Afrodisias
 Afrodisias,
een van de mooiste ruïnesteden van Turkije, ligt op
een plateau, 548 meter boven de zeespiegel, aan de voet
van de Akbaba Dagi (2308m). Hoewel het vrij geïsoleerd
ligt is het zeker de moeite van een omweg waard indien je
van Izmir
naar Denizli (of omgekeerd) rijdt.
De geschiedenis
Opgravingen te Afrodisias hebben sporen van bewoning aangetoond
die tot 3000 voor Chr. terug te dateren zijn. Twee heuvels
in de stad, de acropolis en de pekmezheuvel, zijn ontstaan
door een opeenhoping van nederzettingen die tot het Bronzen
tijdperk teruggaan.De plek waar de ruïnes nu liggen
is misschien al vanaf het Neolitische tijdperk heilig geweest.
Waarschijnlijk zijn het de Assyriërs geweest die in
dit afgelegen gebied met de cultus zijn begonnen, voor of
na de verwoesting van Ninive door de Meden en Babyloniërs.
Afrodite's voorgangster was dan ook de oosterse liefdesgodin
Ishtar of Astarte. Volgens het geografisch lexicon 'Ethnika'
van Stephanus van Byzantium hebben de Lelegiërs de
stad gesticht. Aanvankelijk werd ze Lelegonpolis genoemd,
later Megalepolis. De Cariërs noemden de stad, die
op de oostgrens van hun gebied lag, Ninoe, volgens Stephanus
naar de legendarische Babylonische koning Ninos. Het lijkt
echter aannemelijker dat Ninoe afgeleid was van Nio, Nin
of Nina, de Akkadische namen voor Ishtar of Astarte.
Na hun komst hebben de Grieken vermoedelijk de stadsnaam
veranderd in Aphrodisias, naar hun naam voor de godin van
de liefde. In de Hellenistische tijd was de naam in elk
geval reeds gewijzigd in Afrodisias. Steden die naar de
godin der liefde werden genoemd waren talrijk. Stephanus
somt een tiental steden, dorpen of eilanden op die Afrodisias
heten.
De eerste bronnen
We horen voor het eerst iets over Afrodisias via de historicus
Apollonius die zich in de derde eeuw voor Chr. in de stad
vestigde. Hij schreef er een boek over Carië en werd
Apollonius van Afrodisias genoemd. In 82 voor Chr. horen
we weer iets over de stad. In dat jaar zond de Romeinse
dictator Sulla, als antwoord op het Delfisch orakel een
dubbelbijl en een gouden kroon naar Afrodite. Het orakel
spreekt van 'een bijzonder voorname stad in Carië naar
Afrodite genaamd'. Wanneer er voor het eerst van een echte
stad sprake is ons niet bekend. Er is in ieder geval gedurende
een lange periode slechts sprake geweest van een heiligdom
van Afrodite/Ishtar met eromheen een aanzienlijke nederzetting.
Rond 35 voor Chr. zond Marcus Antonius een kopie van een
decreet van de Senaat naar Afrodisias, waarin gesproken
werd over vrijheid en immuniteit van belasting voor 'de
stad van de Plarasiërs en Afrodisiërs', en asielrecht
voor de tempel van Afrodite, gelijk aan dat van de Artemistempel
te Efeze.
Keizer Tiberius bevestigde deze privileges nogmaals in 22
na Chr. waarna ze gedurende de gehele Romeinse periode bleven
bestaan.
De bloeiperiode van de stad
In eerste en tweede eeuw na Chr. beleefde de stad zijn grootste
bloei. Octavianus was zo onder de indruk van de stad dat
hij haar verkoos boven alle steden van de Romeinse provincie
Asia. In Afrodisias was een toonaangevende sculptuurschool,
de "school van Afrodisias", gevestigd. Vooral om haar beeldhouwkunst
was de stad dan ook alom vermaard. Daarnaast was de stad
ook een centrum van de medische wetenschap en de filosofie.
Xenocrates, de schrijver over de geneeskunst, was burger
van Afrodisias ten tijde van keizer Nero. De schrijver Chariton
woonde hier in de tweede eeuw en een zekere Alexander, die
de filosofie van Aristoteles in Athene uiteenzette, was
in de derde eeuw ingezetene van de stad.
Het christendom maakt haar entree
Ondanks de komst van het christendom in dit gebied bleef
de cultus van Afrodite nog lang populair. Dat Afrodite's
heerschappij misschien tanende was zou kunnen worden afgelezen
uit de naamsverandering van de stad in de vijfde eeuw. De
stad werd toen Stavropolis (stad van het kruis) genoemden
de tempel werd tot kerk omgebouwd. Aan het einde van de
vijfde eeuw verleende keizer Leo I de stad de titel van
Metropolis van Caria. Kort hierna werd het een bisschopszetel.
Men noemde de stad ook wel Caria, aangezien het de hoofdstad
van de provincie Caria was. Uiteindelijk is deze naam tot
Geyre verbasterd, de naam van het huidige dorp.
De neergang van de stad
Nadat de Seltsjoeken de stad in de twaalfde eeuw veroverd
hadden waren de Byzantijnen in staat de stad in de dertiende
eeuw te heroveren. Uiteindelijk kwam de stad toch weer in
handen van de Seltsjoeken. Onder de Seltsjoeken en hun opvolgers,
de Osmanen, ging het snel bergafwaarts en bleef er uiteindelijk
een klein dorpje te midden van uitgestrekte ruïnes
over.
De opgravingen
In de vorige eeuwen hebben veel reizigers op hun tocht
door Klein-Azië tevens Afrodisias bezocht. Personen
als Textier, Laborde en de sociëteit van Dilettanti
deden verslag van resten van enorme ruïnes, beelden
en andere memorabilia uit de oudheid.
In 1904 en 1905 deed een Franse archeologische missie onder
leiding van Paul Gaudin hier twee korte maar niettemin succesvolle
opgravingen. Nadat Boulanger in 1913 in Afrodisias gedurende
korte tijd opgravingen had verricht, leidde de Italiaan
Giulio Jacopi in 1937 een archeologisch onderzoek dat enkele
weken duurde en erg veel heeft opgeleverd.
Nadat in 1956 een aardbeving het dorp Geyre verwoest had,
liet de regering het dorp buiten het antieke stadsgebied
weer opbouwen. Het nieuwe dorp ligt nu een kilometer ten
westen van de Antiochische poort. Hierdoor kwam de weg vrij
voor grootschalig archeologisch onderzoek. Dr. Kenan T.
Erim en de Universiteit van New York begonnen hier in 1961
mee. Door de reiniging van de waterafvoer van de antieke
stad werd voorkomen dat het opgravingsgebied zou overstromen.
De vondsten hier zijn enorm geweest. Veel monumenten en
prachtige beeldhouwwerken zijn bijna intact teruggevonden.
De goede staat waarin de archeologische vondsten verkeerden
is te danken aan aardbevingen die in de Middeleeuwen plaats
gevonden hebben en die de stad hebben bedekt.
De hoeveelheid prachtige beeldhouwwerken, gemaakt van het
bijzonder fraaie witte en blauwgrijze marmer afkomstig van
de Akbaba dagi, twee kilometer ten oosten van de stad, doet
vermoeden dat hier een zeer creatieve beeldhouwersschool
gevestigd was. Beeldhouwwerken met dezelfde signaturen,
die overal rond het Middellandse Zeegebied teruggevonden
zijn, worden door historici dan ook aan deze "Afrodisische
school" oegeschreven. Deze school was niet slechts een school
waar kopieën gemaakt werden van vroegere modellen,
zoals de oudere kunsthistorici beweerden, maar vertegenwoordigde
een aantal zeer creatieve beeldhouwers die, weliswaar geïnspireerd
door oudere meesterwerken, toch zeker ook een behoorlijke
dosis originaliteit in hun werk vertonen. Ook nadat het
christendom de oude 'heidense' cultus rond Afrodite had
vervangen bleef deze school bestaan. Het had slechts andere
opdrachtgevers gekregen. Talrijke sculpturen werden naar
Constantinopel (het huidige Istanbul)
verscheept, zoals de twee beelden van ambtenaren. De hier
gevonden beeldhouwwerken zijn te bezichtigen in het kleine
museum van Afrodisias, die je bij aankomst rechts ziet liggen.
De overblijfselen die je kunt bezichtigen dateren vrijwel
allemaal uit de Romeinse periode.
Lees hier
alles over de bezienswaardigheden in Afrodisias
|