voorafgaan voordat de Nederlanders hun aanspraak op de voormalige koloniën lieten varen. Pas in december 1949 was er werkelijk sprake van een soevereine Indonesische staat.

De Japanse troepen die na de overgave nog steeds de dienst uitmaakten in de archipel moesten ervoor zorgen dat de orde en rust gehandhaafd zou blijven tot de Geallieerden het bestuur zouden overnemen. De Japanners hadden moeite met het handhaven van de status-quo en de orde toen op 19 september op het koningsplein een enorme menigte om Sukarno en Hatta riep. Sukarno's beheerste optreden en de vastberadenheid van de bevolkingmaakte indruk op de Engelsen die op het koningsplein aanwezig waren.

In September 45 werd de Engelse bevelhebber in Surabaja gedood. Dit zette Indonesie op de kaart van de vers opgerichte VN. Begin oktober mocht het eerste Nederlandse vliegtuig van de geallieerden op Java landen. Aan boord zat dr van Mook. Tussen november 1945 en maart 1946 voerde Nederland zijn eerste offensieve acties uit. Lombok, Bali, Banka en Pulau Weh werden bezet.

De Malino Conferentie

In juli 1946 deden de Nederlanders op de Conferentie van Malino (Zuid-Sulawesi) het voorstel om Indonesië, met uitzondering van republikeins gebied op Java en Sumatra, in deelstaten op te delen. Voor veel niet-Javaanse nationalisten was dit geen slecht alternatief voor Sukarno’s republiek. Na de conferentie kon gouverneur-generaal Van Mook vanuit een sterkere positie aan de verdere onderhandelingen met de republikeinen beginnen.

Het akkoord van Linggadjati

Op 12 november kwam van Mook te Linggadjati op West-Java tot een voorlopig akkoord met de republiek. Nederland zou het gezag van de Republiek op Java en Sumatra ‘de facto’ erkennen en de republiek ging akkoord met de vorming van een federatief Indonesië, dat in de vorm van een ‘Unie’ een band met Nederland zou blijven houden. Omdat beide partijen in hun hart iets heel anders wilden, zou het verdrag zou niet lang stand houden. In hun hart wilde beide partijen iets heel anders, en voelden ze zich beperkt door het akkoord. In Nederland werd het niet op prijs gesteld dat Sukarno getuige was van het akkoord van Linggardjati.

Aan het einde van hetzelfde jaar werd op Nederlands initiatief de deelstaat Oost-Indonesië uitgeroepen, met Makassar als hoofdstad. De situatie rond de hoofdstad was echter verre van rooskleurig. De anti-Nederlandse guerrilla’s drongen op en dreigden zelfs Makassar te veroveren. De Staat van Oorlog werd uitgeroepen en kapitein Westerling kreeg de opdracht rebellen te ontwapenen en het Nederlandse gezag te herstellen. De acties van deze KNIL-officier en zijn 123 man tellende Depot Speciale Troepen zijn oorlogsmisdaden van de eerste orde geweest.

De Politionele acties

Soekarno en zijn stafofficieren - Schilderij in het kraton van Jogjakarta  © Travelmarker ReizenHet optreden van de Nederlandse troepen in de archipel werd door de Nederlandse regering verkocht als een militaire operatie tot herstel van de veiligheid en zekerheid. Omdat een rechtstreekse aanval op Jogyakarta, het regeringscentrum van de Republikeinen, niet geheel in het verkooppraatje paste, werd gekozen voor economische doelen. De operatie, die erop gericht was die gedeelten van Java te veroveren waar de belangrijkste rijstvelden, plantages en fabrieken lagen, kreeg de passende codenaam 'Produkt'. Op 17 en 18 juli 1947 werd in de Nederlandse ministerraad de beslissing genomen operatie `Produkt' ten uitvoer te brengen. Op de Politionele acties, die voor de Nederlanders een succes waren, kwam veel kritiek vanuit de rest van de wereld. Vooral vanwege deze aanhoudende kritiek besloot Nederland zijn claim op haar voormalige kolonie te laten varen.

De soevereiniteitsoverdracht

In december 1949 vond volgens Nederlandse lezing de soevereiniteitsoverdracht aan de deelstaten plaats, die volgens de Indonesiërs neerkwam op de erkenning van de reeds uitgeroepen onafhankelijkheid. Sulawesi werd opgenomen in de deelstaat Oost-Indonesië. Op 17 augustus 1950 maakte de Verenigde staten van Indonesië plaats voor de eenheidsstaat Republik Indonesia. De deelstaat Oost-Indonesië werd opgeheven en Sulawesi in de Republiek Indonesië opgenomen.

Indonesië na 1949

Met het einde van de politionele acties en de overdracht van de soevereiniteit werd het er in de archipel niet rustiger op. In 1950 vonden overal in Indonesië ‘Darul Islam’-opstanden plaats. Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog had de fundamentalistische Darul Islam (Huis van de Islam) hard tegen de Nederlanders gevochten. De beweging propageerde het ideaal van een islamitische staat. De islamitische nationalisten waren verbitterd toen de islam geen staatsgodsdienst werd in het nieuwe Indonesië.

Naast ontevreden moslims was er ook verzet van lokale machthebbers. De aansluiting bij de republiek betekende in de ogen van een aantal lokale machthebbers slechts een machtswisseling tussen Nederland en Java. Voor streken die in de koloniale periode een voorkeursbehandeling hadden genoten was dit een duidelijke verslechtering. Vooral de Minahassers weigerden te gehoorzamen aan president Sukarno.
Na de oprichting van de PRRI, de tegenregering, in Padang (Sumatra) op 15 februari 1958 was Sukarno’s geduld op en brak er een burgeroorlog uit. Soekarno concentreerde zich op het weer in het gareel krijgen van de opstandelingen in Sumatra, maar liet ook Manado op Sulawesi bombarderen. Eind april gingen de opstandeling over tot een tegenoffensief. Vijf plaatsen in de archipel werden door wat `ongeïdentificeerde vliegtuigen’ werden genoemd gebombardeerd. Deze waren van de Filippijnen opgestegen en nadat een neergeschoten piloot de Amerikaanse nationaliteit bleek te hebben, beschuldigde Sukarno de PRRI van het aanvaarden van buitenlandse hulp. Na een weinig succesvolle guerrillastrijd gaven de rebellen op Noord-Sulawesi zich in 1961 over.

Sukarno's Geleide Democratie

het hijsen van de vlag - 50000 rupiahbiljetNa de machtsoverdracht nam het ongelofelijke aantal van 170 partijen en partijtjes aan de parlementaire democratie deel. Daartoe behoorden de KPI, die met drie miljoen leden de op twee na grootste communistische partij ter wereld was. Dat dit niet goed kon gaan bewezen de vele elkaar in kort bestek opvolgende regeringen, bestaande uit telkens verschillende coalities. In 1957 schafte Sukarno de parlementaire democratie af. Het was volgens hem tijd voor de Demokrasi terpimpin; de zgn. Geleide Democratie. Nog altijd is de Geleide Democratie van toepassing op de Indonesische politiek. Het verschilt daarin met de parlementaire democratieën van het westen dat besluiten niet door meerderheidsstemmen worden aangenomen, maar door 'musjawara' en 'mufakat', gelijk aan de oude dorpsdemocratie.

Opvallend is dat de communisten in de vijftiger en zestiger jaren zich niet direct tot de basis, de arme boeren, richtten maar steun voor hun ideeen zochten bij het dorpshoofd. Ook zij, die traditiegetrouw moeten appelleren aan het klassenbewustzijn van de onderdrukten in de samenleving beseften donders goed dat de Javaanse boer nooit in zou gaan tegen de wensen van het dorpshoofd.

1965: The Year of Living Dangerously

In de nacht van 30 september op 1 oktober 1965 werden te Jakarta 6 generaals van de landmacht door hun politieke tegenstanders vermoord. Bij de moordpartij lieten ook het vijfjarige dochtertje van generaal Nasution en twee logerende verwanten van een andere generaal het leven. De moord was een vonk in een kruitvat.
De officiële versie luidt dat de coup een communistische staatsgreep was, maar in het buitenland geloven weinigen daar nog in. De meeste leden van de PKI (Partai Kommunis Indonesia) wisten van niets en waarschijnlijk was de coup geen coup tegen Sukarno, maar een slecht voorbereide poging hem te beschermen tegen een veronderstelde voorgenomen coup van zijn eigen legerleiding. In elk geval was de coup het onvermijdelijke failliet van Nasakom, de door Sukarno afgekondigde doctrine waarin de nationalisten, godsdienstigen en communisten politiek moesten samenwerken.
Generaal-Majoor Suharto, de commandant van de Strategische Reserve, had de coup binnen 24 uur neergeslagen. Volgens sommige historici had hij de voorkennis over de coup verzwegen en pas ingegrepen toen de generaals, zijn belangrijkste militaire concurrenten, waren vermoord. Tegelijkertijd werd de coup aangegrepen om voorgoed een einde te maken aan de PKI. Het leger, geassisteerd door islamitische doodseskaders, slachtte binnen een half jaar 500.000 tot 2 miljoen vermeende communisten af. De Chinezen waren ook een zeer geliefd doelwit tijdens de moordpartijen, vooral omdat bij hen veel te halen viel. Oude rekeningen, die niets met politiek van doen hadden, werden tijdens deze massamoord vereffend. Suharto dwong Sukarno de macht aan hem over te dragen, hetgeen in 1967 gebeurde.

Het tijdperk Suharto

Suharto, president van Indonesië (1967-1998)De mislukte 'communistische' coup betekende het einde voor Sukarno, en het begin van de lange machtsperiode van Suharto. Door het uitreden uit de UNO en zijn politiek van `Konfrontasi' had Sukarno Indonesië in een geïsoleerde positie gemanoeuvreerd en zo aan de rand van een economische afgrond gebracht. Suharto's hoofddoelen zijn vanaf het begin af aan de politieke en economische consolidatie van het land geweest. In de ruim dertig jaar dat de president in functie is geweest, heeft hij iedereen die voor hem een bedreiging vormde, dus ook mogelijke opvolgers, buitenspel gezet. Ofschoon er veel aan de manier waarop hij bewind heeft gevoerd aan te merken valt, en dan met name op het gebied van mensenrechten en vriendjespolitiek, kan niet ontkend worden dat hij zeer veel voor Indonesië betekent heeft. De Azië-crisis, en de ermee gepaard gaande economische malaise in Indonesië, betekende het einde van de economische groei van het land en het einde van Suharto.

De Nieuwe Orde

Door het land weer aantrekkelijk te maken voor buitenlandse investeerders heeft de Nieuwe Orde het op economisch gebied zeer goed gedaan. Aan het einde van de periode Suharto was de Orde Baru allang niet nieuw meer, en hield het door zijn paternalisme en het bevoorrechten van een selecte groep intimi (Chinese zakenlieden en de familie en vrienden van Suharto) een verdere bloei van het land tegen. Hoewel het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking er met sprongen op vooruit was gegaan, was de kloof tussen arm en rijk gebleven en zelfs verbreed. Suharto bepaalde hoeveel stemmen naar de toegestane oppositiepartijen gingen en met hoeveel stemmen Golkar, zijn partij, zou gaan winnen. De enige functie van de verkiezingen was ten overstaan van de Wereldbank en investeerders laten zien dat Indonesië een democratisch land was. Op kritiek, zelfs opbouwende, werd paniekerig gereageerd. Mensen die te kritische geluiden lieten horen werden door de regering meestal als communist bestempeld en opgesloten. De top zag niets in het aangaan van het broodnodige dialoog met verschillende stromingen van andersdenkenden in de maatschappij. Suharto durfde niet af te treden, bang dat wie van de tijger zou afstappen erdoor opgegeten zal worden. Het werd hierdoor met de dag moeilijker een soepele overgang naar een post-Suharto tijdperk te bewerkstelligen.

Indonesië na Suharto

parade op Onafhankelijkheidsdag  © Travelmarker ReizenMet het wegvallen van de harde hand van de dictator kwamen allerlei geesten uit de fles. Van de eenheid in verscheidenheid bleef na rellen tussen christenen en moslims op de Molukken en andere eilanden weinig over. Wahid, de eerste echt democratisch gekozen president, was minder daadkrachtig dan zijn voorganger, voornamelijk omdat hij met democratische middelen oplossingen zocht voor de chaos die Suharto had achtergelaten. In juli 2001 werd hij vanwege vermeende fraude door het parlement weggestemd en vervangen door Megawati Sukarnoputri, de vicepresident en dochter van Sukarno, de eerste president van het land. Echt daadkrachtig was ze niet, en haar verstrengeling met het leger was groot. Met haar aantreden kwam aan de afbrokkeling van de macht van het leger -door Wahid in gang gezet- een einde. Bij de verkiezingen van 2004 versloeg Susilo Bambang Yudhoyono (9 september 1949) Megawati Soekarnoputri. Hij is de zesde president van het land en de eerste rechtstreeks gekozen president van Indonesië.

In december van 2004 werd Sumatra, en met name de provincie Aceh, zwaar getroffen door de vloedgolf als gevolg van een zeebeving voor de kust. De zeebeving was zo hevig dat de vloedgolf ook veel doden en een enorme schade op Thaise eilanden in de Andamaanse Zee, Sri Lanka, India en de oostkust van Afrika tot gevolg had. De meeste doden vleien echter op Sumatra te betreuren.

Reis naar Indonesië met Travelmarker Reizen

Maak kennis met de Indonesische archipel tijdens zeer bijzondere rondreizen met privé-chauffeur van Travelmarker Reizen.

  reis door
.

Laatste nieuws

naar menu landeninfo landeninfo
Ga naar deze pagina voor het laatste nieuws over Indonesië

Historische plaatsen

naar menu landeninfo landeninfo
Lees meer over de historische plaatsen van Indonesië

Bestel 'n vliegticket, hotelkamer en nog veel meer via Travelmarker

Zoek een voordelige
naar menu tipsvliegticket
naar menu tipslastminute
naar menu tipsreisverzekering

naar menu tipshotelkamer
naar menu tipsvakantiehuisje
naar menu tipscamping
naar menu tipsreisgidsen
naar menu tipsgolfreis naar menu tipscruise
naar menu tipshuurauto naar menu tipstreinreis
Doe het zelf met TMreizen !

naar beginpagina landeninfonaar beginpagina land
 klimaat
 geografie
 flora &  fauna
 geschiedenis
 bevolking
 cultuur
 evenementen
 taal
 transport
 accommodatie
 culinair
 communicatie
 individuele rondreizen
 bouwstenen
 groepsreizen
 activiteiten
 praktische tips
 bezienswaardigheden
klik hier om naar een ander land te gaan

Stel zelf jouw reis naar Indonesië samen !




   

                  

© 2014 www.travelmarker.nl