Lombok's geschiedenis in vogelvlucht
Majapahit
In de 14e eeuw stond Lombok onder heerschappij van het
Oost-Javaanse Majapahitrijk. Volgens een 14e eeuwse tekst
op lontarblad werd het eiland onder direkt bestuur van Patih
Gajah Mahda, de machtige eerste minister van dit rijk, geplaatst.
Dit geschiedde kort voor zijn dood in 1365. Het lontargeschrift,
de beroemde Negarakertagama, dat in 1894 'ontdekt' werd,
geldt als de belangrijkste informatiebron over de oude Oost-Javaanse
koninkrijken. Buiten deze tekst is geen enkel spoor van
de Javaanse verovering van het eiland overgebleven, met
uitzondering misschien van een geïsoleerde groep mensen
die in Semebalun, hoog op helling van de Rinjani
woont. Deze mensen beweren af te stammen van Hindu-Javanen
die zich hier toen vestigden, en ze bewaken het graf van
een broer van de koning van Majapahit.
De Sasak
Volgens enkele geschiedschrijvers werd de eerste belangrijke
stad van de Sasak,
Lombok Mirah, gevestigd aan de monding van de rivier Lokoq
Puteq (deze stroomt uit het Segara Anakmeer in de krater
van de Rinjani naar de noordkust). De stad was verdeeld
in een oostelijk `heilig' gebied en een westelijk `heidens'
gebied. Door her-haaldelijke aanvallen van Javaanse koninkrijken
verlieten vele mensen de stad. Sommigen vluchtten naar het
oosten en stichtten daar het later beroemd geworden vorstendom
Selaparang, anderen weken uit naar het westen en werden
de grondleggers van het vorstendom Batudendeng. Een derde
groep bleef in de stad, waar zij hun rijk opbouwden, dat
later bekend werd als Bayan.
De komst van de islam
Tussen 1506 en 1545 bereikte de islam Lombok vanuit het
noorden van Java.
De religie kreeg vooral in het oosten pas echt voet aan
de bodem met de komst van islamitische handelaren uit Makassar
en het naburige Sumbawa.
Deze lieden koloniseerden oostelijk Lombok in de 17e eeuw,
terwijl de Balinese vorst van Karangasem zich meester maakte
van het westen van het eiland. Tijdens de eeuwen volgend
op de islamisering, stonden de Balinezen
en Makassaren regelmatig op het slagveld tegenover elkaar.
De onbeduidende rijkjes op Lombok fungeerden vaak als speelbal
in deze strijd, waarbij onduidelijk was voor wie zij partij
kozen. In de periode voor de komst van de islam, had Klungkung
grote invloed gehad op Lombok, in de 17e eeuw echter kwamen
de Makassaren als winnaar uit de strijd.
De Balische oorlogen
De Balinezen zaten evenwel niet stil en in 1677 verdreven
ze samen met de Sasaks de Makassaren van het eiland. Vanaf
dit tijdstip was het eiland verdeeld in verschillende prinsdommen.
De bondgenoten van voorheen, de Sasaks en de Balinezen,
stonden nu tegenover elkaar en voerden bloedig strijd om
de macht. Ondanks het overwicht van de Balinezen wisten
de Sasaks tot 1849 alle aanvallen te weerstaan vanuit een
serie onafhankelijke islamitische vorstendommen in het oosten.
In 1843 sloot de vorst van Mataram
een verdrag met de Nederlanders. Uiteindelijk werden de
Sasaks in 1849 verslagen, waarna heel Lombok, samen met
het oosten van Bali onder heerschappij van Ratu Agung-agung
K'tut, de vorst van Karangasem, kwam te staan. De vorsten
van Mataram waren er zo in geslaagd heel het eiland onder
controle te krijgen, en vier vorstendommen lang waren de
Balinezen aan de macht als feodale heersers. De vier mini-taatjes
hadden geen duidelijk gedefinieerde grenzen. Een raja stond
aan het hoofd van elk rijk. De invloed van de rijkjes strekte
zich uit tot de Balinese dorpen op West-Lombok en de Sasak-dorpen
op West- en Oost-Lombok. Van deze mini-rijkjes was Karangasem-Lombok
verreweg het machtigste. Het had het grootste gedeelte van
het land in bezit en de controle over de export. De drie
belangrijke havens, Ampenan
en Tanjong Karang aan de westkust en Piju aan de oostkust,
behoorden tot zijn grondgebied.
De 19e eeuw was dan ook een gouden eeuw voor West-Lombok.
De Pura
Meru en de Taman Mayura dateren uit deze periode. Europese
bezoekers aan Lombok spraken hun bewondering uit over de
geplaveide en overschaduwde weg (ongeveer 25 km) van Ampenan
naar Mataram,
Cakranegara
en Narmada.
Zij waren verbaasd zo'n weg aan te treffen in een `inheems'
koninkrijk, een weg die zelfs over verschillende stenen
bruggen leidde en waar om de zoveel kilometers fonteintjes
waren geplaatst, waar de dorstige voorbijganger zijn waterfles
kon vullen. De straten van Mataram en Cakranegara waren
verlicht door lantaarns, die geplaatst waren op bamboepalen.
Lombok wordt toegevoegd aan Nederlands-Indië
Hoewel de Nederlands-Indische regering in 1880 al aarzelend
had geprobeerd om zijn politieke invloed op Lombok te vergroten,
begonnen de problemen tussen Mataram en Batavia
pas goed in 1891, toen er een opstand uitbrak van de fundamentalistische
Sasak-moslims (Waktu Lima) op Oost-Lombok. Het rijk Mataram
was in staat geweest de Sasak-opstanden in 1855 en 1871
de kop in te drukken, maar in 1891 schoten de financiële
middelen en de militaire uitrusting tekort, en kon er geen
einde gemaakt worden aan de rebellie. De onstabiele toestand
die hierdoor ontstond, was voor de Nederlanders een gelegenheid
om 'te vissen in troebel water'.
In 1893 stuurden de Nederlanders een bataljon soldaten.
De raja, die een conflictstituatie met de Nederlanders wilde
voorkomen, was bereid van alles te tekenen wat hij onder
ogen kreeg. Zo stemde hij in met de souvereiniteit van Nederlands-Indië.
De vorst hoopte dat de Nederlanders zijn zoon, Anak Agung
Ketut, aan zouden stellen als koning en de orde op Oost-Lombok
zouden herstellen. De Nederlanders wisten echter dat de
fundamentalistische moslims geen haarbreed zouden toegeven.
In 1894 besloten ze om het eiland op te splitsen in twee
etnische woongebieden. Eén ervan was bestemd voor de 30.000
hindoeïstische Balinezen, met als leider Anak Agung Ketut;
het andere voor de 500.000 islamitische Sasak, die meerdere
fundamentalistische leiders hadden. Deze verdeling betekende
het einde van de Balinese macht op Lombok.
Nog éénmaal, in augustus 1894, vond een Balinese opstand
plaats, waarbij Ampenan
op de Nederlanders werd heroverd. De militaire expeditie
die hierop volgde stond onder leiding van de generaals Vetter
en van Ham. De troepen gingen in Ampenan aan land, en wisten
met behulp van enkele Sasakleiders uit het oosten de Balinezen
te onttronen. Verliezen aan beide zijden waren hoog; aan
Nederlandse zijde sneuvelden bijna 1000 van de 4400 man,
en aan Balinese kant ruim tweemaal zoveel. Bij een hinderlaag
bij de Pura Meru in Cakranegara
werd generaal van Ham dodelijk getroffen. In de ochtend
van 22 november bereikte de oorlog zijn macabere finale.
Net als de vorsten later op Bali zouden doen, pleegde ook
hier de vorst en zijn familie de puputan, een rituele aanval
op de vijand, gelijk aan zelfmoord. Gekleed in het wit en
met korte lansen in hun handen, stormden ongeveer 400 Balinese
mannen, vrouwen en kinderen met ware doodsverachting in
op de Nederlandse troepen. Geen van hen bereikte de Nederlandse
soldaten, allen werden neergeschoten.
Onder nederlands bewind
Met de Nederlands-Indische overheersing begon de plundering
van de Lombokse rijkdommen. Een deel van de schatten van
Karangasem werd in bruikleen gegeven aan het Bataviaasch
Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen, die ze tentoonstelde.
De rest werd naar Nederland gebracht. Daar rees de vraag
wat te doen met de schatten: ze veilen en de opbrengst gebruiken
voor oorlogsverliezen of de verzameling vanwege grote historische
waarde bij elkaar houden. Men koos voor de tweede optie
en maar liefst 243 voorwerpen werden tentoongesteld, met
name in het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden. In 1977
werd een deel aan Indonesië teruggegeven en is nu te bezichtigen
in het Museum
Nasional in Jakarta.
Nadat de Hollanders er met behulp van de islamitische Sasak
in geslaagd waren de Balinese macht op Lombok te breken
ontpopten ze zich als strenge heersers. De Sasak kwamen
erachter dat de Balinezen vergeleken bij de nieuwe heersers
lieverdjes waren. Onder de Nederlanders werden negen dammen
gebouwd en een belastingstelsel ingevoerd, dat een zware
druk op de toch al arme bevolking legde.
Onafhankelijkheid
In 1945 riep Sukarno de onafhankelijkheid uit. Lombok
viel vanaf dat moment onder de Nederlandse Oost-Indische
Federatie. Tussen november 1945 en maart 1946 voerde Nederland
zijn eerste offensieve akties uit. Lombok, Bali,
Banka en pulau Weh werden bezet.
In 1951 worden de grenzen van de nieuwe provincie Nusa Tenggara
Barat vastgelegd, en Mataram wordt de hoofdstad. Tegenwoordig
heeft Lombok drie Kabupaten: West, Centraal en Oost, met
als respectievelijke hoofdsteden Mataram, Praya en Selong.
De algemene ontwikkeling van Lombok sinds de onafhankelijkheid
in 1945 kenmerkt zich door een afnemende invloed van de
aristocratie en het toenemende gezag van een groep orthodoxe
moslimleraren, bekend als Tuan Guru. In vele gebieden oefent
deze groep meer invloed uit dan de lokale regering. In de
vijfjaarlijkse verkiezingen krijgt de islamitische partij
(PPP) hier een opvallend grote aanhang.
Bezoek Lombok met Travelmarker Reizen
| tmreizen.nl |
  |
| Bezoek Lombok tijdens een
van de zeer bijzondere rondreizen met privé-chauffeur
van Travelmarker Reizen. |
|