De bezienswaardigheden van Afrodisias
Het stadion
Het stadion, een van de best bewaard gebleven stadions van
de klassieke wereld, ligt helemaal in het noorden van Afrodisias.
Met zijn 262 bij 59 meter is het misschien ook wel het grootste
stadion dat men ooit ontdekt heeft. De 22 rijen zitplaatsen
boden plaats aan 30 000 toeschouwers. Men betrad het stadion
via twee tunnels, een in het oosten en een in het westen.
Tegenwoordig is de westelijke afgesloten. Vanaf de tunnels
voerden trappen naar de rijen zitplaatsen. Helemaal bovenaan
bevond zich een brede blinde arcade. De koningsloge bevond
zich in het midden van de noordkant van het stadion. In
de arena kun je nog de startblokken zien liggen.
In het stadion werden ook de vele festivals ter ere van
Afrodite gehouden. Tijdens deze festival werden verschillende
sporten beoefend, zoals vuistvechten, worstelen, hardlopen
en de pentathlon. Deze laatste was een wedstrijd bestaande
uit vijf afdelingen: lopen, springen, worstelen, discuswerpen
en vuistvechten. De prijs voor de winnaar van een belangrijke
wedstrijd was een lauwerkrans. In tegenstelling met andere
wedstrijden ging het bij de sport enkel om het winnen. De
winnaar steeg dan ook behoorlijk in aanzien bij zijn stadsgenoten.
Er werden ook wedstrijden gehouden voor muzikanten, redenaars,
beeldhouwers en toneelschrijvers, die in vergelijking met
de sportwedstrijden veel minder belangstelling trokken.
Bij dit soort wedstrijden kreeg de winnaar meestal een bedrag
aan geld. Beeldhouwwedstrijden zijn ongewoon voor de Grieken
en het feit dat ze in Afrodisias wel werden gehouden hangt
ongetwijfeld samen met de grote invloed van de hier aanwezige
"School van Afrodisias". Beeldhouwers kwamen van heinde
en ver om deel te nemen aan deze artistieke strijd. Later
heeft men een kant van het stadion omheind met een cirkelvormige
muur voor de gladiatorengevechten. De bovenste stenen hebben
gaten. Waarvoor deze gaten dienden is niet bekend.
De tempel van Afrodite
De tempel van Afrodite, waarvan 14 van de 42 zuilen nog
altijd overeind staan, ligt driehonderd meter ten zuiden
van het stadion. De tempel dateert uit het begin van de
eerste eeuw voor Chr. Voorheen stond er een heiligdom dat
uit 600 voor Chr. dateerde. De tempel was in de Ionische
stijl gebouwd. De zuilen stonden op twee maal de normale
afstand van de buitenmuren, om zo de indruk te wekken dat
de tempel omgeven was door een dubbele zuilenrij. Tijdens
de regering van keizer Hadrianus werd het gebied rond de
tempel tot heilig gebied verklaard (het tenemos) waarvoor
het asielrecht gold.
In de vijfde eeuw werd de tempel verbouwd tot kerk, waarbij
aan de oostkant een absis werd toegevoegd en het geheel
werd ommuurd. Op sommige van de zuilen bevinden zich inscripties
die de naam van de schenker van de zuil vermelden. Van de
14 zuilen dragen er nog slechts 2 een architraaf.
Het beeld van Afrodite is nog niet gevonden. Dankzij een
aantal opgegraven kopieën ervan weten we ongeveer hoe
het origineel er uit gezien moet hebben. Op een aantal punten
was het beeld van Afrodite vrijwel identiek aan het beeld
van de godin Artemis van Efeze. Haar onderarmen wezen in
een stijf horizontale positie naar buiten en ze droeg een
lange geplooid gewaad, de traditionele dracht in die tijd.
Deze was versierd met verschillende reliëfs die de
Zonnegod, de Maangodin, de Drie Gratiën, drie cupido's
en Afrodite zelf, gezeten op een zeemonster; een geit met
een vissestaart, voorstelden. Afrodite werd vaak als een
uit het water oprijzende vrouw afgebeeld. De Grieken verklaarden
haar naam als 'uit schuim van de zee geboren'. Net als bij
het beeld van Artemis leefde in de vorm van het beeld van
Afrodite de vorm van een ouder, verloren gegaan cultusbeeld
voort. Ook de rijke versiering van het gewaad van de godin
verwijst naar Voor-Griekse invloeden, evenals de naam van
de godin, die niet echt Grieks aandoet. De eredienst van
Afrodite lijkt tevens op die van de Foenicische godin Asjtart
of Astarte en de Babylonische godin Isjtar die voorheen
in Afrodisias verafgood werden.
Het propylon
Ten oosten van de tempel ligt het propylon, een monumentale
poort welke de toegang tot het temenos (heilige gebied)
verschaft, en die in de 2de eeuw onder de Romeinse keizer
Hadrianus gebouwd is. De archeologen zijn in staat geweest
de vier rijen zuilen ervan te reconstrueren en opnieuw op
te richten. Enkele hiervan zijn spiraalvormig gecanneleerde
Ionische zuilen.
De Bisschoppelijke residentie
Ten zuiden van het tenemos bevindt zich de uit de vijfde
eeuw daterende Bisschoppelijke residentie. De residentie
omvat een grote zaal met drie halfronde ruimten en een peristylium.
Tijdens de opgravingen heeft men hier een loden zegel gevonden
met de inscriptie "Metropolis van Carië". In 1964 heeft
men zeven zuilen van een zuilengang van het gebouw, vervaardigd
van een prachtig blauw marmer, opnieuw opgericht.
Het odeon
Naast de residentie van de bisschop ligt het in 1962 ontdekte
odeon (theater voor muziekuitvoeringen) uit de tweede eeuw.
Het gebouw werd, gezien zijn vorm, hoogst waarschijnlijk
ook als bouleuterion (vergaderruimte of raadskamer) gebruikt.
Aan de westelijke buitenmuur van het gebouw ligt een interessante
graftombe van een voornaam inwoner van Afrodisias. Deze
was het voorrecht verleend binnen de stadsmuren begraven
te mogen worden. Het bouwwerk is cirkelvormig. Drie treden
leiden naar een podium waarop een grote sarcofaag stond.
Ook bevond zich hier een achthoekige zitbank en een altaar
welke met cupido's, die bloemen en fruit dragen, was versierd.
De grafkamer is ouder dan het odeon, hetgeen te zien is
aan de muur van het odeon, die de tombe deels overdekt.
Het odeon zelf heeft een fraaie mozaïekvloer. De hoge
balustrade was afwisselend met donkere en lichte marmerplaten
bedekt. De bovenste rijen hadden zitplaatsen voorzien van
rugleuningen. Misschien waren dit de beste plaatsen vanwege
een betere akoestiek. Deze bovenste rijen zijn waarschijnlijk
al in de oudheid ingestort, daar ze spoorloos verdwenen
zijn. Het toneel en de door een borstwering omgeven orchestra
waren verder versierd met een aantal beelden die nu in het
museum staan. Een uitgang achter het toneel bood toegang
tot een zuilengang welke met beelden van aanzienlijke burgers
van de stad versierd was en die het odeon met de in het
zuiden liggende agora verbond.
De agora
De 205 bij 120 meter grote marktplaats moet nog aan archeologisch
onderzoek worden onderworpen. Veel van de zuilen die de
agora omgeven staan nog steeds op hun originele plaats.
De zuilengangen in het noorden van de stad zijn in de Dorische
stijl gebouwd, die in het zuiden in de Ionische. Ten zuiden
van de Ionische zuilengangen liggen de enorme baden van
Hadrianus.
De baden van Hadianus
Men betrad het ten tijde van keizer Hadrianus (117-138 na
Chr.) gebouwde bad via een met marmer geplaveid voorhof.
Hiertegenover lag het frigidarium, het koudwaterbad, dat
men normaliter als eerste en als laatste bezocht. Eerst
bezocht men het tepidarium, het lauwwaterbad, waarna steeds
warmere baden zoals het caldarium, het warmwaterbad, genomen
werden. Natuurlijk werd ook een bezoek aan het sudatorium,
de zweetkamer, niet overgeslagen. Dit was een ruimte vergelijkbaar
met onze sauna of het Turkse bad. Het praefurnium verhitte
beide ruimtes. Uiteindelijk koelde men het lichaam weer
af in het vierkante koudwaterbad of het frigidarium. Het
sudatorium en aangrenzende ruimtes waren de baden voor de
vrouwen. Verder bevond zich in het bad ook een verkleedkamer,
het apodyterium.
De palaestra
De grote open ruimte ten oosten van de baden was de palaestra,
het sportveld dat in het begin van de vorige eeuw door Franse
archeologen is blootgelegd. Vanaf de palaestra tot aan de
agora liep de in 1937 door de Italianen ontdekte zuilengang
van Tiberius, welke rijkelijk versierd was. Veel van de
decoraties, zoals friezen van maskers, portretten en guirlandes,
zijn naar de musea van Istanbul
en Izmir
overgebracht.
Het theater
Het goed bewaard gebleven theater, liggend tegen de oostelijke
zijde van een vijftien meter hoge heuvel, bood plaats aan
10.000 toeschouwers. De 25 rijen zitplaatsen en decoraties
zien eruit of gisteren uit het marmer gehakt zijn. Vooral
de onderste rijen bij de orchestra zien er perfect uit.
De zitplaatsen met gebeeldhouwde rugleuningen waren de erezitplaatsen.
Dat ze zo goed bewaard gebleven zijn is te danken aan de
conserverende werking van de laag modder die de rivier hier
achtergelaten had. Om voorstellingen met wilde dieren te
houden had men de orchestra aan het eind van de 2de eeuw
iets te diep gemaakt. Waarschijnlijk was het theater vroeger
veel groter, daar het nu nog maar een diazoma heeft en de
bronnen soms zelf drie noemen.
Lees hier
alles over de geschiedenis van Afrodisias
|