gedetailleerde informatie over diverse landen waar is de camping, wat kost deze kamer, hoe ruil ik een woning en nog veel meer..... alles over vluchten, vliegvelden, auto's, campers, motoren, treinen, metro's, bus- en bootreizen zoek een groepsreis, een cruise of een vlucht met hotel uitgebreide info en tips voor een actieve  vakantie ! tips over bagage, geld, reisdocumenten, gezondheid en nog veel meer ! zoek een nieuwsgroep, reisgenoot, reisverslag, fotoreportage, reisgids of landkaart !
Travelmarker Homepage

Noord-Sulawesi - Het Nationale Park Dumoga-Bone

reis terug  

Het Nationale Park Dumoga-Bone

Dit 193,600 hectare grote park, dat een gebied bestrijkt van de rivier de Dumoga (Bolaang mongondow) tot aan de Bonerivier (Gorontalo), is een van de mooiste natuurparken van Sulawesi. Het heeft in 1984 de status van Nationaal Park gekregen, en wordt sinds kort ook wel het Nationaal Park Bogani Nani Wartabone genoemd, naar een held uit de geschiedenis van de streek.
Naast bescherming van zeldzame diersoorten is de belangrijkste functie van het reservaat het tegengaan van de erosie, om zo de watervoorraden veilig te stellen en overstromingen in het landbouwgebied bij Gorontalo en in de Dumogavallei te voorkomen. In deze vallei is met hulp van de Wereldbank een groot irrigatieproject uitgevoerd en duizenden transmigranten aangekomen. Helaas wordt het reservaat nog altijd niet afdoende beschermd. Grote gebieden worden nog steeds afgebrand om landbouwgrond vrij te maken, en het park heeft de laatste jaren veel te lijden gehad van lange droge periodes. Omdat het regenwoud en grote transmigratienederzettingen nu eenmaal niet de beste buren zijn, heeft de Wereldbank de financiële steun aan het transmigratieproject inmiddels beëindigd.
De laatste jaren vormen vooral goudzoekers een bedreiging voor het park en de mensen die er wonen. Door hun primitieve werkwijze komt dodelijk kwik in de rivieren en uiteindelijk de sawa's terecht.

Tochten door het park

Door de grilligheid van het terrein, en de dichtheid van de vegetatie, zijn tochten door het park relatief zwaar. Het wordt tot op heden slechts zelden door toeristen bezocht, dus je hebt meestal het rijk voor je alleen. De beste tijd om het oostelijk deel van het park te bezoeken zijn de maanden september en oktober. Tussen november en mei stranden tochten door het park vaak in kniediepe modder.

Flora

Door de vele verschillende soorten dicht regenwoud, veroorzaakt door de hoogte verschillen, heeft Dumoga-Bone een unieke flora en fauna. Een groot deel van het park ligt op 200 m hoogte, waardoor vooral veel wilde soorten fruit, zoals de wilde durian, vijgen en nootmuskaat er goed gedijen. De vegetatie van de laaggelegen gedeelten van het park wordt grotendeels bepaald door de Livistonia rotundifolia, de palm die ook zo kenmerkend is voor de rest van het eiland. Ook de Eucalyptus deglupta, met zijn karakteristieke veelkleurige stam, kom je regelmatig tegen. Vanaf 800 m hoogte wordt het woud opener en nemen pandanuspalmen een belangrijke plaats in. Op 1500 m begint het moswoud. De hoogste bergen van het park reiken tot ongeveer 2000 m.

Fauna

Vergeleken met andere natuurgebieden in Noord-Sulawesi maak je in Dumoga-Bone de meeste kans de maleo te zien. Naar deze vogel en naar de zilverreiger hebben de Nederlandse ornithologen Rene en Charlotte Dekker een paar jaar onderzoek gedaan. In Dumoga-Bone zijn de meeste nesten gebouwd op vulkanische bodem, zodat de grondhitte de eieren uitbroedt. Broedplaatsen van de vogel liggen bij Tambun en Tumokang.
Met een beetje geluk vang je ook een glimp op van de anoa, de babiroesa, het spookdiertje en neushoornvogels. De babiroesa komt alleen nog in het westelijke deel van het park voor. In het oosten van het park is het dier uitgeroeid. Eind jaren tachtig hebben stropers daar ruim 700 babiroesa gedood.
In het park leven ook pythons, die een lengte van 7 m kunnen bereiken, maar slechts zelden door mensen gezien worden. Gifslangen, zoals groefkopadders, leven ook in het park.
Krokodillen schijnen in het verleden een ware plaag geweest te zijn in het gebied, maar komen tegenwoordig nog maar nauwelijks voor. In het begin van de vorige eeuw kon je op het punt waar de rivieren de Onggak en de Dumoga elkaar ontmoeten niet van de ene oever naar de andere waden zonder een ingrijpende amputatie te moeten ondergaan. De dorpen in de buurt waren omgeven door een haag van bamboe om niet onprettig gestoord te worden tijdens de nachtrust. Omdat men geloofde dat de zielen van de voorouders in krokodillen huisden werd toen nauwelijks op de beesten gejaagd.
In 1982 werd in het park een tot dan toe onbekende vliegende hond ontdekt.
Het is opmerkelijk hoezeer het park voor wat betreft soorten en hoeveelheid vogels achterblijft bij andere gebieden op het eiland. Dit is te wijten aan een even schaarse diversiteit aan insekten- en plantenleven. Het is alsof er in een ver verleden een natuurramp heeft plaatsgevonden, waarvan het gebied nog steeds herstellende is. Vogelaars komen het beste aan hun trekken aan de rand van het woud, zoals bij de hangbrug over de sungai Toraut bij Toraut.

Grotten

In het park bevinden zich ook grotten. Onbekend is wie deze grotten hebben uitgehakt en waarvoor ze gediend hebben. Sommigen menen dat het offerplaatsen geweest zijn van een langvergeten megalitische cultuur.

Hoe er te komen

Alvorens het park binnen te gaan moet je een permit bij de PHPA in Dumoga of Kosinggolan halen. De toegang van het reservaat ligt bij de laatste plaats, 58 km ten zuidwesten van Kotamobagu. De rit erheen (1 uur) voert door de Dumogavallei. Op de plek waar nu rijstvelden liggen, lag vroeger een uitgestrekt zoetwatermoeras. De vogels uit het moeras zijn gebleven, maar worden bedreigd door de pesticiden die in de sawa's gebruikt worden. Vooral de zilverreiger (Bulbulcus ibis) komt veel voor.

Imandi

Dit plaatsje, op 45 km vanaf Kotamobagu, heeft 2 zeer eenvoudige onderkomens, penginapan Ingat Budi en penginapan Deamansi.

Tambun

Tambun, een broedplaats van de maleo , ligt in de buurt van Imandi, op 3 kwartier rijden vanaf Kotamobagu. De maleo maakt hier gebruik van de hitte van de vulkanische bodem om de eieren te laten uitkomen. Je bent verplicht de broedplaats met een PHPA-gids te bezoeken. Deze kun je echter alleen in Kosinggolan regelen, hetgeen nogal onhandig is. Hoewel je 's ochtends meer kans hebt vogels te zien, kun je ze met enig geluk ook 's middags in de bomen zien zitten, en de plek dus op de terugweg met een gids bezoeken.

Kosinggolan

Komende uit Kotamobagu moet je je af laten zetten bij het Kantor Taman Nasional. Stap bij de dam bij het dorp Doloduo uit als de chauffeur deze kleine omweg niet wil maken. Vanaf de dam loop je in een kwartier naar het hoofdkwartier van de PHPA te Kosinggolan. Het hoofdkwartier en de aangrenzende accommodatie is gebouwd ten behoeve van de ruim 200 onderzoekers die in 1985 deelnamen aan het 'Project Wallace'. Dit was de grootste internationale entomologische expeditie uit de geschiedenis.
In het grootste gebouw kun je de permits voor het park halen en een gids regelen. Bovenop de prijs van de permit betaal je dan nog eens entree. De gidsen zijn verplicht, maar spreken geen of weinig Engels. Per object geldt een vast tarief per gids.

De omgeving van Kosinggolan

Rond Kosinggolan ligt een kunstmatig moeras dat rijk is aan vogels. Hier kun je naast de gewonere reigers, verschillende roofvogels, boomeenden, slangehalsvogels en bischopsooievaars zien.
Vanuit Kosinggolan kun je een behoorlijk zware dagtocht maken naar een plek waar de maleo eieren legt. Overigens hoef je soms niet eens zoveel moeite te doen om de vogels te zien. Wij hebben 's ochtends vlakbij Nieko's huis een Maleo-paar gezien.

Toraut

Toraut, de oostelijke ingang van het Dumoga-Bone reservaat, ligt 10 km ten noordwesten van Kosinggolan.

Vanaf Toraut kun je met een gids verschillende wandelingen maken, zoals naar een aardige waterval of de Bukit Linggua, een uitzichtpunt. De routes worden aangegeven door borden en om de 100 m staan bordjes met afstanden, die geen echte aanwinst zijn voor het park.
In dit deel van het reservaat zie je veel kaneelbomen (Cinnamomum koordersii). Als je naar de Bukit Linggua loopt maak je bij het paaltje '6400 m' kans zwarte makaken te zien. Bukit Linggua is een heuvel met een schuilhut. Helaas ontneemt de vegetatie rond de hut veel van het uitzicht. Het laatste deel van de 7 km lange tocht naar de heuvel moet je behoorlijk klimmen.

Molibagu

Dit kustplaatsje ligt 22 km ten zuiden van Doluduo. Iedere maandagmiddag vertrekken boten van Molibagu naar Gorontalo. De grootste van de 2 doet er 12 uur over, de kleinere 8 uur. Dit is geen tocht voor landrotten. De boten varen van juli tot november.
Per bus van Molibagu naar Kotamobagu: 80 km. 3 uur.

reis terug  
.

Bestel 'n vliegticket, hotelkamer en nog veel meer via Travelmarker

Zoek een voordelige
naar menu tipsvliegticket
naar menu tipslastminute
naar menu tipsreisverzekering

naar menu tipshotelkamer
naar menu tipsvakantiehuisje
naar menu tipscamping
naar menu tipsreisgidsen
naar menu tipsgolfreis naar menu tipscruise
naar menu tipshuurauto naar menu tipstreinreis
Doe het zelf met Travelmarker Reizen !
naar beginpagina landeninfonaar beginpagina land
 klimaat
 geografie
 flora &  fauna
 geschiedenis
 bevolking
 cultuur
 evenementen
 taal
 transport
 accommodatie
 culinair
 communicatie
 individuele rondreizen
 bouwstenen
 groepsreizen
 activiteiten
 praktische tips
 bezienswaardigheden
klik hier om naar een ander land te gaan

Stel zelf jouw reis naar Indonesië samen !



boek een individuele rondreis bij TMreizen



   

                  

© 2017 www.travelmarker.nl