Afyon
Afyon was een belangrijke plaats op de karavaanroute van
de Egeïsche kust naar Konya. Vroeger heette de stad
AfyonKarahisar, (Opium-Zwarte burcht), een naam die ze ontleende
aan de oude burcht bovenop de enorme donkere rots die boven
de stad uitstijgt en de opium die rond de stad verbouwd
werd. De opium wordt gewonnen uit het sap van de Papaver
somniferum, in de volksmond ook wel als slaapbol bekend.
Nadat deze zijn bladeren heeft laten vallen wordt een inkerving
gemaakt in de vuistgrote bol waaruit een melkachtig sap
tevoorschijn komt. Nadat het sap van kleur is veranderd
en er bruin en rubberachtig uitziet, wordt het van de bol
geschraapt. Dit uiteindelijk stroperige, donkere goedje
is ruwe opium waaruit in laboratoria de verslavende alkaloïden
gedestilleerd kunnen worden. Dit soort laboratoria zijn
uiteraard illegaal. De boeren mogen enkel de zaden van de
papaver benutten om spijsolie te maken of als maanzaad op
broodjes te gebruiken. Hoewel het verbouwen van opium tegenwoordig
onder toezicht van de regering staat, is Turkije nog altijd
een land dat bekend staat als belangrijk producent en exporteur
van verdovende middelen. In Nederlandse politiekringen wordt
de Turkse heroïnemaffia als een van de belangrijkste
criminele organisaties in Nederland beschouwd.
Legale producten die Afyon exporteerd zijn graan en wol.
Dankzij de grote hoeveelheid wol waaraan de stad rijk is,
was en is Afyon nog steeds een belangrijk productiecentrum
van tapijten.
Verder telt het gebied rond de stad meerdere bronnen die
het beste mineraalwater van Turkije leveren. De stad zelf
is ook gezegend met enkele van deze spa's.
Geschiedenis
Grote steenblokken van de fundamenten van de middeleeuwse
vesting doen vermoeden dat hier de Hittitische burcht Hapanuwa
lag. Zeker is dat de stad in tijd der Phrygiërs bestond.
Verschillende Phrygische gedenkstenen in de omgeving wijzen
hierop. Ten tijde van het Pergameense koninkrijk heette
de stad Akroënos. Als erfgenamen van dit koninkrijk
kwam Akroënos nadat de laatste Pergameense koning kinderloos
was gestorven automatisch aan Rome toe.
Nadat de Byzantijnen de stad op hun beurt weer van de Romeinen
geërfd hadden werd de stad door de Seltsjoeken veroverd
en uitgebreid. Sultan Aladdin Keykubat (1219-1237) schonk
vooral veel aandacht aan de wederopbouw van de burcht, die
in zijn huidige staat dan ook voornamelijk uit de Seltsjoekse
periode dateert. Nadat de vorsten der Germiyanogullari in
de 14e eeuw de dienst in Afyon hadden uitgemaakt viel de
stad in 1428 in handen van de Osmanen.
De bezienswaardigheden
Zwarte fort
Het stadsbeeld van Afyon wordt gedomineerd door de 226 meter
steile rots die bekroond wordt door de Karahisar, het zwarte
fort. Delen van de fundamenten van deze vesting stammen
waarschijnlijk uit de tijd der Hittieten. De Torens, muren,
waterreservoirs, het serail en de kleine moskee dateren
uit de Seltsjoekse periode.
Grote moskee
Bij een verblijf in Afyon mag een bezoek aan de Ulu Cami,
de grote moskee, in 1272 door Nusretüddin Hasan Bey
gebouwd, zeker niet worden overgeslagen. De moskee is een
prachtvoorbeeld van Seltsjoekse bouwkunst die voor deze
periode zo karakteristiek was; 40 houten pilaren met fraai
bewerkte kapitelen ondersteunen het dak van de grotendeels
uit hout opgetrokken moskee. Van de vele Seltsjoekse moskeetjes
van Afyon is ook de Kuyulu Camii, de bronnenmoskee, het
bezichtigen waard, al was het alleen maar om de prachtige
geglazuurde tegels die de minaret versieren.
Archeologisch museum
Het Archeologisch museum is gehuisvest (1974) in de Tasj
medrese, de school voor godsdienstonderwijs naast de Gedik
Ahmet Pasja moskee. In de acht vertrekken van het museum
worden memorabilia uit de rijke geschiedenis van de Anatolische
hoogvlakte tentoongesteld.
Museum van de bevrijdingsoorlog
Herinnering aan een recenter verleden biedt het Istiklal
Harbi Müzesi, het museum van de bevrijdingsoorlog,
gehuisvest in het oude stadhuis. Het monument in de hoofdstraat,
in de buurt van het stadspark, is opgericht om de overwinning
op de Grieken tijdens slag bij Dumlupinar (58 km te noordwesten
van de stad) van 27 augustus 1922 te gedenken.
|