De Singalese beschaving
 Meer
dan 2000 jaar geleden ontstonden er in Sri Lanka al koninkrijken
die in cultureel en economisch opzicht nauwelijks voor hun
grote noorderbuur India onderdeden. Befaamd zijn de grote
rijken van Anaradhapura
(161voor Christus tot 1017 na Christus) en Polonnaruwa
(1070-1215) waaruit een fabelachtige boeddhistische architectuur
ontsproot. Deze rijken zijn vernoemd naar de respectievelijke
historische
hoofdsteden. De Anuradhapura (de voormalige hoofdstad)
nam een aanvang toen koning Dutthaganman uit Rohana de eerste
Singalese heerser over het hele land werd, door de Tamil-koning
te verslaan. Hij had veel steun van zijn Singalese onderdanen.
Tijdens de Polonnaruwa (hoofdstad na de Dravische invallen)
werd koning Vijabahu uit Rohana koning over heel het eiland.
Hij maakte van het Boeddhisme
de staatsgodsdienst.
 Landbouw
In de Singalese rijken nam de rijstverbouw een grote vlucht
dankzij een wijdvertakt irrigatiestelsel. De bewoners van
Sri Lanka beheersten al in de 3e eeuw voor Chr. ingewikkelde
irrigatietechnieken. Aanvankelijk bestond dit vooral uit talloze
aarden dammetjes, die de boeren in nabije riviertjes legden.
Het water werd afgeleid en verzameld in kleine kunstmatige
reservoirs. Vanuit deze reservoirs werd het via kanaaltjes
naar de rijstvelden geleid. In de eropvolgende eeuwen werden
duizenden waterreservoirs (wewa’s) met ingenieuze bevloeïngskanalen
aangelegd. Veel van deze reservoirs zijn nu reusachtige meren
met een rijk vogelleven. Het grootste antieke stuwmeer is
de Prakramabahu Samudra uit de 12de Eeuw. In die eeuw was
Sri lanka de belangrijkste rijstexporteur van Zuid-en Zuidoost-Azië.
 Architectuur
De schilder-en beeldhouwkunst bereikten tijdens de Singalesee
beschavingen grote hoogten. De ruïnes van klassieke tempels
en paleizen bij de oude hoofdsteden, tegenwoordig toeristische
bezienswaardigheden, getuigen hiervan.
Veroveringen
De Singalese koninkrijken waren dikwijls in oorlog met Dravische
vorstendommen uit Zuid-India. Over en weer vonden invallen
plaats. Het einde van zowel de Anuradhapura-als de Polonnaruwa-periode
werd gemarkeerd door de verovering van het hele eiland door
Indiase vorsten. Onbekwame koningen en interne verdeeldheid
ondermijnden de welvaart en de militaire macht van de Singalese
koninkrijken. Hierdoor was het onderhoud van de complexe irrigatiewerken,
dat een zwaar beslag legde op de economie en de bestuurlijke
organisatie, steeds moeilijker op te brengen. De rijstoogsten
namen af, en tegelijk brak een malaria-epidemie rond de stilstaande
wateren uit, die veel slachtoffers eistte.
Trek naar het zuiden
De 13de Eeuw stond in het teken van een massale trek van de
Singalesen naar het zuidwesten van het eiland. Ze hoopten
daar veiliger te zijn voor de invallen uit India en er een
nieuwe economische basis te vinden. In korte tijd werden de
eeuwenoude irrigatiewerken verlaten. De overvloedige regenval
in het zuidwesten en zuiden maakte irrigatiewerken overbodig.
De rijst werd voortaan op kleinschalige wijze verbouwd, en
was vooral bestemd voor eigen gebruik. Voor het eerst moest
er rijst worden geïmporteerd. Dit werd mede mogelijk gemaakt
door de export van specerijen als kaneel en peper.
De kolonisatie
Sri Lanka was een van de eerste Aziatische landen dat de aandacht
van Europese handelaars trok. De drie Europese landen die
zich vervolgens 450 jaar lang met het eiland bemoeiden, hebben
op een eigen manier de binnenlandse situatie naar hun hand
gezet. Gemeenschappelijke drijfveer was natuurlijk de winstgevende
handel in specerijen, rijst en plantagegewassen.
De Portugese periode (1505-1658)
Op 15 november 1505 ontving de koning in de huidige hoofdstad
Kotte bij Colombo
het volgende bericht van een boodschapper:
"Er zijn zojuist in de haven mannen aangekomen
met een blanke huid; ze zijn erg knap. Ze dragen ijzeren
vesten en hoeden. Ze eten stukken witte steen en drinken
rood bloed. Hun grote geweren maken meer lawaai dan de donder
en hun kogels kunnen een marmeren muur verbrijzelen."
De Portugezen gaven het eiland een nieuwe naam: Cilao.
Ze waren in het begin meer koopman dan soldaat; ze namen
de kustgebieden gedeeltelijk in bezit, stichtten er nederzettingen
en factorijen en bouwden er kerken en forten. Al gauw bloeide
de handel in specerijen en edelstenen. De Portugezen profiteerden
van de onenigheid tussen de zeven koninkrijkjes waarin het
eiland uiteengevallen was. In 1517 bouwden ze een haven
in Colombo. De tempels maakten ze met de grond gelijk in
hun ijver de bewoners het katholiek geloof op te dringen.
 De
Nederlandse periode (1658-1802)
Toen de Portugezen in het begin van de 17de Eeuw ook Kandy
wilden veroveren, riep de koning de hulp in van de Nederlanders.
In ruil daarvoor bood hij de Nederlanders handelsvoordelen
aan, met name voor kaneel. De Verenigde Oostindische Compagnie
ging daar graag op in, maar enkel voor de hoofdprijs; het
overnemen van de handel van de Portugezen. Na jarenlange
strijd lukte het de Compagnie om in 1658 de Portugezen volledig
te verslaan. Om te bewijzen dat de Nederlanders het eiland
in handen hadden genomen, gaven ze het een nieuwe naam:
Zeylan.
Hoewel de Nederlandse heerschappij niet langer dan 140 jaar
duurde, was hun invloed zeer groot. Ze hadden meer macht
dan de Portugezen; de hele oostkust was onder controle van
de VOC en daarmee vrijwel de gehele buitenlandse handel.
Een van de belangrijke VOC-vestingen op Sri Lanka was het
in het zuiden gelegen Galle,
een plaats die vanwege zijn vele Hollandse bouwwerken tegenwoordig
'Holland in de Tropen' wordt genoemd, en een belangrijke
toeristische bestemming op het eiland is. Zeylon was na
Indonesië de belangrijkste VOC-vestiging in Azië. Vanuit
Zeylon werd kaneel, peper, koffie en olifanten naar het
westen geëxporteerd. De Nederlanders bouwden forten om hun
handelsbelangen te beschermen, en bouwden -hoewel ze op
religieus vlak minder actief waren dan de Portugezen- ook
verschillende protestantse kerken. Uit India lieten ze Tamil-slaven
overkomen om te werken op de rijstplantages. Ze lieten goede
wegen en kanalen aanleggen, voerden een bestuursregeling
in en vestigden hun macht over de kustgebieden. Pogingen
om Kandy te veroveren faalden echter. Door de ontwikkelingen
in Europa en een verloren oorlog met Groot-Brittannië verzwakte
de macht van het VOC. Zonder veel strijd konden de Britten
aan het einde van de 18de eeuw de heerschappij over Zeylon
overnemen.
De Britse periode (1802-1948)
De basis voor de huidige Srilankaanse economie en politiek
is in de Britse periode gelegd. In 1833 brachten de Britten
het eiland onder één bestuur en maakten van
Ceylon een echte plantagekolonie. Voortbouwend op de Nederlandse
investeringen werd de economie geheel ingericht voor de
export van tropische gewassen. Wegen en spoorwegen werden
aangelegd voor het vervoer van de exportgewassen naar de
havens.
Onafhankelijkheid
De Britten waren geschrokken door het geweld waarmee Birma
en India de onafhankelijk eisten. Daarom gaven ze Ceylon
in 1948 de onafhankelijkheid.
Pas in 1972 verbrak Ceylon de formele banden met het Britse
koningshuis. Het land werd een republiek. Deze nieuwe positie
beklemtoonden ze met een naamsverandering, namelijk Lanka,
vooraf gegaan door de eretitel Sri.
Tamil Eelam
Het etnisch conflict op Sri Lanka is pas na de onafhankelijkheid
ontstaan. De Tamil-minderheid had onder het Britse bestuur
een min of meer bevoorrechte positie. Veel meer dan de Singalezen
bezochten ze Engelstalige scholen, en de inheemse ambtenarij
bestond voor een onevenredig deel uit Tamils. Nadat het
vertrek van de Britten namen de Singalezen, die de politieke
macht in handen kregen, tal van maatregelen om hun maatschappelijke
positie te verbeteren. Vooral het besluit uit 1956 om het
Singalees tot enige officiële taal te maken was bijzonder
provocerend voor de Tamils, die zichzelf vanaf dat moment
min of meer als gast in Sri Lanka voelden. De voedingsbodem
was gelegd voor een slepend conflict. Op militair gebied
bleken de Tamiltijgers van de LTTE (Liberation Tigers of
Tamil Eelam) vaak de meerdere van het leger, vooral doordat
ze meer dan voldoende financiële middelen hadden voor
de aankoop van geavanceerd wapentuig. De militaire strijd
woedde enkel in het noorden, terroristische aanslagen vonden
regelmatig plaats in de hoofdstad Colombo. Vooral politieke
manifestaties en militaire installaties zijn het doelwit
van bomaanslagen geweest. Toeristen zijn nooit direct doelwit
geweest van de Tamil-strijders. Het 30 jarige conflict tussen
de Sri Lankaanse regering en de Tamil Tigers is in mei 2009
officieel beëindigd.
Lees hier meer over de
laatste stand van zaken mbt tot risico's voor reizigers
Algemeen
| lcweb2.loc.gov |
  |
| Bijzonder uitgebreid profiel
van Sri Lanka van het Library of Congress (VS) met de
nadruk op de geschiedenis van het eiland. Je kunt tevens
gericht zoeken in hun database. Aanrader! |
De koloniale periode
| iaf.nl/Users/janpoel |
  |
| Uitgebreide informatie over
de geschiedenis van de Nederlandse Burghers in verschillende
artikelen. Met foto's en oude prenten. Aanrader! |
| geocities.com/Athens |
  |
| Uitvoerige beschrijving van
de Burghers van Sri Lanka, compleet met foto's, namenlijsten
en statistieken. |
| tranquebar.dk |
  |
| Antieke munten die gebruikt
werden op Sri Lanka. Voor niet numatologen is vooral
de pagina over VOC munten interessant. |
| geocities.com/Athens |
  |
| Kaarten van het eiland waarop
de Nederlandse en Portugese invloedssferen tussen 1560
en 1766 aangegeven zijn. |
Legendes & spookjes
|