Vrijdag 5 juli, Loen - Øvre Årdal
Het weer is omgeslagen en het regent pijpenstelen. Maar
we hebben de hoop dat het opklaart wanneer we dit bergmassief
passeren. We zitten nu aan de westkant van een groot gletsjerveld,
het grootste op het Europese vasteland. De Jostedalsbre
neemt met 24 gletsjertongen de meeste ruimte in: 475 km².
Veel huizen in dit gebied en noordelijker hebben gras op
het dak groeien. Een uitstekende warmte-isolatie, maar de
dakbedekking moet ook wel erg goed zijn om het vocht buiten
te houden.
We passeren heel wat lange tunnels en plotseling zien we
onze eerste gletsjer direct na het verlaten van een tunnel.
 Wanneer
we aan de oostkant van het bergmassief komen, wordt het
weer inderdaad ineens stukken beter.
Iets voorbij Sogndal bezoeken we nog een staafkerk, die
van Kaupanger, en vervolgens rijden we een stukje terug
en gaan naar het noorden.
Het is ondertussen droog en warm genoeg om buiten te kunnen
picknicken, wat toch wel een vaste gewoonte van ons is geworden.
Vanuit Gaupne rijden we dan de smalle en slechte weg door
Jostedalen in. Na het laatste stukje tolweg komen we tot
vlakbij een gletsjertong van de Jostedalsbre.
Om tot aan de gletsjer te komen kun je met een bootje het
meer overvaren.
 En
verder is het vandaag watervallen-dag. Tientallen zien we
in deze streek en het zijn geen kleintjes. Terug op weg
55 gaan we verder naar het noorden omdat we ook nog het
staafkerkje in Urnes willen zien.
We rijden langs de westkant van de Lustrafjord en zien al
gauw de 218 meter hoge Feigumfoss naar beneden vallen. Het
is de op één na hoogste waterval in Noorwegen.
Wanneer we om de hele fjord zijn heengereden en onder de
waterval doorrijden, proberen we het wandelpad naar een
uitzichtspunt te lopen, maar het zandpad is door de vele
regen in één groot modderbad veranderd en
we krijgen de waterval niet van dichtbij te zien.
 De
ongenummerde weg naar Urnes wordt smaller en smaller, net
als een single track road in Schotland. Wanneer we de auto
in Urnes parkeren blijkt dat we nog een heel eind naar de
staafkerk moeten lopen, en nog wel vrij steil omhoog ook.
We hebben al heel wat afgelopen, maar nu gaan we echt zwabberend
het laatste stuk omhoog.
De staafkerk maakt alles weer goed. Het is het oudst bewaard
gebleven exemplaar en delen ervan zijn zelfs nog ouder,
van een eerdere kerk.
Wanneer we weer beneden komen, blijkt dat de pont naar de
overkant van de Lustrafjord zo vertrekt. Achteruit moeten
we het kleine pontje oprijden en binnen 20 minuten staan
we weer aan de andere kant.
Halverwege de tocht begint het weer behoorlijk te regenen
en dat houdt aan tot we bij de pont (ditmaal een grote en
luxe) voorbij Sogndal staan. Hier moeten we de Sognefjord,
de langste fjord van Noorwegen, oversteken. Op het laatste
gedeelte naar Øvre Årdal klimmen we weer behoorlijk
en verdwalen nog even. Plotseling rijden we een tunnel in
en zien helemaal niets meer. Geen licht, geen strepen, alleen
een rotswand recht voor ons. Het blijkt maar een kort tunneltje
te zijn, onverlicht, gevormd als de letter U, met scherpe
bochten. Dat is toch even schrikken.
Al gauw daarna vinden we de kamping en het is vandaag toch
echt te fris om lang buiten te zitten. En wij maar denken
dat het warmer zou worden wanneer we verder naar het zuiden
gingen...
vorige
reisverslag | volgende
reisverslag
|