gedetailleerde informatie over diverse landen waar is de camping, wat kost deze kamer, hoe ruil ik een woning en nog veel meer..... alles over vluchten, vliegvelden, auto's, campers, motoren, treinen, metro's, bus- en bootreizen zoek een groepsreis, een cruise of een vlucht met hotel uitgebreide info en tips voor een actieve  vakantie ! tips over bagage, geld, reisdocumenten, gezondheid en nog veel meer ! zoek een nieuwsgroep, reisgenoot, reisverslag, fotoreportage, reisgids of landkaart !
Travelmarker Homepage

De geschiedenis van Sulawesi

reis terug   reis door

De geschiedenis van Sulawesi

Prehistorie

De Ulu Leang grooten van Zuid-Sulawesi © Travelmarker ReizenindonesieWanneer de eerste mens op Sulawesi arriveerde is nog niet geheel duidelijk. Bodemvondsten hebben aangetoond dat de het eiland in ieder geval 30.000 jaar geleden bewoond werd door jagers en verzamelaars. Deze mensen behoorden tot het Australoïde ras, zoals de papoea’s van Papoea en de aboriginals van Australië. Vermoedelijk zijn ze tijdens de ijstijden vanuit Nieuw-Guinea en Australië naar Sulawesi getrokken. Tussen 4000 en 2000 voor Chr. begonnen Austronesische volkeren zich vanuit Vietnam of Zuid-China naar de Filippijnen te verplaatsen. Deze zeevaarders, die nu bekend staan als Maleiers, konden al tegen de wind zeilen, een prehistorische ontwikkeling die qua betekenis gelijk staat aan de uitvinding van het wiel. Vanaf de Filippijnen zeilden ze naar Kalimantan en Sulawesi, waar ze via de in het noorden gelegen Sangihe Talaud-eilanden binnen kwamen. Hier ontmoetten ze de groepen jager-verzamelaars die het eiland al ruim 20.000 jaar eerder bereikt hadden. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt verdreven ze de bewoners van het gebied niet, maar vond een vermenging plaats. Rond het begin van onze jaartelling kwamen brons en ijzer op het eiland in gebruik en 5 eeuwen later begon men met het verbouwen van rijst. In de 10de eeuw werden nauwe handelscontacten met China en de Filippijnen gelegd. Uit die contacten ontstonden vooral in het zuiden van Sulawesi een aantal machtige rijkjes.

antieke kaart van Sulawesi © Travelmarker ReizenDe vorming van machtscentra

Tot en met de 14de eeuw was de kuststrook van Sulawesi onderworpen aan het gezag van het hindoe-Javaanse rijk Majapahit. Dit rijk heeft waarschijnlijk ook het schrift op het eiland geïntroduceerd. In die periode was het in het noorden van de Baai van Bone gelegen koninkrijk Luwu het machtigste rijk van Sulawesi. In de 16de eeuw moest Luwu haar machtspositie afstaan aan Bone, dat ook in het zuidelijke deel van het eiland lag. Overigens heeft het zuiden de belangrijkste rol gespeeld in de geschiedenis van het eiland. Dit hing waarschijnlijk samen met de toegankelijkheid van het gebied, de handelsgeest van de kustbevolking en de verbouw van rijst. Vooral het laatste vereist een hoge mate van samenwerking en organisatie, hetgeen geleid heeft tot de opkomst van belangrijke rijkjes.

De komst van de islam

Het is onbekend wanneer de islam voor het eerst het eiland bereikte. Niet waarschijnlijk is dat de Buginezen en de Makassaren vroeg tot de islam zijn overgegaan. Kareng Samarluka van Gowa, een belangrijk koninkrijk op de Zuidpunt van Sulawesi, bezette na een mislukte aanval op Malakka in 1420 Pasei in het noorden van Sumatra en kwam daar in aanraking met de religie. Ook van invloed waren de islamitische kooplieden, die zich na de val van Malakka in 1511 in Gowa vestigden. Ondanks deze contacten zou het tot de 17de eeuw duren alvorens de Buginezen en Makassaren tot de islam bekeerd werden. Op 22 september 1605 ging de vorst van Tallo tot de islam over, waarmee de islam in Makassar werd ingevoerd. In de jaren erna volgden expedities van Gowa tegen andere rijkjes in Zuid-Sulawesi, die weigerden vrijwillig de islam te aanvaarden. Daarnaast bracht de sultan van Gowa het geloof naar Sumbawa en Flores en de kusten van Zuid- en West-Kalimantan.

De komst van de Europeanen

De Portugezen waren de eerste Europeanen die Sulawesi bezochten. De Portugese historicus Tome Pires introduceerde de naam Celebes. Tussen 1512 en 1515 werkte hij aan het Suma Oriental, een omvangrijk boekwerk over Oost-Azië. Hierin vermeldt hij dat Celebes, Banggai en Siau de Molukken voorzagen van voedsel en goud. Met Celebes werd aanvankelijk alleen het uiteinde van de noordelijke arm van het eiland aangeduid. Door de vele verraderlijke koraalbanken -of misschien ook wel vanwege het grote aantal piraten in de omgeving- noemden de Portugezen het gebied Punta de Celebres, ofwel beruchte kaap. Een Indonesisch volkssprookje heeft een andere verklaring voor de naam voor het eiland. De Portugese kapitein die als eerste voet aan wal zette wilde erachter komen welk eiland hij ontdekt had. De smid die hij op het strand trof begreep niets van de vraag en gaf als antwoord Sele Besi; ik smeed ijzer. De naam van het eiland kan ook afgeleid zijn van het Buginese ‘selihe’ (stroming) of van ‘si lebih’ (met meerdere eilanden). De oudste kaart waarop de naam Celebes voorkomt is gemaakt door kapiteins van de Ferdinand Magaelhaes-vloot die rond 1524 langs de noordkust van het eiland voer. De huidige naam voor het eiland, Sulawesi, werd in de 30-er jaren van de vorige eeuw door jonge nationalisten van Zuid-Celebes geproclameerd.

VOC-schipDe Verenigde Oostindische Compagnie

In het begin van de 17de eeuw kwamen de Hollanders in het gebied aan. De Nederlandse zeevaarders ondervonden al snel dat de Buginezen en Makassaren het grootste obstakel vormden voor hun handel in specerijen. Vooral nadat de havensteden van Java onder sultan Agung hun betekenis voor de handel in de archipel meer en meer verloren won Gowa aan macht. Dit Makassaarse rijk heerste over het zuidelijke deel van Sulawesi. In het noorden van het eiland had Sultan Bab-Ullah van Ternate rond 1600 de touwtjes nog stevig in handen.

VOC versus Gowa

In 1609 sloten de Nederlanders een verdrag met Gowa, waarin onder meer bepaald werd dat ze gedurende 9 jaar een eigen factorij mochten hebben in Makassar. Na deze termijn weigerde de sultan van Gowa het contract te verlengen, waarop de Nederlanders de handelspost verlieten. De Portugezen, Engelsen en Denen kregen echter wel toestemming om zich permanent te vestigen. Het brute optreden van de Nederlanders onder leiding van de Arnold de Vlamingh op de Molukken was waarschijnlijk de reden dat het verdrag niet werd verlengd. Uit de wijze waarop de VOC zich meester had gemaakt van de specerij-eilanden bleek duidelijk dat de Heren Zeventien het handelsmonopolie in de archipel nastreefden. Dit was onaanvaardbaar voor de Makassaren, wiens welvaart afhankelijk was van de vrije handel tussen de eilanden. In 1659 vonden onderhandelingen plaats tussen de sultan van Gowa en de VOC. Op een verdragsvoorstel van gouverneur-generaal Johannes Maetsuycker, waarin onder meer werd gesteld dat Gowa geen handel mocht drijven in de Molukse specerijen, reageerde sultan Hasanuddin in 1659 als volgt:

‘Dit verbod is in tegenspraak met God’s wil. Hij schiep de wereld opdat alle mensen daaraan vreugde kunnen beleven. Of gelooft U dat God deze eilanden, zo ver weg van Uw eigen natie, voorbeschikt heeft voor uw handel? [..] Als we vrede zouden accepteren op de voorwaarden die u eerder hebt gesteld, past het ons meer om oorlog te voeren.’

de belegering van MakassarDe spanningen resulteerden in 2 veldtochten (1656 en 1660), waar geen echte overwinnaar uit tevoorschijn kwam. Hasanuddin sloot een verdrag met de VOC, waardoor hij zijn handen vrij had om een opstand in Bone neer te slaan. Een aantal Buginese prinsen, waaronder Aru Palakka, namen de wijk naar Batavia. In 1665 wist de sultan het eiland Buton op de Nederlanders te veroveren, maar dankzij de steun die de Nederlanders van Aru Palakka hadden gekregen moest hij al spoedig weer terrein prijsgeven. Een rechtstreekse aanval op het machtscentrum van Gowa kon niet uitblijven. De aanleiding werd gevonden in de plundering van gestrande VOC schepen door onderdanen van Hasanuddin in 1666. Bij dit voorval werden enkele Hollanders gedood. In december van datzelfde jaar verscheen een Hollandse oorlogsvloot onder leiding van admiraal Cornelis Speelman voor de kust van Gowa. Op een van de oorlogsbodems bevond zich ook Aru Palakka. Het aanbod van Hasanuddin om een van de geplunderde schepen financieel te vergoeden werd door Speelman afgewezen. De op roem beluste admiraal liet weten dat ‘Hollands bloed alleen met bloed betaald kan worden’. Het vuur werd geopend op fort Somba Opu, maar de kanonskogels hadden weinig uitwerking op de dikke stadsmuren. Besloten werd te landen op een minder sterke plaats. Hiervoor werd de stad Bonthain (Bantaeng), iets ten zuiden van Gowa, uitgekozen. Hier werd op Eerste Kerstdag een hard gevecht geleverd die door de VOC en Aru Palakka werd gewonnen. In de dagen die op de strijd volgden werden Bonthain en meer dan 30 dorpen in de omgeving tot de grond toe afgebrand. Tegelijkertijd sloeg Hasanuddin terug door 15.000 soldaten in te zetten tegen de VOC-vazalstaat Boeton, op het huidige eiland Buton. Toen Speelman daar arriveerde liepen 5000 Buginezen uit het leger van Hasanuddin direct over toen ze zagen dat Aru Palakka met de Nederlanders meevocht. Kort na het ‘verraad’ van de Buginezen gaf de Makassaarse legeraanvoerder zich aan Speelman over. Hasanuddin, ontdaan van zijn voornaamste troepenmacht, werd door zijn legerleiding aangeraden niet op te geven. De vesting Somba Opu, met zijn dikke vestingmuren en honderden kanonnen was immers nog intact en had al bewezen bestand te zijn tegen een beschieting vanaf zee. Tot juli 1667 kregen de Makassaren de gelegenheid hun stad verder te versterken. Toen viel de Speelman opnieuw Somba Opu aan. Hij had zich versterkt met een vloot uit Ternate, een andere vijand van Gowa. Aru Palakka was met 6000 man vanuit Bone onderweg zodat Speelman bij elkaar beschikte over 10.000 manschappen. Er volgde een langdurige belegering waarbij vele Hollandse soldaten aan ziektes bezweken. De admiraal, die op het laatst niet meer dan een paar honderd man over had en wist dat hij niet op versterkingen vanuit Java hoefde te rekenen, besloot eind oktober tot een erop-of-eronder aanval. De strijd verliep uiterst gunstig voor de VOC. Toen Speelman op 26 oktober het zwaar versterkte paleis van de sultan bereikte, besloot de laatste over te gaan tot onderhandelingen. Op 17 november werd in het dorpje Bongaia het vredesverdrag getekend. In het ‘Bongaais Verdrag’ werd bepaald dat de VOC het monopolie kreeg op de handel met Gowa en Hasanuddin afstand moest doen van al zijn rechten op gebieden buiten zijn staat. De sultan mocht geen handel meer drijven op de Molukken, en een gedeelte van de stad kwam onder rechtstreeks bestuur van de Compagnie. Het gevolg van het vernederende verdrag was dat Hasanuddin een jaar later weer in opstand tegen de Compagnie kwam. Gowa werd in juni 1669 voor de tweede maal door Speelman verslagen, ditmaal definitief. Voor de Makassaarse zeelui, die hun vrijheid van handel hadden verloren, was de stap naar de smokkel en zeeroverij zeer klein. Ze werden de angst van iedere VOC-kapitein. Vooral langs de oostkust van Sumatra en in de Straat van Malakka vormden deze zeerovers een ware plaag voor de handel. In de toekomst zouden de Nederlanders hen nog vaak als bondgenoot van hun vijanden tegenover zich vinden.

fort Rotterdam te Makassar © Travelmarker ReizenIn de 17de eeuw ging het de VOC ook in het noorden van het eiland voor de wind. Nadat dit gebied jaren lang onder de invloedssfeer van Ternate had gestaan, erkenden de hoofden rond 1680 de macht van de VOC. De handelsmaatschappij had nog ruim een eeuw de tijd om de vruchten te plukken van de machtspositie die het langs de kust van Sulawesi genoot. In 1798 ging de Compagnie wegens corruptie en toegenomen concurrentie failliet. De Bataafse Republiek (Holland) nam alle bezittingen, eigendommen en schulden van de VOC over. Nederlands-Indië was een feit.

De 19de eeuw

Na de inlijving van Nederland bij het Frankrijk van Napoleon werd Nederlands-Indië door Engeland bezet. De vorst van Bone voelde niets voor een Engelse overheersing. De moord op een Engelse officier was voor de Engelse gouverneur-generaal Raffles de reden om in 1814 een expeditieleger naar Bone te sturen. Er werd een handelsovereenkomst gesloten tussen de Engelsen en de Bonische vorst, maar al spoedig na het vertrek van het expeditieleger kwamen hij weer in opstand. Tot 1816 zou hij volharden in zijn guerrilla-oorlog tegen de Britten.

Nederland kreeg na de vrede van Parijs (1816) zijn bezittingen in de archipel terug. Aru Datu, de vorstin van Bone, weigerde het nieuwe verdrag, dat inhield dat Bone weer onder Nederlands beheer zou komen, te tekenen. Aan de oorlog die erop volgde namen ook de kleinere koninkrijken Tanete en Supa deel. Het uitbreken van de Java-oorlog in 1825 kwam op een gunstig tijdstip voor de koninkrijken, omdat de Nederlanders hierdoor gedwongen werden een groot deel van hun troepen naar Java te verschepen. De overwinning op Bone liet tot 1848 op zich wachten. Spoedig daarna kwamen de koninkrijken echter weer in opstand, maar tijdens de door Generaal van Swieten geleide veldtocht van 1859 werden de Buginezen opnieuw verslagen. Toch bleef het rumoerig op Sulawesi. Het gouvernement genoot slechts gezag in een klein gebied rond Makassar en de Minahasa. Pas in het begin van de vorige eeuw werd de rest van het eiland daadwerkelijk aan Nederlands-Indië toegevoegd.

De inlijving van het buitengewest Celebes

In 1905 stuurde het gouvernement een expeditieleger naar Celebes om onbetrouwbare bondgenoten tot de orde te roepen, en de onontdekte binnenlanden voor de beschaving open te leggen. Een jaar later was de pacificatie van de binnenlanden voltooid en brak een lange periode van rust aan. Onder de Nederlanders werd een begin gemaakt met de aanleg van wegen en grootschalige irrigatiewerken.

De opkomst van het nationalisme

Vanaf het begin van de 20ste eeuw kwamen er op Sulawesi verschillende nationalistische stromingen op. In het zuiden van het eiland had het nationalisme een sterk islamitisch karakter. De islam was daar in de 18de en 19de eeuw het bolwerk geworden van anti-Nederlandse gezindheid. In het noorden profileerden de christelijke Minahassers zich als de voorhoede van een nationalistische stroming die zich beperkte tot Sulawesi. Dit christelijke nationalisme botste met het nationalisme van de vernieuwingsbeweging Sarekat Islam, die vanaf het einde van de jaren twintig een Indonesisch nationalisme nastreefde.

De Tweede wereldoorlog

Op 11 januari 1942 landden de eerste Japanse troepen op Nederlands-Indisch grondgebied. De aanval begon in Oost-Borneo en in de Minahasa in Noord-Sulawesi. Na enkele schermutselingen tegen de slecht uitgeruste KNIL-eenheden werd Sulawesi door de Japanners bezet. Tijdens de bezetting hadden de nationalisten aanvankelijk weinig inbreng. Ze kregen ze hun kans pas toen de Japanners inzagen dat ze de oorlog niet meer konden winnen. Op 7 september 1944 van dat jaar stelde Japan de Indonesiërs de onafhankelijkheid van hun land in het vooruitzicht. Vijf maanden voor het einde van de oorlog werden de Menadonees Dr. Sam Ratulangi en Andi Pangeran, de zoon van de sultan van Bone, naar Jakarta gestuurd om daar met Soekarno en de zijnen mee te werken aan de oprichting van de republiek. In april 1945 kregen de lokale vorsten zitting in de Soedara, een soort adviesraad ter voorbereiding van de onafhankelijkheid. De raad werd voorgezeten door Andi Mappanyuki, de vorst van Bone. Ratulangi werd vice-voorzitter.

De Onafhankelijkheidsoorlog

In september 1945 arriveerden Australische troepen op het eiland. Hun opdracht was het machtsvacuüm op te vullen dat na de Japanse overgave was ontstaan. In hun kielzog arriveerden ambtenaren van de NICA (Netherlands Indies Civil Affairs), die het voorlopig bestuur op zich zouden nemen. De terugkeer van de Nederlanders, die op dezelfde voet als voor 1942 wilden doorgaan, werd nergens op prijs gesteld, zelfs niet in het voorheen zo trouwe Minahasa. Nadat de Australiërs in 1946 het bestuur overdroegen aan de Nederlanders werden Ratulangi , die vlak na de Japanse capitulatie door Soekarno als gouverneur van de Republiek in Sulawesi was benoemd, gearresteerd. Hij werd samen met een aantal andere republikeinse leiders naar Nieuw-Guinea verbannen.

Sukarno, de eerste president van de Republik IndonesiaMalino & Linggadjati

In juli 1946 deden de Nederlanders op de Conferentie van Malino het voorstel om Indonesië, met uitzondering van republikeins gebied op Java en Sumatra, in deelstaten op te delen. Het plan was dat de federatie onderdeel zou blijven van het Koninkrijk der Nederlanden, met Koningin Wilhelmina als staatshoofd. Soekarno zou met zijn republiek een eigen deelstaat krijgen met de naam 'Verenigde Staten van Indonesië'. Voor veel niet-Javaanse nationalisten was dit geen slecht alternatief voor Soekarno’s republiek. Na de conferentie kon gouverneur-generaal Van Mook vanuit een sterkere positie aan de verdere onderhandelingen met de republikeinen beginnen. Op 12 november kwam hij te Linggadjati op West-Java tot een voorlopig akkoord met de republiek. Nederland zou het gezag van de Republiek op Java en Sumatra ‘de facto’ erkennen en de republiek ging akkoord met de vorming van een federatief Indonesië, dat in de vorm van een ‘Unie’ een band met Nederland zou blijven houden. Omdat beide partijen in hun hart iets heel anders wilden, zou het verdrag zou niet lang stand houden.

Kapitein Westerling

Aan het einde van hetzelfde jaar werd op Nederlands initiatief de deelstaat Oost-Indonesië uitgeroepen, met Makassar als hoofdstad. De nationalist Nadjamoeddin werd premier, de republikein Tadjoeddin Noor werd voorzitter van het parlement. De situatie rond de hoofdstad was echter verre van rooskleurig. De anti-Nederlandse guerrilla’s drongen op en dreigden zelfs Makassar te veroveren. Volgens verlieslijsten die door het plaatselijk bestuur zijn opgesteld zouden er in Zuid Celebes tussen juni 1946 en juli 1947 meer dan 1200 Nederlanders of sympathisanten van de Nederlanders zijn vermoord. Vaak waren ze gruwelijk toegetakeld. 
Als reactie kondigde dr. Van Mook in december 1946 voor Zuid-Celebes de noodtoestand af. Kapitein Westerling kreeg de opdracht rebellen te ontwapenen en het Nederlandse gezag te herstellen. De acties van deze KNIL-officier en zijn 123 man tellende Depot Speciale Troepen zijn oorlogsmisdaden van de eerste orde geweest. Tijdens zijn militaire operaties in Zuid-Sulawesi, die duurden van december 1946 tot begin 1947, executeerde hij in verschillende dorpen een groot deel van de mannelijke bevolking, die hij van samenwerking met de rebellen verdacht. Deze bijzondere bevoegdheid had Westerling van zijn superieur (kolonel De Vries) verkregen. Volgens ooggetuigen was er weinig voor nodig om iemand verdacht te doen zijn en diende de ‘methode-Westerling’ er meer toe de bevolking angst in te boezemen. Indonesische bronnen vermelden dat onder leiding van Westerling en zijn navolgers in Zuid-Sulawesi 40.000 Indonesiërs waren gedood, een officieel Nederlands onderzoek naar dit schandaal houdt het op 5182 doden. Hoewel Westerling en de imitators van zijn methode massa-executies niet schuwden, lijkt 40.000 slachtoffers een onwaarschijnlijk hoog aantal. Het is overigens bekend hoe dit aantal in de wereld geholpen is. Op de dood van 40 TNI-soldaten op Java zou guerrilla-leider Kahar Muzakkar een reactie hebben gegeven in de trant van: ‘Wat maken jullie je druk over 40 doden, bij ons in Zuid-Sulawesi zijn al 40.000 doden gevallen door de acties van Westerling.’

Onafhankelijkheid

In december 1949 vond volgens Nederlandse lezing de soevereiniteitsoverdracht aan de deelstaten plaats, die volgens de Indonesiërs neerkwam op de erkenning van de reeds uitgeroepen onafhankelijkheid. Sulawesi werd opgenomen in de deelstaat Oost-Indonesië. Op 17 augustus 1950 maakte de Verenigde staten van Indonesië plaats voor de eenheidsstaat Republik Indonesia. De deelstaat Oost-Indonesië werd opgeheven en Sulawesi in de Republiek Indonesië opgenomen.

De Darul Islam opstand en de Permesta

Met het einde van de politionele acties en de overdracht van de soevereiniteit werd het er in Sulawesi niet rustiger op. In 1950 vonden overal in Indonesië ‘Darul Islam’-opstanden plaats. Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog had de fundamentalistische Darul Islam (Huis van de Islam) hard tegen de Nederlanders gevochten. De beweging propageerde het ideaal van een islamitische staat. De islamitische nationalisten waren verbitterd toen de islam geen staatsgodsdienst werd in het nieuwe Indonesië. Onder de vlag van de profeet trokken groepen gewapende moslims over Sulawesi.

Naast ontevreden moslims was er ook verzet van lokale machthebbers. De aansluiting bij de republiek betekende in de ogen van een aantal lokale machthebbers slechts een machtswisseling tussen Nederland en Java. Voor streken die in de koloniale periode een voorkeursbehandeling hadden genoten betekende dit een duidelijke verslechtering. Vooral de Minahassers weigerden te gehoorzamen aan president Soekarno. Na de oprichting van de PRRI, de tegenregering, in Padang (Sumatra) op 15 februari 1958, waarbij ook de leiders van delen van Sulawesi waren aangesloten, was Soekarno’s geduld op en brak er een burgeroorlog uit. Soekarno concentreerde zich op het weer in het gareel krijgen van de opstandelingen in Sumatra, maar liet ook Manado bombarderen. Eind april gingen de opstandeling over tot een tegenoffensief. Vijf plaatsen in de archipel werden door wat `ongeidentificeerde vliegtuigen’ werden genoemd gebombardeerd. Deze waren van de Filippijnen opgestegen en nadat een neergeschoten piloot de Amerikaanse nationaliteit bleek te hebben, beschuldigde Soekarno de PRRI van het aanvaarden van buitenlandse hulp. Op 16 juni liet hij troepen de Minahasa binnentrekken, en op 26 juni werd Manado bezet. Na een weinig succesvolle guerrillastrijd gaven de rebellen op Noord-Sulawesi zich in 1961 over. Op Zuid- en Zuidoost-Sulawesi vocht de islamitische beweging van Kahar Muzakkar door tot 1965.

Suharto, president van Indonesië (1967-1998)De Nieuwe Orde

In de nacht van 30 september op 1 oktober 1965 werden te Jakarta 6 generaals van de landmacht door hun politieke tegenstanders vermoord. Generaal-Majoor Suharto, had de coup binnen 24 uur neergeslagen. De coup werd aangegrepen om voorgoed een einde te maken aan de PKI. Het leger, geassisteerd door islamitische doodseskaders, slachtte binnen een half jaar 500.000 tot 2 miljoen vermeende communisten af. Suharto dwong Soekarno de macht aan hem over te dragen, hetgeen in 1967 gebeurde.

Onder Suharto’s ‘Orde Baru’ (Nieuwe Orde) heeft de integratie van Sulawesi in de republiek in een hoog tempo plaats gevonden. Door het land weer aantrekkelijk te maken voor buitenlandse investeerders had de Nieuwe Orde het op economisch gebied zeer goed gedaan. Met het wegvallen van de harde hand van dictator Suharto kwamen er in Indonesië, en ook op Sulawesi allerlei nare geesten uit de fles. De ernstigste problemen hebben zich voorgedaan tussen Moslims en Christenen op de Molukken, maar ook Midden-Sulawesi heeft haar deel gehad. De meeste rellen hebben zich rond Poso afgespeeld, maar inmiddels lijkt de rust te zijn teruggekeerd.

Bezoek Sulawesi met Travelmarker Reizen

Bezoek Sulawesi tijdens zeer bijzondere bouwstenen met privé-chauffeur van Travelmarker Reizen.

reis terug   reis door
.

Laatste nieuws

naar menu landeninfo landeninfo
Ga naar deze pagina voor het laatste nieuws over Indonesië

Historische plaatsen

naar menu landeninfo landeninfo
Lees meer over de historische plaatsen van Indonesië

Bestel 'n vliegticket, hotelkamer en nog veel meer via Travelmarker

Zoek een voordelige
naar menu tipsvliegticket
naar menu tipslastminute
naar menu tipsreisverzekering

naar menu tipshotelkamer
naar menu tipsvakantiehuisje
naar menu tipscamping
naar menu tipsreisgidsen
naar menu tipsgolfreis naar menu tipscruise
naar menu tipshuurauto naar menu tipstreinreis
Doe het zelf met Travelmarker Reizen !
naar beginpagina landeninfonaar beginpagina land
 klimaat
 geografie
 flora &  fauna
 geschiedenis
 bevolking
 cultuur
 evenementen
 taal
 transport
 accommodatie
 culinair
 communicatie
 individuele rondreizen
 bouwstenen
 groepsreizen
 activiteiten
 praktische tips
 bezienswaardigheden
klik hier om naar een ander land te gaan

Stel zelf jouw reis naar Indonesië samen !





   

                  

© 2019 www.travelmarker.nl