De geschiedenis van de Toraja
 Volgens
de overlevering zijn de Toraja afkomstig uit het mysterieuze
land Pongko. De voorouders waren met 8 lembangs (prauwen)
door een storm op de kust van Sulawesi beland. Vanaf de
kust volgden ze de Sa’danrivier naar het hoogland. Waarschijnlijk
zit er een kern van waarheid in dit verhaal, want zo’n 3500
jaar geleden kwamen de Toraja met tussenpozen vanuit het
zuidwesten van Annam (Vietnam) naar Sulawesi. Sommige historici
vermoeden dat Pongko Kalimantan is, en menen dat de emigranten
uit Annam eerst op dat eiland gewoond hebben. Net als de
Batak van Sumatra en de Dayak van Kalimantan behoren de
Toraja tot de protomaleiers en worden ze tot de oudste volkeren
van Indonesië gerekend. Aanvankelijk vestigden ze zich
langs de kust van Sulawesi, totdat ze daar ongeveer 600
jaar geleden werden verjaagd door de tweede groep Maleise
volkeren. Deze volkeren zijn de voorouders van de Makassaren
en Buginezen, en worden ook wel de deuteromaleiers genoemd.
De Toraja zochten hun heil in het hoogland en meden contact
met buitenstaanders. Doordat ze voor de komst van de Nederlanders
geen schrift kenden, tast men met betrekking tot hun geschiedenis
grotendeels in het duister.
 De
legende
De legende verhaalt van de tomanurun, de hemelse wezens,
die naar de bergtoppen afdaalden. Hierin zijn de Toraja
duidelijk beïnvloed door het Buginese I La Galigo-epos.
Tomanurun Tamboro Langi’, die in Kandoro leefde, was de
stamvader van de dynastie. Zijn kleinzoon, Lakipadada, belandde
tijdens zijn speurtocht naar het eeuwige leven in het in
het zuiden gelegen koninkrijk Gowa. Daar wist hij de koning
met zijn magische krachten dusdanig te imponeren dat hij
diens dochter mocht trouwen. De 3 zonen uit dit huwelijk,
de tallu boto (de 3 oogsten), zouden over Toraja, Gowa en
Luwu gaan heersen.
De Buginese invasie
De eerste geschreven bron over Tana Toraja is een oude
Buginese kroniek. Deze vertelt over de 17de-eeuwse invasie
van de Buginese vorst Aru Palakka in het gebied. Het hoogland
was niets voor de Buginezen, die op zee beter uit de voeten
konden. Na 7 jaar bezetting wisten de Toraja gewapenderhand
hun onafhankelijkheid te herwinnen. Deze rebellie tegen
de vreemde bezettingsmacht werd gevoed door een diepe haat
vanwege het plunderen van tal van oude begraafplaatsen en
heiligdommen tijdens de Buginese mars door de hooglanden.
Hoewel verschillende dorpen federaties vormden in hun strijd
tegen een gemeenschappelijke vijand als Palakka, heeft er
nooit een machtig Toraja-rijk bestaan.
 De
eerste Europeanen
De Nederlander Van Rijn en de Zwitserse ontdekkingsreizigers
Paul en Frits Sarasin waren de eerste Europeanen die de
hooglanden van de Toraja van de west- naar de oostkust verkenden.
Hun expeditie vond plaats in 1902, en na afloop gaf Van
Rijn een uitvoerige beschrijving van het gebied en zijn
bevolking. De Toraja waren koppensnellers, maar hun sneltochten
waren vergeleken bij die van bijvoorbeeld de Dayaks van
het eiland Kalimantan kleinschalig. Het ging erom je als
man te bewijzen. Bij het overlijden van een stamhoofd moesten
ook koppen gesneld worden, zodat de ongelukkigen het stamhoofd
in het hiernamaals als slaaf konden dienen.
 De
pacificatie
Aan het einde van de vorige eeuw zonden de koninkrijken
Bone en Luwu troepen naar de hooglanden om greep te krijgen
op de succesvolle koffiehandel van de Toraja. Tot onderwerping
van het gebied kwam het echter niet. Wel gingen de Toraja
meer koffie en slaven aan Bone en Luwu leveren, in ruil
voor stoffen en wapens. Aan het isolement en de autonomie
van de Toraja kwam een einde toen het Nederlandse gouvernement
in 1905 besloot de binnenlanden van Sulawesi te pacificeren.
De fanatiekste tegenstanders waren lokale heersers die in
de handel veel macht en rijkdom hadden vergaard. Vooral
de edelman Pong Tiku, die goede zaken deed met de Buginezen
in de handel in koffie en slaven, was een vijand waarmee
het KNIL niet makkelijk kon afrekenen. Hij werd min of meer
de leider van het verzet in de Sa’danvallei. Na een guerrilla—oorlog,
die ruim een jaar duurde, werd het laatste verzet bij Pangala
gebroken. Pong Tiku werd gevangen genomen en in 1907 in
Rantepao ‘op de vlucht’ doodgeschoten. Hij is in 1960 opgenomen
in de verzameling nationale helden van de republiek. Na
de pacificatie van de hooglanden waren de Toraja aan het
Nederlandse gezag onderworpen. Velen verlieten hun traditionele
dorpen op de bergtoppen en vestigden zich in de vlakten.
De Nederlanders schaften de slavernij en het koppensnellen
af
 De
zending
Vanaf 1913 druppelden zendelingen van de Gereformeerde
Zendingsbond van de Nederlandse Hervormde Kerk het gebied
in. A.A. van de Loosdrecht, de eerste missionaris die trachtte
de Toraja tot het christendom te bekeren, werd door een
groep edelen vermoord omdat hij het slachten van buffels
tijdens de dodenrituelen wilde verbieden. Na erin geslaagd
te zijn enkele rituelen uit te bannen, werd rond 1920 besloten
de begrafenisrituelen ongemoeid te laten. De geslachte dieren
mochten niet meer als offer dienen, maar als voedsel voor
de genodigden. Ondanks dit compromis lukte het niet veel
mensen voor het nieuwe geloof te winnen. In 1930 waren slechts
1700 Toraja tot het christendom overgegaan, wat toen nog
geen procent van de totale bevolking was. Pas na de onafhankelijkheid
hebben de Toraja massaal voor het christendom gekozen, waarschijnlijk
omdat ze verplicht waren een officiële godsdienst op
te geven, maar vooral ook om tegenwicht te bieden tegen
de to sallang (de moslims).
Bezoek Toraja met Travelmarker Reizen
| tmreizen.nl |
  |
| Bezoek Toraja tijdens een
zeer bijzondere vakantie met privé-chauffeur
van Travelmarker Reizen. |
|