Aspendos
Geschiedenis
De griekse tijd
Over het ontstaan van deze stad, welke in de geschiedenis
van pamphilie een vooraanstaande rol heeft gespeeld, tast
men nog steeds in het duister. Naar alle waarschijnlijkheid
was de heuvel van Aspendos al in de Myceense tijd bewoond.
De traditie vermeldt dat de stad omstreeks 1000 vChr. door
Mopsus is gesticht. De plek was zorgvuldig gekozen. De nederzetting
had een van de weinige natuurlijke havens van de pamphylische
kust, in het mondingsgebied van de in die tijd bevaarbare
rivier de Eurymedon, beschut door de dubbele heuvel van
de stad.
Aspendos was de eerste stad in Pamphilie welke zijn eigen
munten sloeg. Op zilveren munten daterende uit de 5e eeuw
is naast afbeeldingen van worstelaars en hoplieten de naam
Estevediiys zien; de naam die de stad in de oudheid droeg.
In de inscripties van de Hittietenstad Karatepe (Adana)
wordt koning Asitavada genoemd. Waarschijnlijk bestaat er
een verband tussen deze koning en Estevediiys. De latere
naam; Aspendos, is van de Perzische woorden voor 'paard'
en 'heilige plaats' afgeleid. Xenophon schrijft in zijn
Anabases over de aanwezigheid van huurlingen afkomstig uit
Aspendos in het leger van de Pers Cyrus.
Tenminste tot de vierde eeuw voor Chr. was de rivier de
Eurymedon bevaarbaar tot aan Aspendos. In 469 vChr. wierp
de Perzische vloot hier het anker uit voor de slag bij de
Eurymedon. De zeeslag tegen de Atheners eindigde in een
grote nederlaag voor de Perzen. Cimon, de aanvoerder van
de Atheners, wist deze overwinning uit te buiten door de
Perzen eveneens in de eropvolgende veldslag beslissend te
verslaan. Op een later tijdstip, tijdens de Peloponnesische
oorlog lagen hier volgens Thucydides 147 trieremen voor
anker. (Volgens Isocrates waren het er 90).
In de lente van 333 vChr. stuurde de stad een gezantschap
naar Alexander de Grote om zich aan hem te onderwerpen op
voorwaarde dat de stad verstoken zou blijven van een garnizoen.
De Macedoniër ging hiermee akkoord maar legde de stad
dezelfde schatting op als ze onder Perzische heerschappij
verplicht waren te leveren. Hierna marcheerde Alexander
op naar Side.
Al snel bleek echter dat de inwoners van Aspendos er slecht
in waren hun overeenkomst met hem na te komen. Alexander
maakte rechtsomkeert en onderwierp de beneden stad. Aan
de inwoners werden nu veel hardere voorwaarden gesteld.
De Romeinse Periode
Net als het nabijgelegen Side en Perge beleefde ook Aspendos
haar grootste bloei onder de Romeinen. De stad was de op
twee na grootste van Pamphilie ten tijde van het Romeinse
keizerrijk. Strabo deelt mee dat de stad overbevolkt was.
De Romeinse munten van Aspendos laten zien dat de stad op
goede voet met Rome stond.
In de 2e en 3e eeuw na Chr. werd Aspendos dankzij de toen
nog brede Eurymedon de belangrijkste handelshaven van Pamphilie.
Het handelsgebied strekte zich uit over de gehele Middelandse
zee. De export bestond voornamelijk uit tarwe en wijn. Het
zout dat gewonnen werd uit het meer van Cabria (Karagol;
nu droog) was eveneens een belangrijke bron van inkomen
voor de stad. Onder de Byzantijnen begon de haven meer en
meer te verzanden. Net als voor zovele andere eens bloeiende
Klein-Aziatische handels-steden betekende dit het einde
voor de stad.
Bezienswaardigheden
Het Romeinse theater
Van oorsprong was dit onlangs gerestaureerde theater Grieks
van opzet. In de 2e eeuw na Chr. werd het door Crespinus
Arruntianus en Auspicatus Titianus verbouwd tot een Romeins
theater. Het behoort samen met het theater van Orange in
Frankrijk en Sabratha in Libië tot de best bewaard
gebleven Romeinse theaters, welke zich opvallend van het
Griekse type onderscheiden. In tegenstelling tot het Griekse
type theater die zich aan het landschap aanpast en de toeschouwer
het uitzicht over het landschap achter het toneel niet ontneemt
heeft het Romeinse theater een toneelgevel ( scenae frons
) welke reikt tot op de hoogte van de bovenste zitplaatsen
waardoor een omsloten binnenruimte gecreerd werd. De toneelgevel
doet aan de buitenkant met zijn afwisseling van grote en
kleine, vierkante en boogvensters denken aan een renaissancepaleis.
De voorzijde was voorzien van een kroonlijst. Destijds waren
de toneelgevel en het toneel overdekt met een door touwen
en palen bijeengehouden houten dak.
Het theater bood plaats aan een kleine 20.000 toeschouwers.
Het publiek werd met enorme tentzeilen beschermd tegen de
zon. In de Seltsjoekse tijd werd in het theater een paleis
gebouwd. In 1884 werden nog tegels tegen de toneelgevel
aangetroffen.
Het Gymnasium
Rechts van de geasfalteerde weg welke naar de acropolis
loopt ligt het Gymnasium. Het noordelijke deel is niet overdekt.
Vanaf daar kom je via een poort in twee kamers van gelijke
grootte. Dit zijn de klaslokalen. De overige ruimtes werden
waarschijnlijk als bibliotheek en conferentie ruimte benut.
De Thermen
Aan de andere kant van de weg, tegenover het gymnasium liggen
de thermen. Helaas is weinig over de functie van de vertrekken
bekend. Wel weten we dat de thermen en het gymnasium in
de 2e eeuw na Chr. gebouwd zijn.
De Acropolis
Boven de benedenstad verheft zich de acropolis van Aspendos.
Van vele fraaie bouwwerken die de acropolis eens rijk was
zijn tegenwoordig slechts armzalige ruïnes overgebleven.
Aan de zuidkant van de heuvel ligt de toegangspoort via
welke men de bovenstad betrad. De overige drie poorten werden
veel minder gebruikt.
Het Nymphaeum
Na de resten van de Agora en een kleine tempel gepasseerd
te zijn kom je bij het Nymphaeum aan. De 32 meter lange
wand van dit bronnenheiligdom staat nog altijd overeind.
Duidelijk zijn de 10 uitsparingen in de wand te zien waar
eens de beelden stonden. Aan de noordzijde van de acropolis
bevinden zich de resten van twee watertorens en een aquaduct.
|