De geografie van Laos
 Laos
is het enige land op het Zuidoost-Aziatische continent dat
nergens aan zee grenst. Het land ligt volkomen ingebed tussen
hooggebergten en grenst overal aan andere landen: China
in het Noorden, Vietnam in het Oosten, Cambodja in het Zuiden,
Thailand
in het Westen en Myanmar (Birma) in het Noord-Oosten. De
totale oppervlakte van het land is 236.800 km2, zo'n zes
keer groter dan Nederland.
Doordat 90% van Laos uit ruige, beboste bergen bestaat,
concentreert de bewoning zich in de vruchtbare valleien
van de Mekong rivier en haar zijrivieren. Alle belangrijke
steden liggen dan ook aan de Mekong, wat veelzeggend is
voor het grote belang dat deze rivier voor de Laotianen
heeft. Deze levensader van Azië, gevoed door het smeltwater
van het Himalayagebergte,
vormt het grootste deel van de grens met Thailand en Myanmar.
De Laotiaanse deel van de machtige Mekong is maar liefst
1,865 km lang. Het merendeel van het transport vind over
deze rivier plaats.
Slechts 35 procent van het land kan voor landbouw gebruikt
worden. Rivierwater wordt gebruikt voor irrigatie van rijstvelden,
maar het grootste deel van de rijstvelden is nog steeds
afhankelijk van de hoeveelheid neerslag die valt. Door de
lage produktie is Laos niet zelfvoorzienend in rijst, het
belangrijkste voedsel.
 Laos
wordt doorgaans onderverdeeld in drie gebieden: het ruige
Noorden, met hoge bergen, kleine valleien en een hoogvlakte,
de Vlakte
der Kruiken; het vollere Midden, met lagere bergen en
grote valleien; en het hete, droge Zuiden, met de Boloven
hoogvlakte en brede valleien. De hoogste bergen van
Laos liggen in de provincie Xieng Khuang, met de 2820 meter
hoge Phou Bia als topper.
|