| Turkse termen |
| Avlu |
Binnenhof |
| Bedesten |
Overdekte markt |
| Cami |
Moskee |
| Çarsi |
Markt |
| Çesme |
Fontein |
|
Dershane
|
Collegezaal van een medrese |
| Gümbat |
Graftombe |
| Hamam |
Turks bad |
| Han |
karavanserai |
| Hisar |
Citadel of kasteel |
| Hünkar mahfili |
loge van de Sultan |
| Imaret |
Gaarkeuken voor studenten en armen |
| Kale |
Kasteel, fort |
| Kapi |
Poort |
| Karavanserai |
Herberg voor reizende handelslui. Halteplaats
voor karavanen. |
| Kilise |
Kerk |
| Kösk |
Kiosk of pavilioen |
| Köprü |
Brug |
| Kufisch schrift |
Islamitisch schrift met een hoekige stijl
afkomstig uit de stad Kufa te Irak |
| Külliye |
Bijgebouwen v/e moskee, zoals medrese,
imaret, kütüphane |
| Kümbet |
Zelfde als Türbe |
| Kütüphane |
Bibliotheek |
| Medrese |
School voor godsdienstonderwijs |
| Mihrab |
Nis in een moskee, die de richting van
Mekka aangeeft |
| Mimber |
Spreekgestoelte |
| Minaret |
Toren waarvanaf de Müezzin tot de
gebedsdienst oproept. Vlak naast of deel uitmakend
van een moskee |
| Naskhi |
Elegant cursief Islamitisch schrift dat
het Kufische schrift had vervangen |
| Sadirvan |
Fontein |
| Saray |
Paleis |
| Son cemaat yeni |
Portiek van een moskee voor de hoofdingang |
| Tabhane |
Gasthuis voor reizigers, gewoonlijk deel
uitmakend van een groot moskee-complex |
| Tekke |
Convent |
| Tersane |
Scheepswerf |
| Tughra |
Gestileerd kalligrafisch symbool van de
sultan |
| Türbe |
Tombe/Mausoleum van een heilige of politiek
leider. In turkije zijn het meestal vrijstaande
gebouwen met zes of acht zijden en een ronde of
prismatische koepel. |
| Yali |
Huis aan de bosporus
|
| Klassieke en christelijke termen |
|
Abacus
|
Platte steenplaat onmiddellijk boven een
kapiteel |
| Absis |
Halfronde of veelhoekige eindbouw in een
kerk, kapel of transept(zelden). Aan de oostzijde
van de kerk was de absis meestal voor de geestelijkheid
bestemd; later werd het altaar er meestal geplaatst. |
| Aediculum |
Omlijsting van een raam, nis of ander
bouwdeel, bestaande uit twee zuilen, een etablement
of timpaan dragend |
| Akropolis |
citadel (letterlijk hoogstad) |
| Agora |
marktplaats welke in Griekse steden tevens
als trefpunt voor de burgerij diende. Het woord
is afkomstig van het Griekse woord ageirein, hetgeen
verzamelen betekent. (Rom: forum) |
| Amfitheater |
Een ovale ruimte voor dieren- en gladiatorengevechten
met eromheen trapsgewijs oplopende rijen banken
voor de toeschouwers. Het is een Romeinse schepping.
De naam betekent rondom-schouwplaats of dubbel-theater,
omdat het amfitheater in feite een samenvoeging
van twee half-ovale theaters is. |
|
Arcade
|
Dit is een rij bogendragende zuilen of
pijlers welke meestal een scheiding vormt tussen
hoofd- en zijschepen van een kerk. In zo'n geval
kan een arcade ook een colonnade met recht entablement
of gebinte zijn. Een blinde arcade is een kleine
arcade die als decoratie in een muur gebouwd is. |
|
Architraaf
|
Horizontale stenen of houten
hoofdbalk op zuilen rustend. |
| Arcosolium |
Een door een boog overwelfde nis. |
| Atrium |
Een door zuilengalerijen hof voor, naast
of achter een kerk. |
| Baptisterium |
Ruimte in een kerk waarin zich het doopvont
of baptisterium bevindt. Soms was het een speciaal
gebouw. |
| Basiliek |
Een rechthoekig gebouw met drie door zuilen
gescheiden beuken. Oorspronkelijk was dit het bouwplan
van een Romeins regeringsgebouw, later werd het
het grondplan van de Byzantijnse kerken |
| Bas-reliëf |
Vorm van een beeldhouwwerk waarbij de
figuren voor minder dan de helft uit het fond naar
voren springen. |
|
Bema
|
Verhoogd gedeelte in de kerk voor
de geestelijkheid. Meestal lag het in de absis |
| Beuk |
Ruimte tussen twee pilaren in een kerk,
onderscheiden in hoofd-, midden- en eventueel zijbeuken. |
| Bouleuterion |
Grieks gebouw voor de Senaat. Hier kwam
de raad bijeen |
| Calathos |
Kelk of korfvormige kern van het Korintische
kapiteel, waarom de bladeren liggen. |
| Cannelures |
In de lengterichting aangebrachte groeven
op de trommels (bouwstenen) van de zuilen. Hierdoor
werd voor het oog de massiviteit van de zware stenen
door lichtbreking verzacht. |
|
Cantharus
|
Reinigingsbron |
|
Cella
|
belangrijkste kamer in een tempel. Hier staat het
cultusbeeld
|
| Circus |
Romeinse renbaan |
| Concha (of schelp) |
Ook halfkoepel genoemd. Het is het
bovenste deel van een halfronde nis in de vorm
van een kwart bol, soms van een mantelschelp. |
| Deësis |
Iconografisch schema met Christus tussen
Maria en Johannes de doper. |
| Diakonikon |
In Byzantijnse kerken was dit de kamer
ten zuiden van de altaarruimte, gebruikt als sacristie
of kleedkamer. |
| Dorisch |
Een van de Griekse bouworden, gekenmerkt
door het ontbreken van de zuilbasis, door zware
proporties en, in het gebinte, alternerende metopen
en trigliefen. |
|
Epifanie
|
Voorstelling waarin de goddelijkheid van
Christus tot uitdrukking komt. |
| Exedra |
Open rechthoekige of gebogen nis. |
| Exonarthex |
Wanneer een kerk twee narthexen heeft
is dit de buitenste. |
|
Gymnasium
|
Griekse of Romeinse school |
| Haut-reliëf |
Vorm van beeldhouwwerk waarbij de figuren
voor meer dan de helft uit het fond tevoorschijn
komen |
|
Hetimasis
|
Voorstelling van de troon van de Verlosser, in de
plaats komend voor de Majestas
|
| Hoofdschip |
Middendeel in de lengte van een
basiliek, geflankeerd door de zijschepen of -beuken
en verlicht door een vensterverdieping of lichtbeuk |
| Hypogeum |
Ondergrondse grafkamer of groep daarvan
voor privégebruik. |
| Icoon: |
Beeltenis, meestal verplaatsbaar, van
een gewijd onderwerp.
Iconoclasme: Beeldenstorm.
Iconoclast: Beeldenstormer.
Iconodoel: vereerder/verdediger van beelden.
Iconografie: Het overbrengen van gegevens door
middel van picturale symboliek. |
| Impost |
In de Byzantijnse kunst een steenblok,
in de vorm van een omgekeerde afgeknotte piramide,
dat in plaats van een abacus op het kapiteel is
geplaatst |
|
Ionisch
|
Een van de Griekse bouworden, gekenmerkt
door een lage zuilbasis, slanke proporties en volutenkapiteel |
| Iwan |
Gewelfde, aan 3 zijden gesloten hal, met
aan de vierde zijde een gewelfd portaal of een
poort. |
| Kalot |
Bovenste deel van een koepel |
| Kapiteel |
Glad of gebeeldhouwd steenblok, dat boven
een zuil is geplaatst en waarop weer de abacus
rust |
| Kathedra |
Bisschopszetel |
| Korintisch |
Laatste der drie belangrijke Griekse bouworden.
De zuil heeft een hoge basis en een kapiteel versierd
met acanthusbladeren. Zij was de geliefdste orde
onder de Romeinen en is in gewijzigde vorm gedurende
de gehele vroeg-christelijke en Byzantijnse periode
toegepast. |
| Kruisgewelf |
Een stenen dak gevormd door de kruisvorming
van twee gelijke tongewelven. Het gewicht van het
kruisgewelf rust slechts op de vier hoeken. |
| Lichtbeuk |
Ook vensterverdieping genoemd. Deel van
de muur van het hoofdschip dat uitsteekt boven
de zijschepen en van vensters is voorzien. |
| Majestas |
Tronende Christus met het boek in de rechterhand.
In de Byzantijnse kun de Christus Pantokrator. |
| Martyrion |
Begraafplaats van een heilige of heiligen,
of een kerk hieroverheen gebouwd. |
| Matroneum |
Galerij boven het zijschip in een basiliek
bestemd voor de vrouwen, wanneer deze tijdens de
dienst van de mannen gescheiden waren. |
| Megaron |
Een groot huis uit de Myceense tijd |
| Monolitisch |
Van een steen gemaakt |
|
Naos
|
Hetzelfde als cella |
| Narthex |
Vestibule/voorhal langs de gehele façade
van een kerk. |
| Nymphaeum |
Romeinse, aan een nymf gewijd heiligdom,
gewoonlijk met een rij nissen in de muur en een
fontein ervoor. Later ook een zaal met een versierd
bekken of een monumentale fontein. |
| Octogoon |
Achthoekig figuur of bouwvorm. |
| Oculus |
Een ronde opening of 'oog' boven in een
koepel |
|
Odeon
|
Overdekt gebouw waarin muziekuitvoeringen
werden gehouden |
| Ophistodomus |
portiek aan de achterzijde van een tempel |
| Oratorium |
Bid- of huiskapel of villakerkje. |
| Pantokrator |
De `alheerser'. Voorstelling van Christus,
gewoonlijk als buste of zonder benen, met het open
evangelie in de linkerhand en met de rechterhand
een zegenende beweging makend. |
| Pendentief |
Concave vorm die onstaat wanneer een liggende
kwart cirkel verbonden wordt met twee halve bogen,
die haaks op elkaar staan; een zogenaamde sferische
driehoek. Door pendentieven te plaatsen boven de
hoeken van een vierkant dat is gevormd door vier
bogen, kan men hierop een koepel of tamboer bouwen. |
| Peristyle |
Zuilenhal |
|
Pilaster
|
Vlakke pijler met basis, cannelures en
kapiteel, die tegen een muur geplaatst is. |
| Plint |
Al of niet vlakke profilering langs de
voet van een muur of zuil. |
| Porticus |
Colonnade, door een dak verbonden met
de buitenmuur van een gebouw. Voor de kerk heeft
ze de vorm van een portaal of narthex, rondom een
binnenplein van een atrium of kloostergang. |
| Presbyterium |
Deel van de kerk in de oostelijke absis
waar de geestelijkheid zit. |
| Pronaos |
portiek aan de voorzijde van een tempel |
| Propylon |
toegangspoort van een tempelcomplex |
| Prothesis |
In Byzantijnse kerken een kamer ten noorden
van de altaarruimte waar de plechtige voorbereiding
van de eucharistische gaven plaatsvindt. |
| Pijler |
Loodrechte, vrijstaande stut met vierkante
of langwerpige doorsnede. |
| Scenae frons |
Architecturale achtergrond, gebaseerd
op het decor in het Romeinse theater, toegepast
door vroeg-christelijke en latere schilders. |
| Scriptorium |
Werkplaats verbonden aan een klooster,
abdij of paleis, waar handschriften werden gekopieerd. |
| Stylobaat |
platform waarop de zuilen van een tempel
staan |
| Tamboer |
Onderbouw van een koepel in de vorm van
een trommel rustend op een liggende cirkel of veelhoek,
gevormd door pendentieven of trompen. |
| Tesserae |
Kleine vierkante steen van gekleurd marmer,
kalksteen of glas waarmee mozaïeken werden
gelegd. |
|
Tetrapyle
|
Ceremoniële boog met aan alle vier
zijden een doorgang. Ook wel boven wegkruisingen
gebouwd. |
| Timpaan |
Driehoekig of halfrond gevelveld aan antieke
tempels of Romaanse portalen. |
| Tongewelf |
Doorlopend stenen dak, meestal halfrond
van vorm, rustend op de zijwanden. |
| Transept |
In een kruisvormige kerk de `armen' van
het kruis. Het is het deel van de kerk dat naar
het noorden en zuiden is uitgebouwd, en het koor
of absis scheidt van de ruimte der gelovigen. |
| Stoa |
Overdekte colonnade met dichte achterkant |
| Voluten |
Decoratieve spiralen (op een kapiteel
aangebracht) |
| Wiggestenen |
Wigvormige steenblokken waaruit een boog
bestaat. |
| Zadeldak |
Dak met twee aflopende vlakken. Deze is
dus driehoekig in doorsnede. |
| Zij- of nevenbeuk |
In een kerk met basilicaal bouwplan bevinden
deze zich aan de weerskanten van een parallel aan
het hoofdschip, daarvan gescheiden door zuilenrijen. |